Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

overheidsaansprakelijkheid

De formele rechtskracht van al dan niet ‘wegbestemmen’

CB 2017-193 Geplaatst op 02 nov 2017 door

HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2563 (Eiser/Borne en Hengelo)

(1) Als een gemeente een nieuw bestemmingsplan vaststelt en daarbij een bestaand legaal gebruik niet positief bestemd, is sprake van ‘wegbestemmen’. Dat het bestaande legaal gebruik in het vorige bestemmingsplan niet was opgenomen en dat er in zoverre sprake is van ‘nieuwbestemming’, doet daaraan niet af. (2) Als het bestemmingsplan waarin wordt ‘wegbestemd’ onherroepelijk is geworden, moet de inhoud daarvan, met inbegrip van dit wegbestemmen, voor rechtmatig worden gehouden. Het beginsel van formele rechtskracht staat dan eraan in de weg om in een civiele procedure te onderzoeken of het ‘wegbestemmen’ een onrechtmatige daad oplevert.   Lees verder >

Causaliteitsmaatstaf bij overheidsaansprakelijkheid voor vernietigde vergunningen

CB 2016-107 Geplaatst op 16 jun 2016 door

HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1112 (gemeente Hengelo / X)

Bij de beoordeling van een schadevordering wegens vernietigde vergunningen is niet beslissend of het College de vergunning rechtmatig had kunnen weigeren, maar welk besluit het zou hebben genomen indien het wel overeenkomstig de wet zou hebben beslist. Lees verder >

Staat is aansprakelijk voor misgelopen vakantiedagen

CB 2015-145 Geplaatst op 08 okt 2015 door

HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2722 en ECLI:NL:HR:2015:2723

Op de aansprakelijkheid van de Staat voor de onjuiste implementatie van Europese richtlijnen in wetgeving in formele zin zijn de normale Nederlandse aansprakelijkheidsregels (art. 6:162 BW) van toepassing. Lees verder >

Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn slechts in afzonderlijke procedure

CB 2014-64 Geplaatst op 02 apr 2014 door

HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:736 (X/Gemeente De Bilt)

(1) Een vordering tot vergoeding van immateriële schade wegens een onredelijk lange duur van een civiele procedure moet worden ingesteld in een afzonderlijke procedure tegen de Staat. Voor de hoogte van de vergoeding wordt in beginsel aangesloten bij de richtlijnen die daarvoor in het bestuursrecht ontwikkeld zijn (vgl. ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188). (2) Bij de opheffing van een erfdienstbaarheid en de toekenning van een schadeloosstelling aan de eigenaar van het heersend erf spelen de belangen van de eigenaar van het dienend erf geen rol. Lees verder >

Aansprakelijkheid voor strafvorderlijk optreden jegens derden; toepasselijke maatstaven

CB 2013-155 Geplaatst op 25 sep 2013 door

HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7396 (Eisers/Staat)

Indien in een bepaald geval de gevolgen van strafvorderlijk optreden een ander dan de verdachte treffen, dient de vraag of zulks tot aansprakelijkheid van de overheid jegens de benadeelde leidt – op de grond dat deze gevolgen buiten het normale maatschappelijk risico of het normale bedrijfsrisico van de benadeelde vallen – te worden beantwoord met inachtneming van alle van belang zijnde omstandigheden van het geval. De afwijzing van aansprakelijkheid mag daarom niet worden gebaseerd op de enkele omstandigheid dat de benadeelde de levenspartner respectievelijk het inwonende kind van de verdachte is en een intieme band met hem heeft. Lees verder >

Aansprakelijkheid voor strafvorderlijk optreden jegens latere verdachten: égalitébeginsel niet toepasselijk

CB 2013-137 Geplaatst op 17 jul 2013 door

HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7397 (Staat/Verweerder)

Het égalitébeginsel biedt geen rechtvaardiging voor aansprakelijkheid van de Staat voor de gevolgen van strafvorderlijk optreden, indien de verdenking eerst na de toepassing van het strafvorderlijk dwangmiddel is ontstaan, maar is gebaseerd op gedragingen die de gewezen verdachte vóór de toepassing van het strafvorderlijk dwangmiddel heeft verricht en die aanleiding zijn geweest tot toepassing daarvan. In dat geval behoren de gevolgen van dat strafvorderlijk optreden tot het normale maatschappelijke risico van de gewezen verdachte. Lees verder >

Hoge Raad inzake Chemie-Pack: grote gemeentelijke beleidsvrijheid bij toepassing bestuursdwang

CB 2012-197 Geplaatst op 17 okt 2012 door

HR 12 oktober 2012, LJN BW7505 (Gemeente Moerdijk/Wilchem c.s.)

De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof dat de Gemeente Moerdijk uit onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de kosten die Wilchem als opdrachtnemer van Chemie-pack heeft gemaakt in verband met de opslag van verontreinigd bluswater na de brand bij Chemie-Pack. Voor zover aan de gemeente op grond van art. 17.1 Wet milieubeheer de bevoegdheid toekwam om jegens Chemie-Pack handhavend op te treden met betrekking tot de opslag van het bluswater, geldt dat daarmee niet is gegeven dat de gemeente Chemie-Pack had kunnen verplichten om ter uitvoering van de last verder met Wilchem te contracteren. Ook indien de gemeente zelf tot het treffen van maatregelen was overgegaan, was zij, gelet op de haar toekomende beleidsvrijheid, niet gehouden een vervolgopdracht aan Wilchem te gunnen. ’s Hofs oordeel dat de gemeente naar maatstaven van zorgvuldigheid gehouden was de door Wilchem gemaakte opslagkosten te vergoeden, is onvoldoende gemotiveerd. Lees verder >

Maatstaf aansprakelijkheid gemeente voor onjuiste of onvolledige inlichtingen

CB 2012-118 Geplaatst op 30 mei 2012 door

HR 25 mei 2012, LJN BW0219

De vraag of een gemeente, naar aanleiding van een door een belanghebbende gedaan verzoek, onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft gegeven, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daartoe behoort in de eerste plaats de inhoud van het verzoek en hetgeen de gemeente daaromtrent heeft moeten begrijpen en de aard en inhoud van de daarop gegeven inlichtingen en hetgeen de belanghebbende daaromtrent heeft moeten begrijpen. Pas als de belanghebbende in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs erop mocht vertrouwen dat hem juiste en volledige inlichtingen met bepaalde inhoud werden gegeven, kan plaats zijn voor het oordeel dat het verstrekken daarvan – indien die mededelingen onjuist of onvolledig zijn – onrechtmatig is jegens belanghebbende. Lees verder >