Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Resultaten voor ‘Maarten Jansen’

Hoge Raad komt niet terug van [B]/Dexia (cliëntenremisier)

CB 2018-173 Geplaatst op 30 okt 2018 door

HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1935 ([X]/Dexia)

(1) De Hoge Raad ziet in de door het gerechtshof Amsterdam gegeven argumenten géén aanleiding om terug te komen van het arrest [B]/Dexia (cliëntenremisier). In gevallen als in dat arrest aan de orde staat niet voorop dat Dexia tekortschoot in haar zorgplicht jegens de afnemer, maar dat zij contracteerde in weerwil van een wettelijk verbod dat ertoe strekte de afnemer te beschermen tegen het aangaan van een beleggingsovereenkomst na advies door een adviseur zonder de benodigde vergunning; (2) De verbindendverklaring van een WCAM-overeenkomst kan geen grond opleveren voor een bepaalde rechtsuitleg. Lees verder >

Wel hoger beroep tegen afwijzing verzoek ex art. 69 Fw tot verbieden onderhandse verkoop

CB 2018-153 Geplaatst op 02 okt 2018 door

HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1799 (LM Vermietungs Gmbh / Van Boven q.q.)

De uitsluiting van hoger beroep tegen een door de rechter-commissaris op de voet van art. 176 Fw gegeven beschikking ziet uitsluitend op de procedure waarin de curator toestemming heeft verzocht om tot onderhandse verkoop van goederen over te gaan en de rechter-commissaris die toestemming heeft verleend. Deze uitsluiting ziet dus niet op het geval dat een schuldeiser opkomt tegen de handeling waartoe de curator het voornemen heeft, zelfs als de curator eerder toestemming van de rechter-commissaris heeft verkregen. Lees verder >

Maatstaven bij vordering tot zekerheidstelling

CB 2018-139 Geplaatst op 26 jul 2018 door

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1115 (X/Gravene B.V.)

Voor een incidentele vordering tot het verbinden van de voorwaarde van zekerheidstelling aan de uitvoerbaarheid bij voorraad van een in vorige instantie gegeven beslissing gelden op overeenkomstige wijze de maatstaven voor de vordering om een beslissing die in een vorige instantie is gegeven alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.  Lees verder >

Beroep op nieuwe feiten en omstandigheden na cassatie en verwijzing

CB 2018-131 Geplaatst op 18 jul 2018 door

ECLI:NL:HR:2018:1216 (Cnossen q.q. / Provinsje Fryslân)

Beroep na verwijzing op nieuwe feiten en omstandigheden. Het betoog van de curator na verwijzing berust op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de in cassatie vernietigde uitspraak en valt binnen de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie. Het hof had dit betoog daarom niet mogen passeren. Lees verder >

De billijke vergoeding van art. 7:671c lid 2 BW

CB 2018-104 Geplaatst op 21 jun 2018 door

HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:878 (verzoekster / Stichting Zinzia Zorggroep)

De gezichtspunten van de New Hairstyle-beschikking voor het bepalen van de billijke vergoeding van art. 7:681 lid 1, aanhef en onder a, BW zijn ook van toepassing voor een geval als het onderhavige, waarin de billijke vergoeding is gegrond op art. 7:671c lid 2, aanhef en onder b, BW. Ook daarbij gaat het uiteindelijk erom dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.  Lees verder >

Geen verplichting tot ambtshalve toepassing art. 1:125 lid 2 Wft (Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen)

CB 2018-99 Geplaatst op 07 jun 2018 door

HR 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818 (Rabobank/verweerder)

Hoewel met de bepaling van art. 1:125 lid 2 Wft zwaarwegende belangen worden gediend, is zij niet van openbare orde omdat zij niet strekt ter bescherming van algemene belangen van zo fundamentele aard dat zij (ongeacht het partijdebat of de bijzondere omstandigheden van het geval) altijd door de rechter moeten worden toegepast.  Lees verder >

Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen uitspreken overdrachtsregeling

CB 2018-91 Geplaatst op 28 mei 2018 door

HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:538 (Conservatrix Groep / DNB c.s.)

(1) Uit art. 398, aanhef en onder 1e, Rv volgt dat cassatieberoep openstaat tegen de beschikking van de rechtbank waarbij het overdrachtsplan is goedgekeurd en de overdrachtsregeling is uitgesproken; (2) Cassatieberoep tegen een beschikking waarin de overdrachtsregeling is uitgesproken moet binnen veertien dagen na de dag van de uitspraak worden ingesteld. Lees verder >

Uitleg overgangsbepalingen Landelijk procesreglement

CB 2018-82 Geplaatst op 14 mei 2018 door

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:596

Uitleg overgangsbepalingen van art. 10.1 en 10.2 Landelijk procesreglement, zevende versie. Een redelijke en met de eisen van een goede procesorde strokende uitleg van die bepalingen brengt mee dat, nu onder de vierde versie van het Landelijk procesreglement een uitstel van 53 weken is verleend, waarna de zevende versie van toepassing is geworden, niet alleen op de voet van art. 2.21 vierde versie een laatste termijn van zes weken moet worden bepaald, maar ook die in die bepaling genoemde rechtsgevolgen van toepassing blijven.

Lees verder >

Omvang van het cassatieberoep bij niet vermelden zaaknummer

CB 2018-38 Geplaatst op 16 feb 2018 door

HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:221
(Promneftstroy c.s. / verweerders)

Bij de beantwoording van de vraag tegen welke uitspraak een rechtsmiddel wordt ingesteld, komt het aan op hetgeen een verweerder dienaangaande redelijkerwijs heeft moeten begrijpen. In het onderhavige geval kan redelijkerwijs geen onzekerheid hebben bestaan over de omvang van het cassatieberoep. Lees verder >

Omzetbelasting uit verkoop bij parate executie door pandhouder in faillissement is geen boedelschuld

CB 2018-19 Geplaatst op 18 jan 2018 door

HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3149 (Roeffen q.q. / Ontvanger)

Prejudiciële vragen. De omzetbelastingschuld die ontstaat bij verkoop en levering als gevolg van parate executie door de pandhouder in faillissement levert geen boedelschuld op. Er is geen sprake van een rechtshandeling van de curator waaraan de verschuldigdheid van omzetbelasting is verbonden. Dit geldt ook als de executoriale verkoop door de pandhouder plaatsvindt terwijl de curator het bedrijf van de gefailleerde voortzet. Lees verder >

Pagina 1 van 912345...Minst recente »