Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Resultaten voor ‘Maarten Jansen’

Zwarighedenprocedure over verdeling nalatenschap

CB 2017-146 Geplaatst op 04 aug 2017 door

HR 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1137

1. Voor de waardering van het perceel is niet van belang dat dit ten tijde van het eindarrest niet meer tot de onverdeeldheid behoorde; 2. Het hof is buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden door ambtshalve te oordelen dat verschuldigdheid van rente naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Lees verder >

Vordering tot schadevergoeding in appel wegens onrechtmatige executie vonnis

CB 2017-132 Geplaatst op 12 jul 2017 door

HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1263

Het hof heeft de vordering tot schadevergoeding wegens de onrechtmatig executie van het vonnis in eerste aanleg kennelijk en niet onbegrijpelijk opgevat als een door art. 130 Rv toegelaten vermeerdering van eis. Lees verder >

Ook in periode 1999-2003 bijzondere zorgplicht bank ter voorkoming overkreditering consument

CB 2017-119 Geplaatst op 20 jun 2017 door

HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1107

Ook in de periode 1999-2003 bracht de bijzondere zorgplicht van de bank mee dat zij voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst tot hypothecair krediet met een consument inlichtingen diende in te winnen over diens inkomens- en vermogenspositie teneinde overkreditering van de consument te voorkomen. Dat deze verplichting pas nadien in regelgeving is vastgelegd, laat onverlet dat de norm al voordien tot ontwikkeling was gekomen. Lees verder >

Belemmeringsverbod (art. 9a Waadi) ziet niet enkel op arbeidsovereenkomst, maar ook op arbeidsverhouding

CB 2017-87 Geplaatst op 24 apr 2017 door

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689

De woorden ‘geen belemmeringen (…) voor de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst’ in art. 9a van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) moeten worden gelezen als ‘geen belemmeringen (…) voor de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst of een arbeidsverhouding’, waarbij het begrip ‘arbeidsverhouding’ moet worden uitgelegd in overeenstemming met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de Uitzendrichtlijn. Lees verder >

Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over schadevergoeding bij beëindiging leaseovereenkomst wegens wanbetaling

CB 2017-133 Geplaatst op 21 apr 2017 door

HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:773

De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over schadevergoeding bij beëindiging dan wel ontbinding van een effectenleaseovereenkomst wegens wanbetaling van een lessee en concludeert dat art. 6 van de door Dexia gehanteerde Bijzondere voorwaarden een oneerlijk beding is in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG voor zover het betrekking heeft op de rentetermijnen die ten tijde van de beëindiging nog toekomstig waren.

Lees verder >

Bestuurdersaansprakelijkheid voor niet-nakoming lege projectvennootschap; abstracte schadebegroting met analoge toepassing art. 7:36 BW

CB 2017-75 Geplaatst op 11 apr 2017 door

HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:484 (Hanzevast/G4)

(1) De Hoge Raad laat het oordeel van het hof in stand dat de bestuurder van een projectvennootschap, die op onjuiste gronden een koopovereenkomst heeft ontbonden, aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade; (2) het hof had de vrijheid in een geval als het onderhavige de schade abstract te begroten met analoge toepassing van art. 7:36 BW. Lees verder >

Maatstaf voor beoordeling verzet bij intrekking 403-verklaring

CB 2017-68 Geplaatst op 05 apr 2017 door

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:546 (SNS c.s./curatoren)

Verzet schuldeisers bij intrekking 403-verklaring. 1. In een geval waarin bij één beschikking in meerdere verzetprocedures uitspraak is gedaan, kan bij één verzoekschrift een rechtsmiddel worden aangewend; 2. De rechter dient, in een geval waarin het bestaan en de omvang van de vordering zijn betwist, het verzet gegrond te verklaren, tenzij en voor zover hij de vordering onmiskenbaar ongegrond acht. Aan dat oordeel zijn slechts beperkte motiveringseisen te stellen. Lees verder >

Aftrek voorarrest ziet ook op voorwaardelijk deel gevangenisstraf

CB 2017-64 Geplaatst op 30 mrt 2017 door

HR 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:462

Het bevel tot aftrek van voorarrest (art. 27 lid 1 Sr) ziet ook op de gevangenisstraf ten aanzien waarvan de rechter met toepassing van art. 14a Sr heeft bepaald dat die straf of een gedeelte daarvan onder voorwaarden niet zal worden tenuitvoergelegd. Indien de duur van het voorarrest langer is dan de duur van het onvoorwaardelijk deel van de straf en de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel wordt bevolen, dient het voorarrest op dat voorwaardelijk deel in mindering te worden gebracht. Lees verder >

Art. 2:11 BW geldt in alle gevallen van aansprakelijkheid rechtspersoon op grond van de wet

CB 2017-45 Geplaatst op 03 mrt 2017 door

HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:275

Art. 2:11 BW is van toepassing in alle gevallen waarin een rechtspersoon in zijn hoedanigheid van bestuurder van een andere rechtspersoon aansprakelijk is op grond van de wet. Daaronder valt ook de aansprakelijkheid van een rechtspersoon-bestuurder die is gebaseerd op art. 6:162 BW. Deze aansprakelijkheid rust dan tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van een rechtspersoon-bestuurder daarvan bestuurder is. Dit betekent dat voor vestiging van aansprakelijkheid van een bestuurder van een rechtspersoon-bestuurder niet de aanvullende eis geldt dat de schuldeiser stelt, en zo nodig bewijst, dat ook aan die bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Lees verder >

Wilsvertrouwensleer bepalend voor uitleg brief tussen zakelijke partijen

CB 2017-38 Geplaatst op 01 mrt 2017 door

LJN-BR3086-BriefHR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:315

De vraag hoe een brief moet worden uitgelegd, dient te worden beantwoord aan de hand van de wilsvertrouwensleer, zoals neergelegd in art. 3:33 en 3:35 BW. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang en komt geen beslissend gewicht toe aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de in de brief gebruikte bewoordingen, ook niet als uitgangspunt. Lees verder >

Pagina 1 van 712345...Minst recente »