Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Insolventierecht

Intrekking surseance Nederlandse vennootschap en verhouding tot buitenlandse herstructurering concern

CB 2017-161 Geplaatst op 14 sep 2017 door

HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1281 (PTIF / Citicorp c.s.) en ECLI:NL:HR:2017:1280 (Oi Coop/ Citadel c.s.); HR 1 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2196

(1) art. 243 lid 3 Fw staat er niet aan in de weg dat de rechter naast de in dat artikel genoemde personen andere belanghebbenden oproept; (2) de appelrechter is bij de beoordeling in het kader van art. 242 Fw niet gebonden aan de grieven, nu het ook ambtshalve de surseance kan intrekken; (3) het Nederlandse faillissementsrecht is onverkort van toepassing op een in Nederland gevestigde vennootschap die onderdeel uitmaakt van een internationale groep onderling verbonden vennootschappen die het centrum van zijn belangrijkste belangen in het buitenland heeft. Waar de wet daar ruimte voor laat, kan met de buitenlandse herstructureringsprocedure rekening worden gehouden; (4) het oordeel van het hof dat instemming van PTIF met het Braziliaanse akkoord een daad van beheer of beschikking is (art. 228 Fw), is juist; (5) het verzoek van PTIF aan de Braziliaanse rechter om de bewindvoerder te verbieden zich met de herstructurering te bemoeien is onverenigbaar met de informatieplicht; (6) Voldoende voor toepassing van art. 242 lid 1, aanhef en onder 2°, Fw is dat de schuldenaar de schuldeisers heeft getracht te benadelen. Lees verder >

Overzicht recente prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

CB 2017-156 Geplaatst op 31 aug 2017 door

Het overzicht van lopende prejudiciële vraag-procedures vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) erkenning kind in Sint-Maarten, (2) aanvullende vragen over verschuldigdheid van dividendbelasting door buitenlandse beleggingsinstellingen, (3) het afsluiten van een WAM-verzekering motorrijtuig nadat daarmee een ongeval heeft plaats gevonden, (4) vordering van de Ontvanger in faillissement  ingeval van oneigenlijke lossing met betrekking tot rentekas-btw en (5) of art. 7:673 lid 7 aanhef en onder b BW in strijd is met Richtlijn 2000/78 EG. Lees verder >

Wanneer verjaart de vordering op een rechtspersoon die na faillissement is opgehouden te bestaan?

CB 2017-143 Geplaatst op 27 jul 2017 door

HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1182 (Eiser/Rabobank)

Art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW geeft een regel voor het tijdstip waarop een verjaringstermijn van een vordering op een rechtspersoon eindigt nadat die rechtspersoon is opgehouden te bestaan. Die regel veronderstelt dat een lopende verjaringstermijn in elk geval niet afloopt zolang de vereffening van de rechtspersoon niet is heropend ex art. 2:23c lid 1 BW. Dit brengt mee dat (i) heropening van de vereffening geen vereiste is voor het (voort)lopen van de verjaringstermijn dat (ii) een verjaringstermijn van een vordering op een niet meer bestaande rechtspersoon niet behoeft te worden gestuit gedurende de periode dat die rechtspersoon niet meer bestaat. Lees verder >

Verlenging van de schuldsaneringsregeling bij het einde van de looptijd

CB 2017-135 Geplaatst op 13 jul 2017 door

HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1203

Verlenging van de schuldsaneringsregeling aan het einde van de looptijd daarvan is niet mogelijk op andere dan de wettelijke gronden, zodat het belang van de schuldeisers daarvoor geen zelfstandige grond kan zijn. Lees verder >

Ook een tweede Wsnp-verzoek schorst de behandeling van een verzoek tot faillietverklaring

CB 2017-124 Geplaatst op 29 jun 2017 door

HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1064

Niet alleen een eerste, maar ook een later verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen (‘Wsnp-verzoek’) kan de behandeling van een verzoek tot faillietverklaring schorsen. Wanneer de rechter tot het oordeel komt dat de schuldenaar misbruik maakt van zijn bevoegdheid om een herhaald Wsnp-verzoek in te dienen, kan evenwel van schorsing worden afgezien. Lees verder >

Adviesrecht ondernemingsraad geldt in beginsel ook in faillissement

CB 2017-113 Geplaatst op 15 jun 2017 door

HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:982 (Ondernemingsraad DA Retailgroep c.s./DA Retailgroep c.s.)

De curator moet zorgdragen voor het naleven van de voorschriften van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) tijdens een faillissement. Het adviesrecht van de ondernemingsraad ziet in faillissement in beginsel niet op de verkoop van goederen of het opzeggen van arbeidsovereenkomsten op de voet van art. 176 en art. 40 Fw, omdat deze handelingen van de curator gericht zijn op een (voortvarende) afwikkeling van het faillissement. Lees verder >

Voorwaarden aan omzettingsverzoek ex art. 15b Fw

CB 2017-88 Geplaatst op 26 apr 2017 door

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:696

Voor een verzoek tot omzetting van een faillissement in de schuldsaneringsregeling (art. 15b Fw) is een schriftelijke verklaring van de curator waarin is vermeld dat de curator heeft onderzocht of de gefailleerde aan zijn schuldeisers een akkoord in de zin van art. 138 Fw kan aanbieden, voldoende. Een schriftelijke verklaring van de curator waaruit blijkt dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen is niet vereist. De Hoge Raad corrigeert hiermee zijn eerdere rechtspraak. Lees verder >

Hoge Raad handhaaft pluraliteitsvereiste

CB 2017-81 Geplaatst op 19 apr 2017 door

HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:488

De voor faillietverklaring geldende eis dat summierlijk blijkt van een steunvordering, vindt zijn rechtvaardiging hierin dat het faillissement ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder diens gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft. De Hoge Raad komt dan ook niet terug van het volgens vaste rechtspraak geldende pluraliteitsvereiste. Lees verder >

Wetenschap van benadeling (art. 42 Fw) bij overwaarde-arrangement? Rechtsverwerking wegens uitlatingen van de curator?

CB 2017-74 Geplaatst op 10 apr 2017 door

HR 7 april 2017 ECLI:NL:HR:2017:635

De maatstaf voor wetenschap van benadeling (art. 42 FW) geldt ook indien de rechtshandeling wordt verricht in het kader van een poging om door een reorganisatie het faillissement af te wenden (HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8493, NJ 2010/273, ABN AMRO/Van Dooren q.q. III). Door te overwegen dat – samengevat – betrokkenen redelijkerwijs niet hoefden te begrijpen dat een faillissement onafwendbaar was en dat niet gezegd kan worden dat de reorganisatie gedoemd was te mislukken, is het hof uitgegaan van een andere en derhalve onjuiste maatstaf. Lees verder >

Volharden in volledige betaling vordering kan misbruik van bevoegdheid opleveren

CB 2017-72 Geplaatst op 10 apr 2017 door

HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:485

Ook het weigeren van een buitengerechtelijk akkoord waarbij niet alle schuldeisers zijn betrokken, kan misbruik van bevoegdheid opleveren. Bij de beoordeling daarvan kan aansluiting worden gezocht bij de door de Hoge Raad in het Payroll-arrest (HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7799, NJ 2006/230) geformuleerde maatstaf.

Lees verder >

Pagina 1 van 1212345...10...Minst recente »