Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:99
In deze nieuwe cassatievlog bespreekt Berend-Bram Heinen een recent arrest van de Hoge Raad over artikel 7:610b BW. Dit artikel bepaalt dat indien een arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, de bedongen arbeid in enige maand wordt vermoed een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden (de ‘referteperiode’). Moet de referteperiode noodzakelijkerwijs onmiddellijk voorafgaan aan de periode waarop het verzoek ziet of kan ook een andere periode in aanmerking worden genomen? De Hoge Raad geeft antwoord.