Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Goederenrecht

Het bezitsvereiste en verkrijgende verjaring door een bezitter te kwader trouw

CB 2017-48 Geplaatst op 03 mrt 2017 door

HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:309 (Gemeente Heusden/Verweerders)

(1) Voor het in art. 3:105 BW bedoelde gevolg van voltooiing van de verjaringstermijn van art. 3:314 lid 2 BW is voldoende dat bij de niet-rechthebbende sprake is van bezit dat voldoet aan de door de wet gestelde eisen. Het is niet vereist dat de rechthebbende daadwerkelijk kennis had van de bezitsdaden van de niet-rechthebbende waardoor zijn bezit is tenietgegaan. (2) De bezitter te kwader trouw die door de werking van art. 3:105 BW eigenaar is geworden, kan blootstaan aan een vordering uit onrechtmatige daad van de (voormalige) rechthebbende die zijn eigendom aan hem heeft verloren. Lees verder >

Overzicht recente prejudiciële vragen

CB 2017-27 Geplaatst op 17 feb 2017 door

vraagtekensHet overzicht van lopende zaken vermeldt vijf nieuwe civiele zaken (afgezien van 2 fiscaal-rechtelijke zaken) waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld.  De vragen zien op (1) is artikel 6 Bijzondere voorwaarden een  beding dat op grond van Richtlijn 93/13 als oneerlijk moet worden beschouwd, (2) de invoering van de Jeugdwet en de WMO 2015, (3) kan art. 2:18 BW over omzetting van rechtspersonen overeenkomstig worden toegepast ten aanzien van kerkgenootschappen, (4) erkenning van bigamie en (5) tijdstip aanvang van de tien-jaar-termijn: het materiele einde of het formele einde van de schuldsanering. Lees verder >

Openbaar pandhouder bevoegd tot aanvraag faillissement panddebiteur

CB 2017-11 Geplaatst op 26 jan 2017 door

dossierHR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2833

Een houder van een openbaar pandrecht op een vordering kan vanaf het moment dat het pandrecht aan de schuldenaar van de vordering is medegedeeld, worden aangemerkt als schuldeiser in de zin van art. 1 lid 1 Fw. Dit betekent dat de pandhouder bevoegd is het faillissement van de schuldenaar aan te vragen.  Lees verder >

Toepasselijk recht op de goederenrechtelijke gevolgen van verkrijging door middellijke vertegenwoordiging

CB 2016-150 Geplaatst op 29 sep 2016 door

HR 16 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2118

De beantwoording van de vraag naar de gevolgen van de hoedanigheid waarin een middellijk vertegenwoordiger roerende zaken in het buitenland heeft verkregen voor de eigendomsverkrijging van die zaken, dient ingevolge art. 10:127 lid 5 jo. lid 4 BW te geschieden aan de hand van het recht van de staat op welks grondgebied die roerende zaken zich bevonden op het tijdstip van de op eigendomsoverdracht gerichte rechtshandeling. Daarbij is niet van belang door welk recht de koopovereenkomst met betrekking tot die roerende zaken wordt beheerst of welk recht van toepassing is op de verbintenissen tussen de vertegenwoordiger en de vertegenwoordigde. Lees verder >

Gerechtelijke grensbepaling pas toepasselijk indien geen van beide partijen kan bewijzen waar de erfgrens loopt

CB 2016-143 Geplaatst op 30 aug 2016 door

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1438

Voor een rechterlijke grensbepaling, zoals neergelegd in artikel 5:47 BW, is plaats indien geen van de partijen zich beroept op een bepaalde loop van de grens of, voor zover wel van zo’n beroep sprake is, de gestelde loop van de grens niet kan worden bewezen. Lees verder >

Verkrijger onder eigendomsvoorbehoud kan beschikken over voorwaardelijke eigendom

CB 2016-139 Geplaatst op 18 aug 2016 door

HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046 (Rabobank/Reuser)

De verkrijger onder eigendomsvoorbehoud heeft – voordat betaling heeft plaatsgevonden – reeds een voorwaardelijk eigendomsrecht. Over dit recht kan hij ook beschikken: hij kan het vervreemden en hij kan er een beperkt recht op vestigen. In geval van vestiging van een pandrecht op de voorwaardelijke eigendom, komt het pandrecht – nadat de voorwaarde door betaling in vervulling is gegaan – van rechtswege op de zaak te rusten. Lees verder >

Levering van een registergoed? Tijdige inschrijving van een rechtsmiddel op straffe van niet-ontvankelijkheid - beperkte strekking

CB 2016-132 Geplaatst op 28 jul 2016 door

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1468

Verkrijging door bevrijdende verjaring impliceert dat de eigendom niet meer bij akte behoeft te worden geleverd. De akte waarvoor het vonnis van de rechtbank in de plaats treedt is dus niet een akte als bedoeld in art. 3:301 BW, zodat het tweede lid van dit artikel, waarin is bepaald dat een rechtsmiddel op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen acht dagen na het instellen dient te worden ingeschreven in de registers (art. 433 Rv), niet van toepassing is. Lees verder >

Uitleg van een contractuele renteclausule in een notariële akte (Haviltex)

CB 2016-126 Geplaatst op 22 jul 2016 door

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1511

De objectieve maatstaf voor de uitleg van notariële leverings- en vestigingsakten geldt niet voor de uitleg van de daaraan ten grondslag liggende obligatoire partijafspraken. In dit geval gaat het om de uitleg van een in de hypotheekakte opgenomen contractuele renteclausule, die alleen een rol speelt in de verhouding tussen de oorspronkelijke contractspartijen. Die uitleg dient te geschieden aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Lees verder >

Geen verdeling van (brand)verzekeringspenningen die zijn gestort op de bankrekening van de VvE

CB 2016-79 Geplaatst op 26 apr 2016 door

HR 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:719

Het is aan de Vereniging van Eigenaren (VvE) te beslissen – met inachtneming van art. 5:136 lid 2 BW – op welke wijze het herstel zal plaatsvinden en wanneer en aan wie de verzekeringspenningen daartoe worden (door)betaald. Geschillen daarover kunnen op de voet van art. 5:138 BW op verzoek van de meest gerede partij aan de kantonrechter voorgelegd worden. Het verzoek moet alsdan worden gericht tegen de VvE. Lees verder >

Pandrecht op gesecureerde vordering

CB 2016-30 Geplaatst op 11 feb 2016 door

HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3619 (ABN AMRO / Marell)

De houder van een openbaar pandrecht op een vordering kan ook de aan deze vordering verbonden zekerheden uitwinnen. Lees verder >

Pagina 1 van 612345...Minst recente »