Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Aansprakelijkheid en schadevergoeding

Verhouding hoofdprocedure en schadestaatprocedure

CB 2018-176 Geplaatst op 01 nov 2018 door

HR 19 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1975

Uitgangspunt is dat de rechter in de hoofdprocedure de grondslag voor aansprakelijkheid vaststelt en dat de rechter in de schadestaatprocedure gebonden is aan dat oordeel. In onderhavige zaak laat het arrest van het hof  in de hoofdprocedure geen andere uitleg toe dan dat de grondslag voor de door het hof aangenomen aansprakelijkheid van verweerster is gelegen in een rechtstreeks op art. 7:611 BW berustende verplichting van de werkgever om de werknemer diens schade als gevolg van een arbeidsgerelateerd verkeersongeval te vergoeden en dat het hof op die grondslag verweerster aansprakelijk acht voor de schade die eiser lijdt als gevolg van het hem overkomen verkeersongeval, en dus niet voor de schade die eiser lijdt als gevolg van het ontbreken van een adequate verzekering. Lees verder >

Hoge Raad komt niet terug van [B]/Dexia (cliëntenremisier)

CB 2018-173 Geplaatst op 30 okt 2018 door

HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1935 ([X]/Dexia)

(1) De Hoge Raad ziet in de door het gerechtshof Amsterdam gegeven argumenten géén aanleiding om terug te komen van het arrest [B]/Dexia (cliëntenremisier). In gevallen als in dat arrest aan de orde staat niet voorop dat Dexia tekortschoot in haar zorgplicht jegens de afnemer, maar dat zij contracteerde in weerwil van een wettelijk verbod dat ertoe strekte de afnemer te beschermen tegen het aangaan van een beleggingsovereenkomst na advies door een adviseur zonder de benodigde vergunning; (2) De verbindendverklaring van een WCAM-overeenkomst kan geen grond opleveren voor een bepaalde rechtsuitleg. Lees verder >

Afgeleide schade en formele rechtskracht – een fatale combinatie?

CB 2018-171 Geplaatst op 25 okt 2018 door

HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1899

De regels over afgeleide schade hebben uitsluitend betrekking op het geval waarin onrechtmatig is gehandeld of wanprestatie is gepleegd jegens een vennootschap, en de aandeelhouder vergoeding vordert van de waardevermindering van zijn aandelen of gemiste koerswinst die daarvan het gevolg is. Het is dan aan de vennootschap zelf om schadevergoeding te vorderen. In deze zaak is geen sprake van onrechtmatig handelen jegens de dochtermaatschappij, zodat de holding geen schadevergoeding kan worden ontzegd op de grond dat de dochter terzake geen vordering heeft ingesteld.  Lees verder >

Bedrijfsgeheimen: wanneer is voldoende aannemelijk gemaakt voor inzage?

CB 2018-163 Geplaatst op 11 okt 2018 door

HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1775 (Organik/Dow)

1. De maatstaf uit AIB/Novisem en Synthon/Astellas voor het aannemen van het bestaan van een rechtsbetrekking als bedoeld in art. 1019a Rv in verbinding met art. 843a Rv leent zich ook voor toepassing op een rechtsbetrekking die voortvloeit uit het onrechtmatig verkrijgen en gebruiken van bedrijfsgeheimen. Dat betekent dat ook in dat geval degene die inzage, afgifte of uittreksel van bewijsmateriaal verlangt, zodanige feiten en omstandigheden dient te stellen en met reeds voorhanden bewijsmateriaal dient te onderbouwen, dat voldoende aannemelijk is dat bedrijfsgeheimen onrechtmatig zijn verkregen en gebruikt.
2. Met ‘de hoofdzaak’ in art. 1019c lid 2 Rv is de procedure bedoeld waarin vorderingen gebaseerd op de gestelde onrechtmatige inbreuk geldend worden gemaakt, zoals een verbods- of schadeprocedure.
3. De gedetailleerde beschrijving van art. 1019b/1019d Rv is ook toelaatbaar in niet-IE-gevallen die voldoende gelijkenis vertonen met gevallen waarop de regeling van art. 1019 e.v. Rv van toepassing is, zoals bij de schending van bedrijfsgeheimen.

Lees verder >

Precontractuele informatieplicht franchisegever; geen algemene verplichting tot het verschaffen van een omzetprognose

CB 2018-148 Geplaatst op 27 sep 2018 door

HR 21 september 2018,  ECLI:NL:HR:2018:1696

Uit de redelijkheid en billijkheid vloeit geen algemene regel voort dat een franchisegever een franchisenemer moet inlichten omtrent de te verwachten omzet of winst. Die verplichting volgt evenmin uit de ‘Europese Erecode inzake Franchising’. Bijzondere omstandigheden van het geval kunnen echter wel een zodanige verplichting meebrengen. Lees verder >

Art. 7:941 lid 5 BW is niet analoog van toepassing op verhouding derde-claimant en WAM-verzekeraar

CB 2018-129 Geplaatst op 16 jul 2018 door

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1103 (Allianz c.s. / X)

Art. 7:941 lid 5 BW is niet analoog van toepassing op de verhouding tussen de derde-claimant en de WAM-verzekeraar. Art. 7:941 lid 5 BW is geschreven voor een specifieke contractuele rechtsverhouding en heeft bovendien een sanctiekarakter. De (potentieel) verstrekkende gevolgen van deze sanctie (verval van het recht op uitkering) brengen mee dat zij een wettelijke basis dient te hebben. Voor het aanvaarden van een algemene buitenwettelijke regel die meebrengt dat bij opzettelijke misleiding van de verzekeraar door de derde-claimant het eigen recht van art. 6 WAM vervalt, is geen plaats. Lees verder >

Bewuste roekeloosheid in de beperkingsprocedure

CB 2018-111 Geplaatst op 26 jun 2018 door

HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:981

1. Van bewust roekeloos handelen in de zin van art. 8:1064 BW is sprake wanneer de aansprakelijk gestelde persoon het aan de gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich zal verwezenlijken aanzienlijk groter is dan de kans dat dit niet zal gebeuren, maar hij zich door dit een en ander niet van dit gedrag laat weerhouden. Die maatstaf geldt ook in gevallen waarin sprake is van een vaststaand gevaar, bijvoorbeeld in gevallen van schade door het gebruik van een ondeugdelijk vervoermiddel.
2. Bij de beoordeling van de beroepsaansprakelijkheid van een cassatieadvocaat gaat het erom of het gebrekkige cassatieberoep (als dat niet gebrekkig was geweest) tot vernietiging zou hebben geleid en, zo ja, hoe na verwijzing over de zaak zou zijn geoordeeld. De rechter dient bij de hiervoor bedoelde beoordelingen uit te gaan van de stand van de rechtsontwikkeling op het moment waarop – de beroepsfout weggedacht – over de vordering of het rechtsmiddel zou zijn geoordeeld. Lees verder >

Zorgvuldigheid grondroerder bij graafwerkzaamheden

CB 2018-101 Geplaatst op 14 jun 2018 door

HR 25 mei 2018 ECLI:NL:HR:2018:772

(i) Weliswaar legt artikel 5 lid 2 BION op de netbeheerder de verplichting gegevens over de horizontale ligging van kabels en leidingen te baseren op metingen met een nauwkeurigheid van ten minste één meter, maar, in het bijzonder gelet op de doelstelling van de WION om gevallen van schade aan kabels en leidingen te verminderen, mag de grondroerder er niet zonder meer op vertrouwen dat de aan hem op basis van deze informatieplicht aan de grondroerder verstrekte tekening aan deze eis voldoet. Wel kan onnauwkeurigheid van de door de netbeheerder verstrekte gegevens aanleiding zijn voor het aannemen van eigen schuld van de netbeheerder. Lees verder >

Uitleg van de opzetclausule in de AVP-verzekering

CB 2018-88 Geplaatst op 24 mei 2018 door

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601 (Reaal/Verweerders)

Voor toepassing van de ‘nieuwe opzetclausule’ in de AVP-verzekering is uitgangspunt dat sprake moet zijn van een opzettelijke en wederrechtelijke gedraging van de verzekerde die objectief bezien gericht is op het doen ontstaan van letsel of zaakschade, en waarbij het in feite toegebrachte letsel of de zaakschade naar objectieve maatstaven als een te verwachten of normaal gevolg van de desbetreffende gedraging kan worden aangemerkt. Mede gelet op de functie van de AVP-verzekering in het maatschappelijk verkeer kan er echter grond zijn om bij een schadevoorval dat op zichzelf aan de vereisten van de opzetclausule voldoet, te oordelen dat deze clausule gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval toch niet van toepassing is. Lees verder >

Beginsel van collectieve aansprakelijkheid geldt niet bij externe bestuurdersaansprakelijkheid

CB 2018-71 Geplaatst op 19 apr 2018 door

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470 (Eisers / TMF c.s.)

Het beginsel van collectieve aansprakelijkheid en de invloed van taakverdelingen in dat verband, zoals toegepast in het kader van interne bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:9 BW, gelden niet bij externe bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 6:162 BW. Voor aansprakelijkheid van een bestuurder jegens derden geldt het vereiste dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Daarmee verdraagt zich niet dat in het geval sprake is van schending door een vennootschap van wettelijke voorschriften ter bescherming van het beleggend publiek, de aansprakelijkheid van een bestuurder op grond van art. 6:162 BW wordt aangenomen zonder dat sprake is van een persoonlijk ernstig verwijt, of dat die aansprakelijkheid wordt aangenomen op grond van een vermoeden van een persoonlijk ernstig verwijt.  Lees verder >

Pagina 1 van 2412345...1020...Minst recente »