Selecteer een pagina

Dossier: Insolventierecht


HR 5 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:846

Toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt geweigerd, als de schuldenaar bij het ontstaan en betalen van zijn schulden niet te goeder trouw was (art. 288 lid 1 sub b Fw). Blijkt later dat die goede trouw ten tijde van de indiening van het verzoek ontbrak, dan kan de schuldsaneringsregeling tussentijds worden beëindigd (art. 350 lid 3 sub f Fw). Het verwijzingshof heeft het tussentijdse beëindigingsverzoek van de schuldeiser afgewezen, omdat de saniet ten tijde van de indiening van haar toelatingsverzoek te goeder trouw was. De Hoge Raad verwerpt de motiveringsklachten gericht tegen dat oordeel. (meer…)

HR 24 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:714

Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat het alternatieve aanvangsmoment van art. 349a lid 1 Fw ook gelegen kan zijn op de dag waarop de eerste afdracht is gedaan in het kader van het faillissement van de schuldenaar vóór omzetting in de schuldsaneringsregeling op de voet van art. 15b Fw. Een eerste afdracht in een faillissement dat is opgeheven kan echter niet op één lijn worden gesteld met een eerste aflossing als bedoeld in art. 349a lid 1 Fw. (meer…)

Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:908

In deze WSNP-zaak is het beroep op doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 315 lid 2 Fw in hoger beroep afgewezen. Wat is in zo’n geval de cassatietermijn? De Hoge Raad beantwoordt die vraag in deze beschikking. Hidde Volberda bespreekt de uitspraak in drie minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #168 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 12 juni 2026 ECLI:NL:HR:2026:908

De wet bevat geen termijn voor het instellen van een rechtsmiddel met een beroep op doorbreking van een rechtsmiddelenverbod of voor het instellen van een cassatieberoep tegen een daarop gedane uitspraak. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad moet worden aangesloten bij de termijn die geldt voor beslissingen in de zin van titel III Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van de faillissementswet, waar wel is voorzien in een rechtsmiddel. Die termijn van het instellen van een beroep in cassatie bedraagt acht dagen na de dag van de uitspraak. (meer…)

HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:390 (Jansen q.q./Rabobank); ECLI:NL:HR:2026:391 (Rabobank/Louwerier q.q.)

Het verrekeningsverbod van art. 54 lid 1 Fw dat voor banken geldt met betrekking tot inkomende betalingen op de rekening van hun schuldenaar vanaf het peilmoment, geldt ook met betrekking tot de uitgaande betalingen die vanaf dat moment door hun schuldenaar via hen worden verricht. (meer…)

HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:400

Tijdens een faillissementsgijzeling (art. 87 lid 1 Fw) kan de rechter geen contactbeperkingen opleggen aan de gefailleerde. Een contactbeperking is een ingrijpende maatregel die een inmenging vormt in het privéleven, familie- en gezinsleven en de correspondentie van de gefailleerde. Zo’n inmenging moet op grond van art. 8 lid 2 EVRM bij wet zijn voorzien. Noch art. 87 lid 1 Fw, noch enige andere wettelijke bepaling biedt een grondslag voor het opleggen van contactbeperkingen tijdens een faillissementsgijzeling. (meer…)

Cassatieblog.nl