Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Verzekeringsrecht

Hoge Raad verduidelijkt maatstaf voor opzet tot misleiding als bedoeld in art. 7:930 lid 5 BW

CB 2016-60 Geplaatst op 31 mrt 2016 door

HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:507 (Eiser/ASR Schadeverzekeringen N.V.)

Van opzet tot misleiding als bedoeld in art. 7:930 lid 5 BW is sprake indien de verzekeringnemer feiten of omstandigheden niet aan de verzekeraar heeft medegedeeld die hij kent of behoort te kennen en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar of, en zo ja, op welke voorwaarden, hij de verzekering zal willen sluiten, afhangt of kan afhangen, terwijl de verzekeringnemer aldus heeft gehandeld met de bedoeling de verzekeraar ertoe te bewegen een overeenkomst aan te gaan die hij anders niet of niet op dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten. Lees verder >

Verzwijging opzegging vorige verzekering; zorgplicht assurantietussenpersoon

CB 2016-55 Geplaatst op 17 mrt 2016 door

HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:336 (X / Aegon c.s.)

De zorg die van een redelijk bekwame en redelijk handelende assurantietussenpersoon mag worden verwacht, brengt mee dat hij aan de verzekeraar voldoende inlichtingen geeft om deze ervan te weerhouden naderhand een beroep te doen op art. 251 (oud) WvK of art. 7:928 BW. Dit brengt ook mee dat deze, indien hij bekend is met een opzegging door een verzekeraar van een eerdere verzekeringsovereenkomst, zijn cliënt nader over de achtergrond van die opzegging dient te bevragen.  Lees verder >

Verjaring onder oud verzekeringsrecht: eisen art. 7:942 (oud) BW gelden ook voor tweede of latere afwijzing door verzekeraar

CB 2016-45 Geplaatst op 03 mrt 2016 door

HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:335 (X/ASR Schadeverzekering N.V.)

Het tot 1 juli 2010 geldende art. 7:942 lid 2 (oud) BW moet aldus worden uitgelegd dat in geval van een tweede (of volgende) schriftelijke aanspraak van de tot uitkering gerechtigde, na een eerdere afwijzing door de verzekeraar, slechts dan een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen indien de verzekeraar opnieuw bij aangetekende brief ondubbelzinnig heeft medegedeeld de aanspraak af te wijzen, onder de eveneens ondubbelzinnige vermelding van het in lid 3 vermelde rechtsgevolg. Dit rechtsgevolg houdt in dat de rechtsvordering in geval van afwijzing door verloop van zes maanden verjaart.  Lees verder >

Overgangsrecht bij oud verzekeringsrecht: aan de afwijzing van een aanspraak te stellen eisen

CB 2016-10 Geplaatst op 21 jan 2016 door

HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3618

De verjaringstermijn van art. 7:942 lid 3 (oud) BW vangt pas aan nadat de verzekeraar de aanspraak op uitkering heeft afgewezen op de door art. 7:942 lid 2 (oud) BW voorgeschreven wijze. Lees verder >

De billijkheidscorrectie bij regres tussen verzekeraars: subrogatie in zieligheid?

CB 2015-125 Geplaatst op 13 aug 2015 door

HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1873 (Achmea/Menzis)

Gelet op art. 7:962 lid 1 BW moet uitgangspunt zijn dat de billijkheidscorrectie van art. 6:101 lid 1 BW doorwerkt in de (regres)verhouding tussen verzekeraars op gelijke wijze als deze zou gelden in de verhouding tussen de verzekerden. Dat geldt ook indien de billijkheidscorrectie verband houdt met subjectieve omstandigheden aan de zijde van de verzekerde. Lees verder >

Zorgverzekering: slechts bij hoge uitzondering vergoeding van zorg buiten het verzekerde basispakket mogelijk

CB 2015-2 Geplaatst op 07 jan 2015 door

HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3679 (VGZ/Verweerders)

Een zorgverzekeraar kan in beginsel niet worden verplicht tot het verstrekken of vergoeden van zorg die geen deel uitmaakt van het verzekerde basispakket. De dwingendrechtelijke beperking van de dekking tot het verzekerd pakket berust immers op een uitdrukkelijk gemaakte afweging van de wetgever. De rechter kan in die afweging in beginsel niet treden, tenzij het resultaat daarvan in strijd zou komen met rechtstreeks werkend internationaal recht. Als echter sprake is van bijzondere omstandigheden die niet zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever, kan dit aanleiding geven tot een andere uitkomst dan waartoe strikte toepassing van de wet leidt. Dergelijke bijzondere omstandigheden kunnen slechts bij hoge uitzondering worden aangenomen. Lees verder >

Uitsluiting subrogatie verzekeraar jegens collega’s (art. 7:962 lid 3 BW) geldt niet voor ingeleend personeel

CB 2014-188 Geplaatst op 03 dec 2014 door

HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3461 (Anderzorg/X en London Verzekeringen)

Gelet op de strekking van art. 7:962 lid 3 BW, zoals deze blijkt uit de totstandkomingsgeschiedenis, moet worden aangenomen dat de wetgever een formeel-juridisch begrip “werkgever” voorstaat. Het als “werknemer” aanmerken van ingeleend personeel past daarom niet bij de strekking van deze bepaling. De vraag of het subrogatieverbod van art. 7:962 lid 3 BW geldt, moet worden beoordeeld naar het moment van de schadetoebrengende gebeurtenis, zodat een later ontslag van de werknemer de subrogatie niet doet ‘herleven’. Lees verder >

Prejudiciële vragen aan HvJ EU over vrije advocaatkeuze en de ontslagprocedure ex art. 6 BBA

CB 2014-149 Geplaatst op 03 okt 2014 door

HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2901 (Y/DAS Rechtsbijstand)

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie over het recht op vrije advocaatkeuze bij een ontslagprocedure ex art. 6 BBA. De vraag wordt gesteld in het kader van een (eveneens) prejudiciële procedure bij de Hoge Raad, waarbij aan de Hoge Raad de vraag werd voorgelegd of de art. 6 BBA-ontslagprocedure kwalificeert als “gerechtelijke of administratieve procedure” als bedoeld in art. 4:67 Wft en art. 4 lid 1 sub a richtlijn 87/344/EG. Lees verder >

Art. 13 Zorgverzekeringswet en het hinderpaalcriterium

CB 2014-136 Geplaatst op 18 aug 2014 door

HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1646 (CZ/Stichting Momentum)

Art. 13 lid 1 Zorgverzekeringswet moet aldus worden uitgelegd, dat de door de zorgverzekeraar in het geval van een naturapolis te bepalen vergoeding voor de kosten van niet-gecontracteerde zorgaanbieders niet zo laag mag zijn dat die daardoor voor de verzekerde een feitelijke hinderpaal zou vormen om zich tot een niet-gecontracteerde zorgaanbieder van zijn keuze te wenden. Dat dit ‘hinderpaalcriterium’ niet als een eis van Unierecht uit het arrest Müller-Fauré (HvJEU 13 mei 2003, C-359/99) kan worden afgeleid, noch volgt uit de Richtlijn patiëntenrechten, doet daaraan niet af. Tot het thans aanhangige voorstel tot wijziging van art. 13 Zvw zijn beslag heeft gekregen, maakt het hinderpaalcriterium nog deel uit van art. 13 lid 1 Zvw. Lees verder >

Verweermiddelenregel bij samenloop WAM-verzekeringen in geval van uitkering aan benadeelden (art. 6 WAM) i.p.v. aan verzekerde

CB 2014-133 Geplaatst op 25 jul 2014 door

HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1678 (Goudse Schadeverzekeringen/Aegon Schadeverzekeringen)

In geval van verzekeringsrechtelijke samenloop kan de voor verhaal aangesproken verzekeraar (art. 7:961 lid 3 BW) aan de verhaalzoekende verzekeraar, in weerwil van een door deze verzekeraar gehanteerde harde “na-u”-clausule, tegenwerpen dat hij jegens zijn verzekerde niet tot dekking gehouden is vanwege een geslaagd beroep op verzwijging. Hij kan dit verweer ook tegenwerpen wanneer de verhaalzoekende verzekeraar niet aan de verzekerde, maar – uit hoofde van art. 6 WAM – rechtstreeks aan de benadeelden heeft uitgekeerd, jegens wie de aangesproken verzekeraar ingevolge art. 11 WAM geen beroep op de verzwijging kan doen. Lees verder >

Pagina 3 van 512345