Dossier: Verzekeringsrecht


HR 7 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:853 (Conductore B.V./Zilveren Kruis Achmea c.s.)

(1) Art. 13 lid 1 Zvw en het daarin neergelegde “hinderpaalcriterium” staan er niet aan in de weg dat de zorgverzekeraar de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg stelt op een generiek vergoedingspercentage (“vlaktaks”).
(2) De vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg hoeft niet te zijn gerelateerd aan specifieke extra (administratie) kosten die zijn gemoeid met de afwikkeling van niet-gecontracteerde zorg.
(3) Bij de vraag of een generiek vergoedings- of kortingspercentage een feitelijke hinderpaal voor het inroepen van niet-gecontracteerde zorg oplevert, moet worden uitgegaan van de gemiddelde (modale) verzekerde en niet van de gemiddelde minst draagkrachtige verzekerde. (meer…)

HR 1 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:150

Een directe actie van de benadeelde jegens de aansprakelijkheidsverzekeraar ter zake van schade door dood of letsel (art. 7:954), kan ook worden ingesteld in het geval waarin de aansprakelijke partij heeft opgehouden te bestaan nadat de schade is opgetreden. In een dergelijk geval kan de benadeelde betaling verlangen van de verzekeraar, zonder dat vereist is dat de (inmiddels opgeheven) verzekerde rechtspersoon de verwezenlijking van het risico bij de verzekeraar heeft gemeld, zulks in afwijking van de hoofdregel.  (meer…)

HR 5 oktober 2018 ECLI:NL:HR:2018:1841

Relevantie van afwijkend acceptatiebeleid

De verzekeraar die een acceptatiebeleid hanteert dat afwijkt van dat van een redelijk handelend verzekeraar, kan zich daarop alleen ten nadele van de verzekeringnemer beroepen als hij aantoont dat de verzekeringnemer bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst wist of behoorde te begrijpen welk acceptatiebeleid de verzekeraar hanteerde. Alleen dan kon de verzekeringnemer immers de relevantie van de niet-medegedeelde feiten of omstandigheden binnen dat acceptatiebeleid overzien. (meer…)

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1103 (Allianz c.s. / X)

Art. 7:941 lid 5 BW is niet analoog van toepassing op de verhouding tussen de derde-claimant en de WAM-verzekeraar. Art. 7:941 lid 5 BW is geschreven voor een specifieke contractuele rechtsverhouding en heeft bovendien een sanctiekarakter. De (potentieel) verstrekkende gevolgen van deze sanctie (verval van het recht op uitkering) brengen mee dat zij een wettelijke basis dient te hebben. Voor het aanvaarden van een algemene buitenwettelijke regel die meebrengt dat bij opzettelijke misleiding van de verzekeraar door de derde-claimant het eigen recht van art. 6 WAM vervalt, is geen plaats. (meer…)

HR 6 juli 2018 ECLI:NL:HR:2018:1102

 Het hof heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat  verklaringen en gedragingen die zijn gedaan door de verzekeringnemer na de schriftelijke mededeling van aanwijzing van de begunstigde, mede een rol kunnen spelen bij de uitleg van de aanwijzing van de begunstigde bij een levensverzekering, voor zover zij kunnen bijdragen aan het vaststellen van de bedoeling van de verzekeringnemer ten tijde van de aanwijzing.  (meer…)

HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:877

Het begrip ‘in het verkeer’ als bedoeld in artikel 3 lid 1 WAM dient in overeenstemming met artikel 3, eerste alinea, WAM-richtlijn (Richtlijn 2009/103/EG) te worden uitgelegd. Uit jurisprudentie van het HvJEU volgt dat ‘deelneming aan het verkeer van voertuigen’ in de zin van artikel 3, eerste alinea, WAM-richtlijn ziet op elk gebruik van een voertuig dat overeenstemt met de gebruikelijke functie. Telkens als een voertuig als een vervoermiddel wordt gebruikt, is sprake van deelneming aan het verkeer. Deelneming aan het verkeer is niet beperkt tot situaties op de openbare weg. (meer…)