Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Aansprakelijkheid en schadevergoeding

Art. 7:941 lid 5 BW is niet analoog van toepassing op verhouding derde-claimant en WAM-verzekeraar

CB 2018-129 Geplaatst op 16 jul 2018 door

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1103 (Allianz c.s. / X)

Art. 7:941 lid 5 BW is niet analoog van toepassing op de verhouding tussen de derde-claimant en de WAM-verzekeraar. Art. 7:941 lid 5 BW is geschreven voor een specifieke contractuele rechtsverhouding en heeft bovendien een sanctiekarakter. De (potentieel) verstrekkende gevolgen van deze sanctie (verval van het recht op uitkering) brengen mee dat zij een wettelijke basis dient te hebben. Voor het aanvaarden van een algemene buitenwettelijke regel die meebrengt dat bij opzettelijke misleiding van de verzekeraar door de derde-claimant het eigen recht van art. 6 WAM vervalt, is geen plaats. Lees verder >

Bewuste roekeloosheid in de beperkingsprocedure

CB 2018-111 Geplaatst op 26 jun 2018 door

HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:981

1. Van bewust roekeloos handelen in de zin van art. 8:1064 BW is sprake wanneer de aansprakelijk gestelde persoon het aan de gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich zal verwezenlijken aanzienlijk groter is dan de kans dat dit niet zal gebeuren, maar hij zich door dit een en ander niet van dit gedrag laat weerhouden. Die maatstaf geldt ook in gevallen waarin sprake is van een vaststaand gevaar, bijvoorbeeld in gevallen van schade door het gebruik van een ondeugdelijk vervoermiddel.
2. Bij de beoordeling van de beroepsaansprakelijkheid van een cassatieadvocaat gaat het erom of het gebrekkige cassatieberoep (als dat niet gebrekkig was geweest) tot vernietiging zou hebben geleid en, zo ja, hoe na verwijzing over de zaak zou zijn geoordeeld. De rechter dient bij de hiervoor bedoelde beoordelingen uit te gaan van de stand van de rechtsontwikkeling op het moment waarop – de beroepsfout weggedacht – over de vordering of het rechtsmiddel zou zijn geoordeeld. Lees verder >

Zorgvuldigheid grondroerder bij graafwerkzaamheden

CB 2018-101 Geplaatst op 14 jun 2018 door

HR 25 mei 2018 ECLI:NL:HR:2018:772

(i) Weliswaar legt artikel 5 lid 2 BION op de netbeheerder de verplichting gegevens over de horizontale ligging van kabels en leidingen te baseren op metingen met een nauwkeurigheid van ten minste één meter, maar, in het bijzonder gelet op de doelstelling van de WION om gevallen van schade aan kabels en leidingen te verminderen, mag de grondroerder er niet zonder meer op vertrouwen dat de aan hem op basis van deze informatieplicht aan de grondroerder verstrekte tekening aan deze eis voldoet. Wel kan onnauwkeurigheid van de door de netbeheerder verstrekte gegevens aanleiding zijn voor het aannemen van eigen schuld van de netbeheerder. Lees verder >

Uitleg van de opzetclausule in de AVP-verzekering

CB 2018-88 Geplaatst op 24 mei 2018 door

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601 (Reaal/Verweerders)

Voor toepassing van de ‘nieuwe opzetclausule’ in de AVP-verzekering is uitgangspunt dat sprake moet zijn van een opzettelijke en wederrechtelijke gedraging van de verzekerde die objectief bezien gericht is op het doen ontstaan van letsel of zaakschade, en waarbij het in feite toegebrachte letsel of de zaakschade naar objectieve maatstaven als een te verwachten of normaal gevolg van de desbetreffende gedraging kan worden aangemerkt. Mede gelet op de functie van de AVP-verzekering in het maatschappelijk verkeer kan er echter grond zijn om bij een schadevoorval dat op zichzelf aan de vereisten van de opzetclausule voldoet, te oordelen dat deze clausule gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval toch niet van toepassing is. Lees verder >

Beginsel van collectieve aansprakelijkheid geldt niet bij externe bestuurdersaansprakelijkheid

CB 2018-71 Geplaatst op 19 apr 2018 door

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470 (Eisers / TMF c.s.)

Het beginsel van collectieve aansprakelijkheid en de invloed van taakverdelingen in dat verband, zoals toegepast in het kader van interne bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:9 BW, gelden niet bij externe bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 6:162 BW. Voor aansprakelijkheid van een bestuurder jegens derden geldt het vereiste dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Daarmee verdraagt zich niet dat in het geval sprake is van schending door een vennootschap van wettelijke voorschriften ter bescherming van het beleggend publiek, de aansprakelijkheid van een bestuurder op grond van art. 6:162 BW wordt aangenomen zonder dat sprake is van een persoonlijk ernstig verwijt, of dat die aansprakelijkheid wordt aangenomen op grond van een vermoeden van een persoonlijk ernstig verwijt.  Lees verder >

Aanpassingen hof in schadebegroting onbegrijpelijk

CB 2018-68 Geplaatst op 18 apr 2018 door

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:603

In deze zaak heeft een inlener schadevergoeding van een uitzendbureau gevorderd vanwege het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van een overeenkomst van opdracht. De Hoge Raad acht diverse motiveringsklachten tegen de aanpassingen die het hof op grond van art. 6:97 BW heeft gedaan in de door de inlener in eerste aanleg overgelegde schadebegroting gegrond. Lees verder >

Arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij asbestblootstelling en mesothelioom

CB 2018-63 Geplaatst op 11 apr 2018 door

HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:536

De Hoge Raad verduidelijkt eerdere rechtspraak over de arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij asbestblootstelling (HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 en ECLI:NL:HR:2013:BZ1721) en oordeelt dat het feit dat mesothelioom altijd wordt veroorzaakt door asbestblootstelling, niet zonder meer meebrengt dat het oorzakelijk verband tussen de asbestblootstelling tijdens de werkzaamheden bij de aansprakelijk gehouden werkgever en die schade in beginsel moet worden aangenomen. Betekenis komt toe aan de duur en intensiteit van de blootstelling bij deze werkgever en van andere blootstellingen gedurende de latentieperiode, en de verhouding daartussen.  Lees verder >

DNB is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een besluit tot doorhaling van de inschrijving van een pensioenfonds

CB 2018-58 Geplaatst op 05 apr 2018 door

HR 9 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:309 (Stichting GSFS Pensionfund c.s. / DNB)

Art. 1:25d lid 1 Wft – dat de aansprakelijkheid van DNB beperkt – ziet op al het handelen en nalaten van DNB dat rechtstreeks dan wel voldoende inhoudelijk met de uitoefening van haar wettelijke taken en bevoegdheden verband houdt, waaronder het nemen van bestuursbesluiten. Dit brengt mee dat deze bepaling ook van toepassing is op de eventuele aansprakelijkheid van DNB voor het doorhalen van een inschrijving in het register pensioenfondsen. Lees verder >

Geen inzagerecht in een door een deskundige opgestelde medische analyse

CB 2018-49 Geplaatst op 22 mrt 2018 door

HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:365

Er hoeft geen inzage in een door een deskundige uitgevoerde medische analyse te worden verstrekt als dit in strijd zou komen met het uit art. 6 EVRM voortvloeiende recht om verweerders de vrijheid te bieden hun eigen processtrategie te bepalen. Het afwijzen van een exhibitievordering op grond van een dergelijke gewichtige reden in de zin van art. 843a lid 4 Rv komt niet in strijd met het doel van richtlijn 95/46/EG, omdat het hier niet gaat om persoonsgegevens in de zin van de richtlijn. Lees verder >

Verschuldigdheid wettelijke rente bij schadevordering uit onrechtmatige daad

CB 2018-30 Geplaatst op 01 feb 2018 door

Hoge Raad 26 januari 2018 ECLI:NL:HR:2018:107

Indien onrechtmatig is gehandeld in een bepaalde periode, kan de vordering tot vergoeding van de geleden schade niet reeds vóór die periode opeisbaar zijn geworden. De insolventieadviseur is daarom ingevolge art. 6:83 aanhef en onder sub b BW niet in verzuim, zodat de wettelijke rente niet vanaf die datum verschuldigd is. Lees verder >

Pagina 1 van 2312345...1020...Minst recente »