Selecteer een pagina

Alle berichten van: Paul Tanja


HR 24 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:743

Dit arrest van de Hoge Raad betreft een geval van mogelijk niet-toegestane advisering door een tussenpersoon in het kader van effectenleaseproducten. Kernvraag was of eigenlijk wel sprake was van advisering. Dat is namelijk een vergunningsplichtige dienst onder de Wet op het financieel toezicht en de oude Wet toezicht effectenverkeer 1995. (meer…)

HR 19 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:642

Centrale vraag is of een Russische vennootschap die is onderworpen aan de EU-sancties tegen Rusland, de vergader- en stemrechten kan uitoefenen die zijn verbonden aan door haar gehouden certificaten van aandelen in een Nederlandse kapitaalvennootschap. Volgens de Hoge Raad bestaat daarover redelijke twijfel. De Hoge Raad wil daarom prejudiciële vragen stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) over de uitleg van Verordening 269/2014. (meer…)

HR 22 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:464 

Centrale vraag is of de stand in de vernietigingsprocedure moet leiden tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van drie arbitrale beslissingen. De Hoge Raad beantwoordt die vraag ontkennend. (meer…)

HR 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:258

Er is geen reden om bedingen die de verzekeraar inroept om uitkering geheel of ten dele te weigeren, op voorhand te onderscheiden in bedingen waarbij een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid niet kan slagen (dat was bij primaire dekkingsomschrijvingen zo) en bedingen waarbij dat onder omstandigheden wel kan (dat was bij preventiegarantievoorwaarden het geval). De Hoge Raad laat dit onderscheid los. Bij beantwoording van de vraag of een beroep op een beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, hoeft bij verzekeringsovereenkomsten geen andere benadering te worden gevolgd dan bij andere overeenkomsten. (meer…)

HR 9 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:208  (Rookie B.V. / ABC Hekwerk Participaties B.V.)

Als een overeenkomst van koop van aandelen wordt vernietigd wegens een wilsgebrek, brengt de enkele omstandigheid dat de verkoper de aandelen al heeft overgedragen aan de koper, nog niet mee dat de gevolgen van de overeenkomst bezwaarlijk ongedaan kunnen worden gemaakt als bedoeld in art. 3:53 lid 2 BW. Evenmin is het enkele feit dat een partij wordt benadeeld door de vernietiging voldoende grond om art. 3:53 lid 2 BW toe te passen.  (meer…)

Cassatieblog.nl