Selecteer een pagina

Alle berichten van: Redouan El Gamali


HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:753

In dit tussenarrest formuleert de Hoge Raad prejudiciële vragen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) over de positie van werknemers bij een door pre-pack voorbereide overgang van een onderneming. Volgens de Hoge Raad kan namelijk twijfel bestaan over de vraag of in het aan de orde zijnde geval de uitzondering voordoet van art. 7:666 aanhef en onder a, BW, uitgelegd in het licht van art. 5 lid 1 Richtlijn 2001/23/EG, mede gelet op een uitspraak van het HvJEU uit 2017 over een andere Nederlandse ‘pre-pack’ (het Smallsteps-arrest). (meer…)

HR 14 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:257

In dit arrest gaat de Hoge Raad in op de eigendomstoekenning op grond van de op 1 april 2007 in werking getreden wettelijke regeling van art. 3:200a t/m 300h Burgerlijk Wetboek van Curaçao ten aanzien van langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen, bestaande uit een onroerende zaak.

(meer…)

HR 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:144

In dit arrest heeft de Hoge Raad zich gebogen over de vraag of de overeenkomst die partijen hebben gesloten een grondslag biedt voor de verplichting om zogenoemde periodieke aansluitkosten te betalen en, indien dat niet zo is, of deze verplichting berust op ongerechtvaardigde verrijking of onrechtmatige daad. (meer…)

HR 13 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1972

In deze uitspraak stelt de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie. In de kern gaat het om de vraag of – zowel in het kader van het op art. 9 Richtlijn koop op afstand gebaseerde art. 7:7 lid 2 (oud) BW, als in het kader van het op art. 27 Richtlijn consumentenrechten gebaseerde huidige art. 7:7 lid 2 BW – sprake is van levering van drinkwater op grond van een overeenkomst, dan wel van een ongevraagde levering van drinkwater zoals verboden door art. 5 lid 5 en punt 29 van bijlage I van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken. (meer…)

HR 6 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1912

Bij het bepalen van de hoogte van het griffierecht  moet worden aangeknoopt bij de waarde van de vordering waarover de rechter tegen wiens uitspraak het beroep in cassatie is gericht, had te beslissen, ook indien niet de betaling van een geldsom is gevorderd. (meer…)