Selecteer een pagina

Alle berichten van: Hidde Volberda


Hoge Raad 2 oktober 2026, ECLI:NL:HR:2026:1595

Dit arrest gaat over de bevoegdheid van de pandhouder om een schikking te te treffen voor de verpande vordering en in dat kader een deel van de verpande vordering kwijt te schelden. Kan de pandhouder die bevoegdheid ontlenen aan de wettelijke inningsbevoegdheid? Kunnen partijen die bevoegdheid contractueel toekennen aan de pandhouder met goederenrechtelijke werking? Hidde Volberda bespreekt de uitspraak in drie minuten.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #174 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 5 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:846

Toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt geweigerd, als de schuldenaar bij het ontstaan en betalen van zijn schulden niet te goeder trouw was (art. 288 lid 1 sub b Fw). Blijkt later dat die goede trouw ten tijde van de indiening van het verzoek ontbrak, dan kan de schuldsaneringsregeling tussentijds worden beëindigd (art. 350 lid 3 sub f Fw). Het verwijzingshof heeft het tussentijdse beëindigingsverzoek van de schuldeiser afgewezen, omdat de saniet ten tijde van de indiening van haar toelatingsverzoek te goeder trouw was. De Hoge Raad verwerpt de motiveringsklachten gericht tegen dat oordeel. (meer…)

HR 10 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1224

De inhoud en strekking van art. 157 Rv en de eisen van het rechtsverkeer brengen mee dat een akte slechts dwingend bewijs oplevert ten behoeve van de wederpartij (en haar rechtverkrijgenden), dat wil zeggen degene die in de akte als zodanig is aangewezen of degene te wiens behoeve de ondertekenaar van de akte zich blijkens de tekst daarvan heeft verbonden. (meer…)

HR 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:805

Van een mondelinge behandeling die mede ten doel heeft dat de rechter de partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten en die plaatsvindt in een meervoudig te beslissen zaak ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris, dient een proces-verbaal te worden opgemaakt. Dat proces-verbaal dient voorafgaand aan de uitspraak te worden toegezonden aan partijen en ter beschikking te worden gesteld van de meervoudige kamer. (meer…)

Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:908

In deze WSNP-zaak is het beroep op doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 315 lid 2 Fw in hoger beroep afgewezen. Wat is in zo’n geval de cassatietermijn? De Hoge Raad beantwoordt die vraag in deze beschikking. Hidde Volberda bespreekt de uitspraak in drie minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #168 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Cassatieblog.nl