Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Verzekeringsrecht

Art. 7:941 lid 5 BW is niet analoog van toepassing op verhouding derde-claimant en WAM-verzekeraar

CB 2018-129 Geplaatst op 16 jul 2018 door

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1103 (Allianz c.s. / X)

Art. 7:941 lid 5 BW is niet analoog van toepassing op de verhouding tussen de derde-claimant en de WAM-verzekeraar. Art. 7:941 lid 5 BW is geschreven voor een specifieke contractuele rechtsverhouding en heeft bovendien een sanctiekarakter. De (potentieel) verstrekkende gevolgen van deze sanctie (verval van het recht op uitkering) brengen mee dat zij een wettelijke basis dient te hebben. Voor het aanvaarden van een algemene buitenwettelijke regel die meebrengt dat bij opzettelijke misleiding van de verzekeraar door de derde-claimant het eigen recht van art. 6 WAM vervalt, is geen plaats. Lees verder >

Uitleg en derogerende werking redelijkheid en billijkheid bij aanwijzing begunstigde

CB 2018-125 Geplaatst op 12 jul 2018 door

HR 6 juli 2018 ECLI:NL:HR:2018:1102

 Het hof heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat  verklaringen en gedragingen die zijn gedaan door de verzekeringnemer na de schriftelijke mededeling van aanwijzing van de begunstigde, mede een rol kunnen spelen bij de uitleg van de aanwijzing van de begunstigde bij een levensverzekering, voor zover zij kunnen bijdragen aan het vaststellen van de bedoeling van de verzekeringnemer ten tijde van de aanwijzing.  Lees verder >

Hoge Raad laat zich uit over de uitleg en reikwijdte van art. 3 lid 1 WAM

CB 2018-107 Geplaatst op 21 jun 2018 door

HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:877

Het begrip ‘in het verkeer’ als bedoeld in artikel 3 lid 1 WAM dient in overeenstemming met artikel 3, eerste alinea, WAM-richtlijn (Richtlijn 2009/103/EG) te worden uitgelegd. Uit jurisprudentie van het HvJEU volgt dat ‘deelneming aan het verkeer van voertuigen’ in de zin van artikel 3, eerste alinea, WAM-richtlijn ziet op elk gebruik van een voertuig dat overeenstemt met de gebruikelijke functie. Telkens als een voertuig als een vervoermiddel wordt gebruikt, is sprake van deelneming aan het verkeer. Deelneming aan het verkeer is niet beperkt tot situaties op de openbare weg. Lees verder >

Uitleg van de opzetclausule in de AVP-verzekering

CB 2018-88 Geplaatst op 24 mei 2018 door

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601 (Reaal/Verweerders)

Voor toepassing van de ‘nieuwe opzetclausule’ in de AVP-verzekering is uitgangspunt dat sprake moet zijn van een opzettelijke en wederrechtelijke gedraging van de verzekerde die objectief bezien gericht is op het doen ontstaan van letsel of zaakschade, en waarbij het in feite toegebrachte letsel of de zaakschade naar objectieve maatstaven als een te verwachten of normaal gevolg van de desbetreffende gedraging kan worden aangemerkt. Mede gelet op de functie van de AVP-verzekering in het maatschappelijk verkeer kan er echter grond zijn om bij een schadevoorval dat op zichzelf aan de vereisten van de opzetclausule voldoet, te oordelen dat deze clausule gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval toch niet van toepassing is. Lees verder >

Onmiddellijke werking verjaringsbepaling art. 7:942 (oud) BW is in dit geval onaanvaardbaar

CB 2018-87 Geplaatst op 24 mei 2018 door

HR 18 mei 2018 ECLI:NL:HR:2018:726

Nadat de Hoge Raad in 2015 reeds had bepaald dat art. 7:942 (oud) BW onmiddellijke werking toekomt, had het hof na verwijzing geoordeeld dat de onmiddellijke werking in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid op grond van art. 75 Ow NBW onaanvaardbaar is. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat dit terecht is. Er bestaat redelijkerwijs twijfel of de wetgever zich bewust is geweest van de gevolgen van de onmiddellijke werking. De onmiddellijke werking brengt een zware financiële en administratieve last mee voor de verzekeraar en de eventuele in het gedrang zijnde rechtsbescherming van een verzekerde weegt niet op tegen die lasten. Lees verder >

Betekenis standpunten Zorginstituut voor invulling criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’ in het Besluit zorgverzekering

CB 2018-73 Geplaatst op 25 apr 2018 door

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:469 (Menzis en Zorginstituut/X)

(1) Bij de beantwoording van de vraag of een bepaalde vorm van zorg behoort tot de ‘stand van de wetenschap en praktijk’ (art. 2.1 lid 2 Besluit zorgverzekering) moet in beginsel worden uitgegaan van de standpunten en richtlijnen die het Zorginstituut daarover heeft ingenomen. De zorgverzekeraar of rechter die daarvan wil afwijken, moet dat deugdelijk motiveren.
(2) De stelplicht en bewijslast dat een behandeling behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk ligt in beginsel bij de verzekerde. Op de zorgverzekeraar rust in dit verband geen verzwaarde stelplicht. Lees verder >

Afsluiting WAM-verzekering na ongeval: WAM-verzekeraar hoeft jegens de benadeelde geen dekking te verlenen

CB 2018-10 Geplaatst op 08 jan 2018 door

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3268

Afsluiting van een WAM-verzekering nadat met een motorrijtuig een ongeval is veroorzaakt. De WAM-verzekeraar is jegens de benadeelde niet gehouden dekking te verlenen indien volgens de verzekeringsovereenkomst de dekking pas ná het ongeval is ingegaan, ook al is in het RDW-register als ingangsdatum van de WAM-verzekering de datum van het ongeval geregistreerd. Lees verder >

Hoge Raad over mededelingsplicht in periode tussen invullen vragenlijst en acceptatie verzekering

CB 2017-172 Geplaatst op 27 sep 2017 door

HR 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2447

Als de verzekeraar uitdrukkelijk erop heeft gewezen dat wijzigingen in de periode tussen de invulling van het vragenformulier en de acceptatie van de verzekering dienen te worden gemeld, dienen bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schending van de mededelingsplicht (art. 7:928 BW) geen zwaardere eisen te worden gesteld aan het kenbaarheidsvereiste dan bij het invullen van het vragenformulier. Lees verder >

Uitleg kredietverzekeringsovereenkomst; uiterste factureringstermijn

CB 2017-127 Geplaatst op 06 jul 2017 door

HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1060

Het oordeel van het hof inhoudende dat de kredietverzekering geen dekking biedt voor de onbetaalde facturen, omdat de uiterste factureringstermijn zou zijn verstreken is, gelet op het bepaalde in de onderaannemingsovereenkomst en de daarop toepasselijke voorwaarden, onbegrijpelijk. Lees verder >

Uitleg primaire dekkingsomschrijving machineschadeverzekering aan de hand van uitsluitingsbepaling onbegrijpelijk

CB 2017-115 Geplaatst op 16 jun 2017 door

HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1055

Het oordeel van het hof dat de bewoordingen “plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging” uit art. 2.1 verzekeringsvoorwaarden niet als een afzonderlijke voorwaarde voor dekking moeten worden gezien, is niet zonder meer begrijpelijk. Dit oordeel kan niet worden gedragen door art. 3.9 verzekeringsvoorwaarden, dat corrosie, die is veroorzaakt door de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak, van dekking uitsluit. Lees verder >

Pagina 1 van 512345