Selecteer een pagina

Dossier: Verzekeringsrecht


HR 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1174 (X/NH1816)

De redelijke kosten gemaakt voor het vaststellen van de schade zijn op grond van art. 7:959 lid 1 BW altijd gedekt onder de verzekeringsovereenkomst, tenzij dekking is uitgesloten. In het geval dat de verzekeringnemer een consument is, kan dekking alleen worden uitgesloten voor zover de kosten de verzekerde som overschrijden. (meer…)

HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:719

In deze zaak over broei in houtpellets geeft de Hoge Raad antwoord op twee voor de praktijk relevante vragen. Is de omstandigheid dat de moedervennootschap een geconsolideerde jaarrekening heeft gepubliceerd voldoende om de dochtervennootschap een beroep op de vernietigingsgronden van de algemene-voorwaardenregeling te ontzeggen? Is de bewaargever in beginsel risicoaansprakelijk voor de door de bewaarnemer geleden schade, ook als de bewaargever een verwijt kan worden gemaakt?  (meer…)

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:616

De benadeelde kan terugvallen op de bescherming die de directe actie hem biedt, ook als zijn eigen rechtsvordering op de aansprakelijkheidsverzekeraar is verjaard. Dat dient het belang van slachtofferbescherming en leidt voor de aansprakelijkheidsverzekeraar niet tot nadeel. (meer…)

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:588

(i) Kosten van onderhoud kunnen normaal niet op de voet van art. 7:957 lid 2 BW voor rekening van de verzekeraar worden gebracht. De kosten van een maatregel die vereist is om onmiddellijk gevaar af te wenden of om de schade te beperken kunnen echter wel als zodanige bereddingskosten worden aangemerkt, ook al zouden deze kosten in andere omstandigheden tot de kosten van het normale onderhoud behoren.
(ii) Als beredding bestaat in verwijdering van de schadeveroorzakende zaak kan het zo zijn dat ook kosten van vervanging als kosten van beredding moeten worden aangemerkt, omdat de enkele verwijdering weliswaar doelmatig zou zijn, maar het verlies van de functie van die zaak redelijkerwijs niet of niet volledig voor risico van de verzekerde of verzekeringnemer behoort te komen. (meer…)

HR 11 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:162

Bij werknemerspensioenen moeten worden onderscheiden de rechtsverhoudingen tussen (i) werkgever en werknemer (de pensioentoezegging), (ii) werkgever en pensioenverzekeraar of -fonds (ter uitvoering van de pensioentoezegging) en (iii) werknemer en pensioenverzekeraar of -fonds (om de aanspraak van de werknemer te bepalen). (meer…)

HR 11 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:166

De verzekeringnemer van een beleggingsverzekering kan aanspraak hebben op de rechtsbescherming van het burgerlijke recht – in aanvulling op de bescherming die voortvloeit uit het Europese recht – ook in een geval waarin de verzekeraar de informatieplichten van (het Europeesrechtelijke) art. 31 lid 3 DLR heeft nageleefd. (meer…)