Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Rv art. 1065

Arbitraal tussenvonnis: bindende eindbeslissing of gezag van gewijsde?

CB 2015-87 Geplaatst op 26 mei 2015 door

HR 22 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1272 (BAe/Modsaf)

Het hof heeft de overwegingen van het scheidsgerecht aldus uitgelegd, dat partijen niet het gezag van gewijsde van het arbitrale tussenvonnis ter discussie wilden stellen. De klacht dat het hof heeft miskend dat arbiters de opdracht hebben geschonden (in de zin van art. 1065 lid 1 sub c (oud) Rv) door ten onrechte gezag van gewijsde toe te kennen aan het arbitrale tussenvonnis mist dus feitelijke grondslag. Lees verder >

Bilateraal investeringsverdrag tussen Ecuador en VS is “recht van vreemde staten” als bedoeld in art. 79 lid 1 RO

CB 2014-147 Geplaatst op 02 okt 2014 door

HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2837 (Republiek Ecuador/Chevron en TexPet)

Het bilateraal investeringsverdrag moet gelet op de parlementaire geschiedenis van art. 79 RO worden aangemerkt als “recht van vreemde staten” als bedoeld in art. 79 lid 1, aanhef en onder b RO. Het gaat hier immers om internationaal publiekrecht dat niet geldt in de Nederlandse rechtsorde. Hieruit volgt dat oordelen van het hof omtrent de inhoud en uitleg van het BIT (Bilateral Investment Treaty) in cassatie niet op juistheid kunnen worden onderzocht. Lees verder >

Gronden voor vernietiging van een arbitraal vonnis

CB 2013-52 Geplaatst op 27 mrt 2013 door

HR 22 maart 2013, LJN BY8099 (Bursa/Güris c.s.)

In een procedure tot vernietiging van een arbitraal vonnis moeten de vernietigingsgronden in de inleidende dagvaarding worden aangevoerd, op straffe van verval van het recht om die gronden in een later stadium alsnog in te roepen. Het staat een partij niet vrij om een vernietigingsgrond die slechts is voorgedragen tegen een bepaalde beslissing van het scheidsgerecht in de loop van het geding alsnog ten grondslag te leggen aan de vordering tot vernietiging van een andere beslissing van het scheidsgerecht, ook niet als tegen die beslissing in de inleidende dagvaarding wel andere vernietigingsgronden waren aangevoerd. Lees verder >