Wvggz: verplichte toediening van testosteronverlagende medicatie en ambtshalve toetsing ontvankelijkheid klacht
HR 20 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:461
(1) De Wvggz biedt een wettelijke grondslag voor het toedienen van een testosteronverlagend middel in het kader van medische behandeling. Hierbij gelden de eisen van terughoudendheid die verplichte medicatie steeds in acht moeten worden genomen. Het binnen dit kader gerechtvaardigd toedienen van dergelijke medicatie vormt geen inbreuk op de door art. 8 EVRM beschermde rechten van de betrokkene.
(2) In de klachtprocedure kan alleen worden geklaagd op de limitatief opgesomde gronden in art. 10:3 Wvggz en (dus) niet over de inhoud van de crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging als zodanig. Op grond van art. 10:10 Wvggz kan de rechter een verzoek op grond van art. 10:7 Wvggz ter verkrijging van een rechterlijke beslissing op de klacht niet-ontvankelijk verklaren. De rechter dient ambtshalve te beoordelen of deze bijzondere rechtsgang openstaat.
Exhibitieplicht ex art. 843a (oud) Rv: inzageverzoek hoeft niet in verlengde van eerder bewijsbeslag te liggen
HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:413
Bij een inzageverzoek op grond van art. 843a (oud) Rv dat volgt op een eerder bewijsbeslag is niet vereist dat de rechtsbetrekking die aan het verzoek ten grondslag wordt gelegd in het verlengde ligt van de grondslag van het voorafgaande bewijsbeslag. Verder kan het inzageverzoek ook betrekking hebben op andere bescheiden dan waarop eerder bewijsbeslag is gelegd. (meer…)
Rechtsmiddelen en overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
6 februari 2026 ECLI:NL:HR:2026:201
Deze uitspraak gaat over de uitleg van het overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Deze wet is op 1 januari 2025 in werking getreden. In deze wet is onder andere een nieuwe regeling voor het inzagerecht opgenomen. Omdat het overgangsrecht in deze wet summierlijk geregeld is, zijn in de praktijk vragen over de uitleg van dat overgangsrecht gerezen. Zo speelt de vraag of naar oud of nieuw recht moet worden bepaald of, en zo ja, binnen welke termijn een rechtsmiddel openstaat. In deze uitspraak, beantwoordt de Hoge Raad onder andere die vraag. (meer…)
Rechtsvermoeden van art. 7:610b BW: wat geldt als referteperiode?
HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:99
De referteperiode uit art. 7:610b BW behoeft niet onmiddellijk vooraf te gaan aan de periode waarop het verzoek tot vaststelling van het aantal arbeidsuren ziet, maar kan ook gelegen zijn in een eerdere of zelfs latere fase van het dienstverband. (meer…)
Als de rechter of de gecertificeerde instelling het pleeggezin voor de minderjarige onvoldoende veilig acht, moet plaatsing in dat gezin voorkomen of beëindigd worden
HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1948 (William Schrikker Stichting, De Raad voor de Kinderbescherming en de belanghebbenden)
Als een screening van een pleeggezin door een pleegzorgaanbieder niet heeft plaatsgevonden, die screening niet positief is, of de pleegzorgaanbieder meent dat de plaatsing grote veiligheidsrisico’s voor het kind met zich brengt en zij daarom geen verantwoordelijkheid (meer) voor die plaatsing wil dragen, brengt dit niet zonder meer mee dat de minderjarige niet in dat pleeggezin geplaatst kan worden of geplaatst kan blijven. Als de rechter of de Gecertificeerde Instelling (GI) echter van oordeel is dat plaatsing in het pleeggezin voor de minderjarige onvoldoende veilig is, moet plaatsing in dat gezin voorkomen of beëindigd worden.
Voor ouders van een minderjarig kind dat onder voogdij staat, bestaat geen regeling voor geschillen over de uitvoering van voogdij. Dit is geen hiaat in de wetgeving waarin de rechter zou moeten voorzien. (meer…)
Recente berichten
- Ontvankelijkheid van verkeerd ingediend beroepschrift
- Cassatievlog #162 | Onrechtmatige mededingingsinbreuk jegens moedermaatschappij
- Cassatievlog #161 | Verkeerd ingediend beroepschrift
- Wvggz: verplichte toediening van testosteronverlagende medicatie en ambtshalve toetsing ontvankelijkheid klacht
- Exhibitieplicht ex art. 843a (oud) Rv: inzageverzoek hoeft niet in verlengde van eerder bewijsbeslag te liggen
- Rechtsmiddelen en overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
- Rechtsvermoeden van art. 7:610b BW: wat geldt als referteperiode?
- Als de rechter of de gecertificeerde instelling het pleeggezin voor de minderjarige onvoldoende veilig acht, moet plaatsing in dat gezin voorkomen of beëindigd worden
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (15)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (339)
- Arbeidsrecht (249)
- Bestuursrecht (1)
- Bijzondere overeenkomsten (47)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (71)
- Erfrecht (44)
- Europees recht (91)
- Financieel recht (56)
- Goederenrecht (96)
- Grondrechten en mensenrechten (65)
- Hoge Raad Algemeen (62)
- Huurrecht (84)
- Huwelijksvermogensrecht (70)
- Insolventierecht (207)
- Intellectuele-eigendomsrecht (118)
- Internationaal privaatrecht (87)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (15)
- Mededingingsrecht (23)
- Omgevingsrecht (1)
- Ondernemingsrecht (104)
- Onteigeningsrecht (72)
- Overheidsrecht (181)
- Pensioenrecht (26)
- Personen- en familierecht (218)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (28)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (151)
- Privacy -AVG (5)
- Proces- en beslagrecht (897)
- Strafrecht (10)
- Verbintenissenrecht (320)
- Vermogensrecht algemeen (93)
- Vervoersrecht (28)
- Verzekeringsrecht (85)
- Wetgeving cassatierechtspraak (14)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (135)