HR 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:805
Van een mondelinge behandeling die mede ten doel heeft dat de rechter de partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten en die plaatsvindt in een meervoudig te beslissen zaak ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris, dient een proces-verbaal te worden opgemaakt. Dat proces-verbaal dient voorafgaand aan de uitspraak te worden toegezonden aan partijen en ter beschikking te worden gesteld van de meervoudige kamer.
Aanleiding
Partijen zijn verwikkeld in een procedure over het verlenen van verlof voor het leggen van conservatoir beslag. In hoger beroep heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van een raadsheer-commissaris.
Het hof heeft een beschikking gewezen en heeft pas daarna het proces-verbaal van de mondelinge behandeling toegestuurd aan partijen. Desgevraagd heeft het hof partijen laten weten dat de raadsheren ten tijde van het geven van de beschikking enkel beschikten over een concept van het proces-verbaal. Het aan partijen toegestuurde proces-verbaal is pas na het wijzen van de uitspraak vastgesteld.
Toepasselijk kader: enkelvoudige behandeling en het onmiddellijkheidsbeginsel
Bij de gerechtshoven worden zaken behandeld en beslist door de meervoudige kamer, behoudens in de wet genoemde uitzonderingen (art. 16 lid 1 Rv). De meervoudige kamer kan bepalen dat de behandeling geheel of gedeeltelijk zal geschieden door een (zoveel mogelijk uit haar midden aangewezen) raadsheer-commissaris (art. 16 lid 5 Rv).
Deze enkelvoudige behandeling moet bijdragen aan een eenvoudigere en snellere afdoening van zaken en tot een ontlasting van de hoven. Hoofdregel blijft echter dat zaken bij de hoven meervoudig worden behandeld en beslist.
A-G Assink wijst in zijn conclusie voor deze zaak op het belang van het onmiddellijkheidsbeginsel. In zijn rechtspraak over rechterswisselingen (HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, rov. 3.4.2; zie CB 2014/169) heeft de Hoge Raad over het onmiddellijkheidsbeginsel het volgende overwogen:
“Een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling (daaronder begrepen een comparitie van partijen of pleidooi in dagvaardingszaken), behoort, behoudens bijzondere omstandigheden, te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, teneinde te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing. Deze regel heeft in de afgelopen decennia aan betekenis gewonnen door het toegenomen gewicht van de mondelinge behandeling in de civiele procedure. (…) Mondelinge interactie tussen partijen en de rechter ter zitting kan van wezenlijke invloed zijn op de oordeelsvorming van de rechter, en kan niet altijd volledig in een proces-verbaal worden weergegeven, nog daargelaten dat het opmaken van een proces-verbaal niet in alle gevallen wettelijk is voorgeschreven”
In 2017 heeft de Hoge Raad twee beschikkingen gewezen in zaken waarin meervoudig was beslist en de mondelinge behandeling had plaatsgevonden ten overstaan van een raadsheer-commissaris (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259, ECLI:NL:HR:2017:3264, rov. 3.5.1; zie CB 2018/13). In deze beschikkingen overwoog de Hoge Raad onder meer dat “een aan de beslissing voorafgaande mondelinge behandeling die mede ten doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten, in beginsel dient plaats te vinden ten overstaan van de drie rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen.”
Tot slot formuleerde de Hoge Raad in deze beschikkingen regels voor het geval dat – in afwijking van de hoofdregel – een mondelinge benadeling in een meervoudig te beslissen zaak wordt gehouden ten overstaan van één raadsheer-commissaris
In cassatie
Terug naar deze zaak. Eisers tot cassatie klagen dat het hof het proces-verbaal niet voorafgaand aan zijn uitspraak heeft opgemaakt en ter beschikking heeft gesteld aan de raadsheren die over de zaak moesten beslissen. Evenmin heeft het hof het proces-verbaal voorafgaand aan zijn uitspraak toegezonden aan partijen.
Het middel is gegrond. Onder verwijzing naar zijn eerdergenoemde beschikking uit 2017 overweegt de Hoge Raad:
“Van een mondelinge behandeling die mede ten doel heeft dat de rechter de partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten en die plaatsvindt in een meervoudig te beslissen zaak ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris, dient een proces-verbaal te worden opgemaakt. Dat proces-verbaal dient voorafgaand aan de uitspraak te worden toegezonden aan partijen en ter beschikking te worden gesteld van de meervoudige kamer. Anders is onvoldoende gewaarborgd dat hetgeen ter zitting is voorgevallen bij de totstandkoming van de uitspraak door de meervoudige kamer wordt meegewogen.”
Afdoening
De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof. Dat is in lijn met de conclusie van A-G Assink.