HR 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1569
Tegen een beslissing van de rechter dat een beroep op bedrog in strijd is met de eisen van een goede procesorde als bedoeld in art. 130 lid 1 Rv, staat geen rechtsmiddel open. (meer…)
Alle berichten met de tag: Rv art. 1065
HR 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1569
Tegen een beslissing van de rechter dat een beroep op bedrog in strijd is met de eisen van een goede procesorde als bedoeld in art. 130 lid 1 Rv, staat geen rechtsmiddel open. (meer…)
HR 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:725
De Hoge Raad heeft beslist dat art. 1029 lid 2 Rv geen basis biedt voor de beoordeling door de rechter van een verzoek tot onttrekking van een arbiter als het arbitrage-instituut dat de arbitrage administreert daarover een beslissing kan nemen of al heeft genomen. Arbiters hoeven daarom met hun beslissing niet te wachten op een beslissing van de overheidsrechter daaromtrent.
HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:636
Een arbitraal vonnis waarin een scheidsgerecht zich onbevoegd heeft verklaard wegens het ontbreken van een geldige overeenkomst tot arbitrage, kan niet worden vernietigd op grond van art. 1065 Rv.
HR 17 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:422 en HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:438
Een arbitraal vonnis kan onder meer worden vernietigd als het scheidsgerecht zich niet aan zijn opdracht heeft gehouden. De vernietigingsrechter diende in de voorliggende zaak te onderzoeken of het scheidsgerecht bij zijn beslissing over het beroep op art. 1059 Rv (gezag van gewijsde) de correcte maatstaf heeft aangelegd, maar niet op welke wijze en met welk resultaat het dat heeft gedaan. Gedeeltelijke vernietiging is alleen mogelijk als de arbitrale uitspraak verschillende beslissingen bevat die niet onverbrekelijk samenhangen en zich daarom lenen voor afzonderlijke vernietiging, terwijl de rest van de uitspraak een samenhangend geheel blijft. (meer…)
HR 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1731
De Hoge Raad beantwoordt in deze uitspraak prejudiciële vragen van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. Een stichting had verlof gevraagd tot tenuitvoerlegging van een tegen een (vermoedelijke) consument gewezen arbitraal verstekvonnis; het ging om huurachterstand. De prejudiciële vragen stellen aan de orde of de rechter in zo’n geval ambtshalve moet beoordelen of regels van Europees respectievelijk nationaal consumentenrecht zijn nageleefd die betrekking hebben op de toegang tot de rechter en op de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten. (meer…)