Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: onrechtmatige daad


Hoge Raad 5 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:847

In deze cassatievlog bespreekt Jellis Jansen in 4 minuten het arrest van de Hoge Raad in de zaak tussen Digital Revolution en HP. De zaak draait om de software die HP gebruikt om te bepalen welke inktcartridges wel en niet werken met HP-printers. Verkoper van huismerkcartridges, Digital Revolution, meent dat HP misbruik maakt van haar machtspositie en partijen beschuldigen elkaar over en weer van misleidende en oneerlijke handelspraktijken. In het arrest gaat de Hoge Raad in op de verdeling en omvang van de stelplicht en bewijslast bij een beroep op schending van het mededingingsrecht.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #166 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 10 april 2026 ECLI:NL:HR:2026:596

Deze uitspraak gaat over de verdeling van aansprakelijkheid binnen een onderneming voor een boete wegens een overtreding van de mededingingsregels. Deze verdeling is een kwestie van nationaal recht. Een inbreuk op het mededingingsrecht door een dochtermaatschappij is niet zonder meer onrechtmatig jegens haar moedermaatschappij, zo oordeelt de Hoge Raad. (meer…)

Cassatieblog HR 14 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:258 (eiser/Gemeente Montfoort)

Bij het wijzen van zijn eindarrest was het hof in beginsel gebonden aan zijn in zijn tussenarrest uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven beslissing over de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Wel stond het het hof vrij om – nadat partijen de gelegenheid hadden gekregen zich daarover uit te laten – deze bindende eindbeslissing te heroverwegen om te voorkomen dat het uitspraak zou doen op een feitelijk of juridisch onjuiste grondslag. (meer…)

Hoge Raad 14 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:258

In deze zaak bevestigt de Hoge Raad nog eens dat de rechter in beginsel alleen mag terugkomen van een bindende eindbeslissing in een tussenuitspraak nadat partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over een voornemen daartoe. Als de rechter meent dat plaats is voor een uitzondering op die regel, moet hij motiveren waarom dat zo is. Gijsbrecht Nieuwland bespreekt de uitspraak.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

HR 12 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:17 (Afzinkkelder)

(1) Van een inbreuk op een recht als bedoeld in art. 6:162 lid 2 BW is niet al sprake op grond van de enkele omstandigheid dat een gedraging letsel of zaaksbeschadiging als voorzienbaar gevolg heeft; een zodanige gedraging is in het algemeen alleen onrechtmatig als zij in strijd is met een norm van geschreven of ongeschreven recht die ertoe strekt letsel of zaaksbeschadiging te voorkomen.
(2) Ook wanneer een bouwer bij de voorbereiding en uitvoering van de bouwwerkzaamheden voldoende maatregelen heeft getroffen ter voorkoming van schade aan zaken van derden en de werkzaamheden op zorgvuldige wijze heeft uitgevoerd, kan hij uit onrechtmatige daad aansprakelijk zijn voor de schade die derden door de bouwwerkzaamheden hebben geleden.

(meer…)

Cassatieblog.nl