Selecteer een pagina

Alle berichten van: Jan Wertheim


HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:390 (Jansen q.q./Rabobank); ECLI:NL:HR:2026:391 (Rabobank/Louwerier q.q.)

Het verrekeningsverbod van art. 54 lid 1 Fw dat voor banken geldt met betrekking tot inkomende betalingen op de rekening van hun schuldenaar vanaf het peilmoment, geldt ook met betrekking tot de uitgaande betalingen die vanaf dat moment door hun schuldenaar via hen worden verricht. (meer…)

HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1948 (William Schrikker Stichting, De Raad voor de Kinderbescherming en de belanghebbenden)

Als een screening van een pleeggezin door een pleegzorgaanbieder niet heeft plaatsgevonden, die screening niet positief is, of de pleegzorgaanbieder meent dat de plaatsing grote veiligheidsrisico’s voor het kind met zich brengt en zij daarom geen verantwoordelijkheid (meer) voor die plaatsing wil dragen, brengt dit niet zonder meer mee dat de minderjarige niet in dat pleeggezin geplaatst kan worden of geplaatst kan blijven. Als de rechter of de Gecertificeerde Instelling (GI) echter van oordeel is dat plaatsing in het pleeggezin voor de minderjarige onvoldoende veilig is, moet plaatsing in dat gezin voorkomen of beëindigd worden.
Voor ouders van een minderjarig kind dat onder voogdij staat, bestaat geen regeling voor geschillen over de uitvoering van voogdij. Dit is geen hiaat in de wetgeving waarin de rechter zou moeten voorzien. (meer…)

HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:62

Aan het afwerende karakter van een beroep op een vernietigingsgrond van art. 4:62 BW doet niet af dat dit beroep is gedaan in de vorm van een vordering in reconventie. Voor toepasselijkheid van de uitzondering van art. 4:60, aanhef en onder b, BW is de hoedanigheid van de begunstigde op het moment van opmaken van de uiterste wilsbeschikking bepalend. De uitzondering is niet van toepassing op diegene die op grond van een notarieel samenlevingscontract ongehuwd met de erflater samenwoonde. Voor de kwalificatie als beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg in de zin van art. 4:59 lid 1 BW is een BIG-registratie niet vereist.  (meer…)

HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1657

Deze zaak gaat over de rechtspositie van een bestuurder van een Curaçaose vennootschap die, op grond van de daarop betrekking hebbende wettelijke bepalingen van Curaçao, door de Ontvanger aansprakelijk wordt gehouden voor volgens de Ontvanger openstaande belasting- en premieschulden van de vennootschap. Het Gemeenschappelijk Hof heeft over diverse aspecten van de rechtspositie van de bestuurder prejudiciële vragen gesteld. (meer…)

HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1528 (Hartsuiker q.q./Verweerders)

Niet uitgesloten is dat onder omstandigheden op een curator een eigen, uit art. 6:162 BW voortvloeiende rechtsplicht rust om zaken te verwijderen die op enig tijdstip voorafgaand aan het intreden van het faillissement als gevolg van natrekking uit het vermogen van de schuldenaar zijn geraakt en dus niet tot de boedel behoren. (meer…)

Cassatieblog.nl