Selecteer een pagina

Dossier: Aansprakelijkheid en schadevergoeding


HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:719

In deze zaak over broei in houtpellets geeft de Hoge Raad antwoord op twee voor de praktijk relevante vragen. Is de omstandigheid dat de moedervennootschap een geconsolideerde jaarrekening heeft gepubliceerd voldoende om de dochtervennootschap een beroep op de vernietigingsgronden van de algemene-voorwaardenregeling te ontzeggen? Is de bewaargever in beginsel risicoaansprakelijk voor de door de bewaarnemer geleden schade, ook als de bewaargever een verwijt kan worden gemaakt?  (meer…)

HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:691

Art. 2:248 lid 4, eerste volzin, BW, bevat een limitatieve opsomming van gronden voor vermindering van het bedrag waarvoor bestuurders aansprakelijk zijn. (meer…)

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:616

De benadeelde kan terugvallen op de bescherming die de directe actie hem biedt, ook als zijn eigen rechtsvordering op de aansprakelijkheidsverzekeraar is verjaard. Dat dient het belang van slachtofferbescherming en leidt voor de aansprakelijkheidsverzekeraar niet tot nadeel. (meer…)

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:588

(i) Kosten van onderhoud kunnen normaal niet op de voet van art. 7:957 lid 2 BW voor rekening van de verzekeraar worden gebracht. De kosten van een maatregel die vereist is om onmiddellijk gevaar af te wenden of om de schade te beperken kunnen echter wel als zodanige bereddingskosten worden aangemerkt, ook al zouden deze kosten in andere omstandigheden tot de kosten van het normale onderhoud behoren.
(ii) Als beredding bestaat in verwijdering van de schadeveroorzakende zaak kan het zo zijn dat ook kosten van vervanging als kosten van beredding moeten worden aangemerkt, omdat de enkele verwijdering weliswaar doelmatig zou zijn, maar het verlies van de functie van die zaak redelijkerwijs niet of niet volledig voor risico van de verzekerde of verzekeringnemer behoort te komen. (meer…)

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:590

In een televisie-uitzending over de verduistering van een grote partij sloten is een meneer met een verborgen camera in beeld gebracht en neergezet als de heler van de gestolen sloten. Later is gebleken dat dit niet juist was: de sloten die meneer verkocht, waren niet afkomstig van de diefstal, maar van een brandschade. De meneer zegt door deze uitzending onder meer psychische klachten te hebben opgelopen. Hij stelt daarvoor het omroepbedrijf en de producent van het programma aansprakelijk.

In de gerechtelijke procedure die hierop volgt, komt vast te staan dat hun handelen onrechtmatig is geweest. En ook komt vast te staan dat de psychische schade van meneer het gevolg is van de bewuste uitzending, dus van het onrechtmatige handelen. In de cassatieprocedure gaat het met name nog om de vraag in hoeverre die psychische schade aan de veroorzakers daarvan kan worden toegerekend. Berend-Bram Heinen bespreekt in dit cassatievlog in 3 minuten het arrest van de Hoge Raad.

 

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:590

Onder ‘aard van de schade’ als bedoeld in art. 6:98 BW valt ook letselschade (waaronder begrepen geestelijk letsel). Letselschade geeft in beginsel aanleiding voor een ruimere toerekening. (meer…)