Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

februari, 2018

Maatstaf beoordeling ontslaggrond verstoorde arbeidsverhouding en eisen aan bewijslevering

CB 2018-43 Geplaatst op 26 feb 2018 door

HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:220

Voor ontslag wegens een verstoorde arbeidsverhouding ex art. 7:669 lid 3 sub g BW (de ‘g-grond’) is niet vereist dat sprake is van enige mate van verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer. De omstandigheid dat de werkgever van de verstoring van de arbeidsverhouding een verwijt kan worden gemaakt, staat op zichzelf evenmin aan ontbinding op de g-grond in de weg. De toepasselijkheid van de wettelijke bewijsregels moet worden onderscheiden van de vraag of is voldaan aan de maatstaf dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (vgl. HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182 (Decor) ten aanzien van de ontslaggrond disfunctioneren). Lees verder >

Gedekt verweer & redelijkheid en billijkheid bij opzegging van duurovereenkomsten

CB 2018-42 Geplaatst op 22 feb 2018 door

HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141 (Goglio/SMQ Group)

(i) Wanneer de wet of een duurovereenkomst voorziet in een regeling van de opzegging, kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid op grond van art. 6:248 lid 1 meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen gesteld worden. (ii) De uitleg van stellingen en verklaringen van procespartijen die ten grondslag liggen aan de beslissing van een hof dat sprake is van een gedekt verweer, is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. Lees verder >

Matiging van een boetebeding

CB 2018-41 Geplaatst op 22 feb 2018 door

HR 16 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:207 (Turan/Easystaff)

Hoewel de in art. 6:94 BW opgenomen maatstaf voor matiging tot terughoudendheid noopt, kan de rechter onder bepaalde omstandigheden slechts een fractie van de boete toewijzen indien de billijkheid dat klaarblijkelijk eist en als de toepassing van dat boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. De toets of een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, is een met feitelijke waarderingen verweven oordeel en kan daarom in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. Lees verder >

Herstel van verzuim van niet door advocaat getekend beroepschrift

CB 2018-40 Geplaatst op 19 feb 2018 door

HR 15 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:219

Als een beroepschrift niet is ondertekend door een advocaat, kan dit gebrek binnen door de rechter te bepalen termijn worden hersteld door hetzelfde beroepschrift getekend door een advocaat nogmaals in te dienen. Lees verder >

Maatstaf beoordeling ontslaggrond disfunctioneren en eisen aan bewijslevering

CB 2018-39 Geplaatst op 16 feb 2018 door

HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182

(i) op het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zijn de wettelijke bewijsregels van toepassing. De werkgever heeft beoordelingsruimte bij de vraag of sprake is van disfunctioneren (ex art. 7:669 lid 3 sub d BW). De rechter moet onderzoeken of, uitgaande van de feiten en omstandigheden die (zo nodig na bewijslevering) zijn komen vast te staan, in redelijkheid kan worden geoordeeld dat sprake is van de aangevoerde ontslaggrond.
(ii) art. 7:683 lid 5 verklaart art. 7:671b lid 8 BW (enkel) van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de toekenning van een vergoeding. De appelrechter is (dan ook) vrij in het bepalen van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, mits dat tijdstip in de toekomst ligt. Lees verder >

Omvang van het cassatieberoep bij niet vermelden zaaknummer

CB 2018-38 Geplaatst op 16 feb 2018 door

HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:221
(Promneftstroy c.s. / verweerders)

Bij de beantwoording van de vraag tegen welke uitspraak een rechtsmiddel wordt ingesteld, komt het aan op hetgeen een verweerder dienaangaande redelijkerwijs heeft moeten begrijpen. In het onderhavige geval kan redelijkerwijs geen onzekerheid hebben bestaan over de omvang van het cassatieberoep. Lees verder >

WSNP: schending van een schuldsaneringsverplichting is niet zonder meer toerekenbaar aan de schuldenaar door nalatigheid bewindvoerder

CB 2018-37 Geplaatst op 15 feb 2018 door

HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:145

Dit arrest is een vervolg op HR 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:110 waarin is beslist dat tekortkomingen in de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen niet zonder meer aan de schuldenaar kunnen worden toegerekend indien een bewindvoerder zijn verplichting niet is nagekomen. Het verwijzingshof heeft beslist dat de bewindvoerder zijn verplichting wel is nagekomen. De Hoge Raad acht dit oordeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd en verwijst het geding (opnieuw) naar een ander hof. Lees verder >

‘Contractwisseling’ in de zin van art. 38 CAO in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf?

CB 2018-36 Geplaatst op 15 feb 2018 door

HR 9 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:180

Aan de omstandigheid dat art. 38 van de CAO in het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf ertoe strekt de betrokken werknemers te beschermen tegen de gevolgen van een heraanbesteding voor hun werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden kan niet de gevolgtrekking worden verbonden dat een biedingsprocedure geïnstigeerd door een curator (en niet door de oorspronkelijke werkgever), onder het toepassingsbereik van art. 38 CAO valt, zonder dat daarvoor in de tekst of toelichting bij art. 38 CAO steun is te vinden. Lees verder >

Wet Bopz: opnieuw motiveringsplicht van afwijzing verzoek om nader deskundigenonderzoek

CB 2018-35 Geplaatst op 09 feb 2018 door

HR 9 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:181

Gelet op de ingrijpende aard van de beslissing tot vrijheidsbeneming mag een verzoek om nader deskundigenonderzoek slechts gemotiveerd worden afgewezen. Lees verder >

Wet Bopz: geen afstand van het recht op rechtsbijstand bij mondelinge behandeling rechterlijke machtiging

CB 2018-34 Geplaatst op 08 feb 2018 door

HR 2 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:146

In zaken waar het gaat om onvrijwillige opname in een psychiatrisch ziekenhuis mag afstand van het recht op rechtsbijstand niet te snel worden aangenomen. In deze Bopz-zaak heeft de rechtbank ten onrechte een voorlopige machtiging verleend nadat de zaak buiten aanwezigheid van de advocaat mondeling was behandeld. Lees verder >

Pagina 1 van 212