Antwoorden op prejudiciele vragen over de aansprakelijkheid van een bestuurder voor belasting- en premieschulden van een Curaçaose vennootschap
HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1657
Deze zaak gaat over de rechtspositie van een bestuurder van een Curaçaose vennootschap die, op grond van de daarop betrekking hebbende wettelijke bepalingen van Curaçao, door de Ontvanger aansprakelijk wordt gehouden voor volgens de Ontvanger openstaande belasting- en premieschulden van de vennootschap. Het Gemeenschappelijk Hof heeft over diverse aspecten van de rechtspositie van de bestuurder prejudiciële vragen gesteld. (meer…)
Een huurovereenkomst voor art.7:290-bedrijfsruimte kan niet worden beëindigd uitsluitend om een hogere huurprijs te realiseren
HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1962
Een huurovereenkomst voor art. 7:290-bedrijfsruimte kan niet ex art. 7:296 lid 3 BW worden beëindigd uitsluitend om een hogere huurprijs te bewerkstelligen. (meer…)
Ook wangedrag buiten het gehuurde kan schending van goed huurderschap opleveren
HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1858
De verplichting van de huurder om zich als een goed huurder te gedragen (art. 7:213 BW) kan ook betrekking kan hebben op gedragingen van de huurder buiten het gehuurde, mits er een voldoende verband bestaat met de huurovereenkomst. (meer…)
13 jaar uitzending, misbruik van de Uitzendrichtlijn?
HR 21 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1733
Er is sprake van misbruik van de uitzendovereenkomst indien de duur van de activiteit van de uitzendkracht bij de inlenende onderneming langer is dan wat – gelet op alle relevante omstandigheden – redelijkerwijs als “tijdelijk” kan worden aangemerkt, en voor de daadwerkelijke duur van de terbeschikkingstelling geen adequate (objectieve) verklaring wordt gegeven. (meer…)
Art. 149 lid 1 Rv geldt ook bij ambtshalve toetsing
HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1864
Ambtshalve toetsing overeenkomstig de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG) betekent dat de rechter zelfstandig dient te beoordelen of een beding oneerlijk is en de instructiemaatregelen moet nemen die nodig zijn om de volle werking van de richtlijn te verzekeren. Dit laat onverlet dat feiten en omstandigheden die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende zijn betwist, door de rechter als vaststaand moeten worden beschouwd (art. 149 lid 1 Rv). (meer…)
Recente berichten
- Nieuwe uitzondering op verbod van terugwijzing voor collectieve acties
- Bevoegdheid, ontvankelijkheid en terugwijzing in collectieve actie over rentebenchmarks
- Stelplicht- en bewijslastverdeling: waar is het goud?
- Cassatievlog #171 | Uitzondering op het terugverwijsverbod bij de WAMCA?
- Cassatieblog #170 | Gokkers krijgen geen geld terug
- Cassatievlog #169 | Gezag van gewijsde in belastingzaken?
- Kansspelovereenkomsten met een illegale aanbieder zijn niet nietig
- Cassatievlog #168 | WSNP: cassatietermijn bij beroep op een doorbrekingsgrond
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (15)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (342)
- Arbeidsrecht (252)
- Bestuursrecht (1)
- Bijzondere overeenkomsten (47)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (71)
- Erfrecht (47)
- Europees recht (91)
- Financieel recht (58)
- Goederenrecht (96)
- Grondrechten en mensenrechten (65)
- Hoge Raad Algemeen (63)
- Huurrecht (88)
- Huwelijksvermogensrecht (71)
- Insolventierecht (210)
- Intellectuele-eigendomsrecht (120)
- Internationaal privaatrecht (89)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (15)
- Mededingingsrecht (26)
- Omgevingsrecht (1)
- Ondernemingsrecht (104)
- Onteigeningsrecht (72)
- Overheidsrecht (183)
- Pensioenrecht (27)
- Personen- en familierecht (220)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (28)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (153)
- Privacy -AVG (5)
- Proces- en beslagrecht (905)
- Strafrecht (12)
- Verbintenissenrecht (323)
- Vermogensrecht algemeen (94)
- Vervoersrecht (28)
- Verzekeringsrecht (85)
- Wetgeving cassatierechtspraak (14)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (139)