Selecteer een pagina

Dossier: Aansprakelijkheid en schadevergoeding


HR 14 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:13

 De in art. 7:663 BW genoemde vervaltermijn van een jaar geldt niet voor de aansprakelijkheid van een bestuurder voor achterstallige pensioenpremie op grond van art. 23 Wet Bpf 2000. (meer…)

HR 14 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:13  

Maartje Möhring vertelt in drie minuten over een arrest van de Hoge Raad over de aansprakelijkheid van bestuurders voor achterstallige pensioenpremies. In dat arrest gaat de Hoge Raad – aan de hand van de algemene regels uit Boek 6 BW – in op de vraag of de aansprakelijkheid van de bestuurder afhankelijk is van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon.

 

 

HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1976

Het strookt met de strekking van de melding van betalingsonmacht als bedoeld in art. 23 Wet Bpf 2000 om aan te nemen dat een zodanige melding achterwege kan blijven als het bedrijfstakpensioenfonds tijdig op andere wijze op de hoogte is geraakt van de betalingsonmacht van de rechtspersoon en van de omstandigheden die daartoe hebben geleid, en deze wetenschap dusdanig is dat het bedrijfstakpensioenfonds op basis daarvan in staat is zich een redelijk oordeel te vormen over de oorzaken van de betalingsonmacht en zich te beraden op de opstelling die het ten aanzien van de rechtspersoon zal innemen. (meer…)

HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1978

 Dat verhuurders gedurende een periode toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichting om het huurgenot te verschaffen, brengt niet zonder meer mee dat de door huurder gevorderde schadevergoeding toewijsbaar is. Daarvoor is ook vereist dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat huurder door die tekortkoming schade heeft geleden. In het oordeel van het hof ligt besloten dat huurder onvoldoende heeft toegelicht dat de mogelijkheid om het gehuurde in de betreffende periode te gebruiken voor haar nog waarde had. (meer…)

HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1757

De aansprakelijkheidsbeperking van art. 7:24 lid 2 BW geldt niet voor schade aan de non-conforme zaak zelf, die wordt veroorzaakt door een gebrek als bedoeld in de regeling productaansprakelijkheid.

(meer…)

HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1534

De Hoge Raad laat een oordeel van het hof in stand, waarin het hof schadevergoeding had toegewezen aan een groep bewoners van huizen met aardbevingsschade door de gaswinning in Groningen. Het hof besliste dat een bewoner van een huis waaraan fysieke schade is ontstaan die is veroorzaakt of verergerd door aardbevingen in Groningen recht heeft op schadevergoeding wegens gederfd woongenot, omdat in dat geval het niveau is bereikt waarop de door NAM veroorzaakte hinder en overlast onrechtmatig is. Dit ongeacht de uiteenlopende omvang van fysieke schade aan de woningen. Een bewoner van een huis dat ten minste tweemaal fysieke schade heeft opgelopen heeft daarnaast recht op vergoeding van immateriële schade van minstens EUR 2.500 per bewoner. (meer…)