Alle berichten van: Redouan El Gamali


HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1407

(1) De uitspraak in een tussentijds hoger beroep tegen een deelgeschilbeschikking (ingesteld op de voet van art. 1019cc lid 3 onder a Rv) is een tussenuitspraak, tenzij het hof zelf de procedure ten principale heeft afgedaan. Voor het instellen van tussentijds cassatieberoep tegen deze uitspraak is verlof van het hof vereist (art. 1019cc lid 3 Rv jo. art. 401a lid 2 Rv).
(2) De veroordeling die wordt uitgesproken in een deelgeschil heeft dezelfde betekenis als wanneer zij zou zijn opgenomen in een kortgedingvonnis (art. 1019cc lid 2 Rv). Deze veroordeling verliest daarom haar werking wanneer in de bodemprocedure een andere beslissing wordt gegeven over de desbetreffende vordering. (meer…)

HR 4 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1489

De verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis kan onder meer worden gestuit door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Bij de beoordeling of de mededeling aan de in art. 3:317 lid 1 BW gestelde eisen voldoet, dient niet alleen te worden gelet op de formulering daarvan, maar ook op de context waarin de mededeling wordt gedaan en op de overige omstandigheden van het geval. Bij deze beoordeling kan mede betekenis toekomen aan de eerdere correspondentie tussen partijen. (meer…)

HR 6 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1298

In dit arrest buigt de Hoge Raad zich over de vraag hoe het verzekerd belang moet worden beoordeeld ingeval er sprake is van een zogenaamde accresclausule. Voor een goed begrip van dit arrest is het van belang om te weten dat een accresclausule als doel heeft om de te lage basisdekking bij onverwachte ontwikkelingen goed te maken. Bij onderverzekering in geval van een accresclausule is beslissend de verhouding tussen het verzekerd belang ten tijde van de schadeveroorzakende gebeurtenis en de verzekerde som. (meer…)

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1281 en HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1242

De Hoge Raad bevestigt de lijn zoals uiteengezet in HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, (zie CB 2014-169) en HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3264 (zie CB 2018-13). Net als in die arresten overweegt de Hoge Raad ook nu in twee arresten dat indien een zaak meervoudig wordt beslist, als hoofdregel geldt dat een aan de beslissing voorafgaande mondelinge behandeling die mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten, in beginsel dient plaats te vinden ten overstaan van de drie rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen. (meer…)

HR 21 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:997

Vermindering van de eis in zaken met verplichte procesvertegenwoordiging kan niet besloten liggen in een verklaring van een procespartij ter comparitie, maar dient plaats te vinden bij conclusie of akte, welke akte ook daarin kan bestaan dat de procesvertegenwoordiger ter comparitie mondeling akte verzoekt van een vermindering van eis. Indien echter intrekking van vorderingen een vorm van afstand van recht zou inhouden, geldt daarvoor de eis dat sprake moet zijn van een verklaring die op de aan afstand van recht verbonden rechtsgevolgen is gericht. Daarbij mag in het algemeen worden aangenomen dat een eisende partij die haar eis wijzigt, niet zal wensen dat in het geheel geen eis resteert in het geval de eiswijziging niet wordt toegelaten. De rechter dient in dat geval te onderzoeken of met de wijziging van de vorderingen de bestaande vorderingen onvoorwaardelijk heeft willen prijsgeven. (meer…)