Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: BW art. 6:94


HR 16 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:207 (Turan/Easystaff)

Hoewel de in art. 6:94 BW opgenomen maatstaf voor matiging tot terughoudendheid noopt, kan de rechter onder bepaalde omstandigheden slechts een fractie van de boete toewijzen indien de billijkheid dat klaarblijkelijk eist en als de toepassing van dat boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. De toets of een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, is een met feitelijke waarderingen verweven oordeel en kan daarom in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. (meer…)

HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:259 (X/Goed Vast Goed Veenendaal B.V.)

De Hoge Raad oordeelt dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd van partijen is getreden, omdat verweerster – anders dan het hof heeft overwogen – in hoger beroep niet de stelling heeft betrokken dat partijen hebben willen afwijken van de wettelijke regeling van art. 6:92 lid 2 BW. Weliswaar heeft verweerster in hoger beroep aanspraak gemaakt op vergoeding van haar schade voor zover deze uitgaat boven het bedrag van de contractuele boete, maar daartoe heeft zij zich enkel beroepen op art. 6:94 lid 2 BW. (meer…)

HR 13 juli 2012, LJN BW4986

Ingevolge art. 6:94 lid 1 BW kan een bedongen boete door de rechter op verzoek van de schuldenaar worden gematigd indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Deze maatstaf noopt de rechter tot terughoudendheid. Er is geen grond om minder terughoudend te zijn in geval van koop en verkoop van een woning tussen particulieren.  (meer…)

HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8098 (Subat/X)

De rechter kan onder omstandigheden de matigingsbevoegdheid van art. 6:94 BW ook – analoog – toepassen op een zogenaamd oneigenlijk boetebeding. Voor matiging is, net als bij een zuiver boetebeding, pas aanleiding bij bijzondere omstandigheden. (meer…)