Selecteer een pagina

Dossier: Aansprakelijkheid en schadevergoeding


HR 9 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1603

Onzekerheid over de juridische beoordeling van de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon staat niet aan aanvang van de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW in de weg. Deze juridische beoordeling ziet echter niet op de kennis en het inzicht die nodig zijn om de deugdelijkheid van een geleverde prestatie te beoordelen. Ontbreken daarvan kan betekenen dat de benadeelde nog onvoldoende zekerheid heeft dat schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. (meer…)

HR 11 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1413

In beginsel brengt de aard van de functie van bestuurder van een rechtspersoon mee dat zijn wetenschap in het maatschappelijk verkeer heeft te gelden als wetenschap van de rechtspersoon. Dit kan echter onder bijzondere omstandigheden anders zijn. (meer…)

HR 11 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1412

Een schadestaatprocedure is ten opzichte van een eerdere schadestaatprocedure tussen dezelfde partijen ‘een ander geding’ in de zin van art. 236 Rv. Daarom komt aan een beslissing over de rechtsbetrekking in geschil in een onherroepelijk vonnis in een schadestaatprocedure gezag van gewijsde toe in een volgende schadestaatprocedure tussen dezelfde partijen.  (meer…)

HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1308

Door een vordering van een cliënt te laten verjaren, heeft de advocaat in de onderhavige zaak een beroepsfout gemaakt. De cliënt vordert een schadevergoeding als gevolg van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht. In cassatie staat de bewijslastverdeling ter discussie. (meer…)

HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1315

Een schuldeiser van een vof kan zijn vordering zowel geldend maken tegen de gezamenlijke vennoten (‘tegen de vof’) als tegen iedere vennoot afzonderlijk. De crediteur heeft daarmee jegens iedere vennoot twee samenlopende vorderingsrechten: één jegens de vof en één jegens de vennoot persoonlijk. Deze samenlopende vorderingsrechten verjaren afzonderlijk. Een aan de vof gerichte en door de vof ontvangen stuitingsverklaring, wordt geacht ook de individuele vennoten te hebben bereikt. In het algemeen zullen de individuele vennoten zo’n stuitingsverklaring óók moeten begrijpen als een stuiting van de samenlopende vorderingen jegens ieder van hen persoonlijk. Dat is alleen in bijzondere omstandigheden anders. (meer…)

Hoge Raad 29 mei 2020 ECLI:NL:HR:2020:986

Een advocaat is niet aansprakelijk voor het nalaten van het stuiten van de verjaring van een aan zijn cliënt gecedeerde vordering die niet rechtsgeldig blijkt te zijn overgedragen, nu stuiting nutteloos zou zijn geweest. (meer…)