Selecteer een pagina

Dossier: Insolventierecht


HR 13 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:416 (X/BING)

Een vordering tot rectificatie is geen rechtsvordering betreffende een recht dat tot de boedel behoort in de zin van art. 25 lid 1 Fw gelet op het persoonlijke karakter ervan. De curator is daarom niet bevoegd het geding ter zake een dergelijke vordering  over te nemen. Indien de curator het geding niettemin (ook in zoverre) heeft overgenomen en de rechtbank dit heeft geaccepteerd, moet de gefailleerde die de overname betwist tegen deze (rol)beslissing van de rechtbank echter wel een rechtsmiddel instellen om te voorkomen dat zij kracht van gewijsde krijgt. (meer…)

HR 13 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1947

De indiening van een verzoek tot verkorting van de duur van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de gesaneerde valt onder de uitzondering van art. 4 lid 2 Wgbz, wat betekent dat de gesaneerde voor deze procedure geen griffierecht is verschuldigd. (meer…)

HR 13 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1949

Bij de beoordeling of tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling een te zware sanctie is, mogen de specifieke persoonlijke omstandigheden van de gesaneerde worden meegenomen. Dit oordeel dient echter wel goed gemotiveerd te worden. Als de in appel in het ongelijk gestelde partij, is de bewindvoerder op de voet van art. 351 lid 5 Fw ontvankelijk in cassatie.

(meer…)

HR 13 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1948

In WSNP-zaken dient de rechtbank in haar hoedanigheid van hogerberoeprechter de beslissingen van de rechter-commissaris in volle omvang te toetsen. Het is de rechter-commissaris niet toegestaan om in de beroepsprocedure tegen zijn beschikking die beslissing van commentaar te voorzien of te verduidelijken, of zich uit te laten over tegen die beschikking in hoger beroep aangevoerde gronden. (meer…)

HR 6 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1917 (X/Y en mr. Brouns q.q.)

1. Wanneer de curator niet verschijnt om de procedure over te nemen ten aanzien van de vorderingen die vallen onder art. 28 Fw, heeft de eiser/geïntimeerde geen recht op ontslag van instantie.
2. Door te beslissen op vorderingen waarover het hof eerder had geconstateerd dat de procedure in zoverre op grond van art. 29 Fw was geschorst, zonder geïntimeerden in de gelegenheid te stellen alsnog voor antwoord te memoreren, heeft het hof het beginsel van hoor en wederhoor geschonden. (meer…)

HR 4 oktober 2019 ECLI:NL:HR:2019:1527

Het enkele feit dat bij een verwerping van het cassatieberoep ook een andere dan de gefailleerde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld, brengt niet mee dat de curatoren geen belang hebben bij hun incidentele vordering tot ontslag van instantie ex art. 27 lid 2 Fw. Dat belang is immers in elk geval daarin gelegen dat voor hen geen verhaal mogelijk is van een eventuele proceskostenveroordeling ten laste van de gefailleerde. (meer…)