Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

schadevergoeding

Doorbreking aansprakelijkheidslimiet personenvervoer over binnenwateren en art. 1 EP EVRM

CB 2018-93 Geplaatst op 30 mei 2018 door

HR 18 mei 2018 ECLI:NL:HR:2018:729

(i) Er is bij de aansprakelijkheidslimiet in art. 8:983 lid 1 BW niet sprake van bijzondere, niet in de afweging van de wetgever verdisconteerde, omstandigheden. Indien wordt aangenomen dat het recht op volledige schadevergoeding in beginsel door art. 1 EP EVRM wordt gewaarborgd (dat laat de Hoge Raad in het midden) en er dus een inbreuk is op het eigendomsrecht als de aansprakelijkheid wordt gelimiteerd, kan vanwege het algemeen belang dat de aansprakelijkheid – ook bij dood of letsel van de reiziger – kan worden beperkt, niet worden gezegd dat de wetgever niet tot de bepaling van art. 8:983 lid 1 BW had mogen komen.

(ii) De algemene maatregelen van bestuur waarbij de limiet niet is verhoogd – ondanks de verhogingen bij regelingen van andere vervoersmodaliteiten, waaronder het CLNI waarop de wetgever zich had kunnen oriënteren – kunnen op grond van art. 6:248 lid 2 geheel of ten dele buiten toepassing worden gelaten, mede gelet op de ernst van het letsel.

(iii) De verhoging van de limiet gaat de taak van de rechter te buiten, voor zover niet kan worden aangeknoopt bij objectieve maatstaven. Bij de inflatie kan dat wel en daarom mocht het hof de limiet doorbreken voor zover de wetgever niet rekening had gehouden met de geldontwaarding. Dat oordeel doorstaat de “fair-balance” toets. Lees verder >

Beëindiging van een raamovereenkomst inzake een digitaliseringsproject

CB 2018-55 Geplaatst op 04 apr 2018 door

  HR 23 maart 2018 ECLI:NL:HR:2018:426

In geschil is of een raamovereenkomst inzake het leveren van een geïntegreerd computersysteem rechtsgeldig door JBZ is beëindigd. Het hof heeft voor recht verklaard dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden en de vorderingen uit ongedaanmaking en schadevergoeding toegewezen. In cassatie is onder meer geklaagd over dat het hof heeft miskend dat ongedaanmaking en schadevergoeding alleen toewijsbaar zijn ingeval van ontbinding op grond van tekortkoming in de nakoming en niet zonder meer bij enkele inroeping van een contractuele opzeggingsgrond. Het hof heeft daarbij ten onrechte geen aandacht besteed aan het verweer van Alert dat het artikel in de raamovereenkomst geen ontbindingsgrond, maar een opzeggingsmogelijkheid inhoudt. Lees verder >

Aan de juridische eigenaar die de economische eigendom van het onteigende heeft overgedragen kan bijkomende schade worden vergoed

CB 2018-20 Geplaatst op 18 jan 2018 door

HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3141 (Staat/X)

Wanneer de economische eigendom van een onteigend perceel is overgedragen, maar het de juridische eigenaar is die op het onteigende een bedrijf uitoefent, kan de juridische eigenaar recht hebben op vergoeding van de schade die hij als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de onteigening lijdt. Het uitgangspunt is dat schadevergoeding van bijkomende schade in verband met de bedrijfsuitoefening op het onteigende, op haar plaats is als dat ook zo zou zijn geweest als er geen sprake was geweest van economische eigendomsoverdracht van de onroerende zaak. Lees verder >

Alleen individuele en buitensporige last door regime-wijziging kansspelautomaten als deze last zwaarder is dan bij branchegenoten

CB 2017-57 Geplaatst op 21 mrt 2017 door

HR (Belastingkamer) 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:442

(Staatssecretaris van Financiën/belanghebbende)

De keuze van de wetgever om kansspelautomaten met ingang van 1 juli 2008 naar dezelfde grondslag in de heffing van kansspelbelasting te betrekken als tafelspelen in een casino, kan voor een belastingplichtige alleen dan leiden tot een individuele en buitensporige last indien en voor zover deze last zich in diens geval sterker laat voelen dan in het algemeen. Dat kan zich bij belanghebbende alleen voordoen als bijzondere, niet voor alle exploitanten van kansspelautomaten geldende, feiten en omstandigheden een buitensporige last voor haar teweegbrengen. Lees verder >

Drie lessen van de Hoge Raad over toerekening van schade (art. 6:98 BW)

CB 2017-49 Geplaatst op 09 mrt 2017 door

Geld-muntenHR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:214 (Avi/Verweerster)

(1) Bij de toerekening van schade ex art. 6:98 BW kan ook een rol spelen wat naar objectief inzicht voorzienbaar of waarschijnlijk was. Lees verder >

Causaliteitsmaatstaf bij onrechtmatige bestuursbesluiten

CB 2017-8 Geplaatst op 19 jan 2017 door

HR 6 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:18 (UWV/verweerder)

In die gevallen waarin het causaal verband tussen een onrechtmatig besluit van een bestuursorgaan en schade niet afhankelijk is van een nieuw besluit van dat bestuursorgaan, dient het bestaan van het causaal verband te worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf hoe het bestuursorgaan zou hebben gehandeld of beslist indien het dat onrechtmatige besluit niet zou hebben genomen. Lees verder >

Directe schade of voordeelstoerekening? - bij een doorberekeningsverweer is de keuze aan de rechter

CB 2016-138 Geplaatst op 18 aug 2016 door

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483 (TenneT c.s. / ABB c.s.)

Bij de beoordeling van een doorberekeningsverweer als hier aan de orde maakt het volgens de Hoge Raad in beginsel niet uit of de benadering van de directe schade of die van de voordeelstoerekening wordt gevolgd. Dat oordeel wordt gegeven nadat de Hoge Raad de eisen in het kader van voordeelstoerekening bij dit verweer heeft vereenvoudigd. Lees verder >

Betalingsverplichtingen van werkgever jegens pensioenuitvoerder na opzegging van uitvoeringsovereenkomst

CB 2016-109 Geplaatst op 17 jun 2016 door

HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1134 (Pensioenfonds Alcatel-Lucent/Alcatel-Lucent)

Ook als een overeenkomst voorziet in een opzeggingsregeling, kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst onder omstandigheden in de weg staan aan opzegging, opzegging zonder zwaarwegende grond, opzegging op een bepaald moment of opzegging zonder aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. ‘s Hofs oordeel dat Alcatel-Lucent na het einde van de door haar opgezegde uitvoeringsovereenkomst geen betalingsverplichtingen meer heeft jegens het Pensioenfonds, is onbegrijpelijk. Lees verder >

Geen vermogensschade zonder achteruitgang en rechtens te respecteren belang bij herstel

CB 2013-9 Geplaatst op 16 jan 2013 door

HR 11 januari 2013, LJN BX9830

De rechter kan oordelen dat er geen vermogensschade is geleden, als een vergelijking van de oude met de nieuwe toestand aan het licht brengt dat de nieuwe toestand voor de partij die schadevergoeding verlangt geen achteruitgang inhoudt ten opzichte van de oude, en die partij er geen rechtens te respecteren belang bij heeft dat de oude toestand wordt hersteld. De schade dient in beginsel te worden begroot naar het moment waarop zij wordt geleden, maar gebeurtenissen van later datum kunnen meebrengen dat van de getroffene in redelijkheid kan worden verlangd dat hij zijn aanspraak beperkt. Lees verder >

Schadevergoeding en verknochtheid (art. 1:94 lid 3 BW): ook uitgekeerd smartengeld kan verknocht zijn

CB 2012-236 Geplaatst op 12 dec 2012 door

HR 7 december 2012, LJN BY0957

Indien een der echtgenoten een vergoeding ontvangt van schade die deze echtgenoot heeft geleden als gevolg van een ongeval is niet reeds sprake van verknochtheid in de zin van art. 1:94 lid 3 BW, indien die vergoeding naar haar aard uitsluitend is afgestemd op de aan de persoon van die echtgenoot verbonden nadelige gevolgen van het ongeval. De echtgenoot die zich op art. 1:94 lid 3 BW beroept, zal ten minste (tevens) moeten stellen op welke schade(n) van de bij het ongeval betrokken echtgenoot de vergoeding betrekking heeft (HR 3 november 2006, LJN AX7805, NJ 2008/258). De opvatting dat alleen een aanspraak op smartengeld verknocht kan zijn en niet de in verband daarmee uitgekeerde gelden, is onjuist. Lees verder >