Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: verificatie


HR 9 februari 2024 ECLI:Nl:HR:2024:210

Het gehomologeerde akkoord is voor bepaalde schuldeisers verbindend. Als hun vorderingen als gevolg van het akkoord onvoldaan blijven, zijn deze vorderingen niet afdwingbaar. In deze zaak gaat het over de vraag of ook rente die ná de faillietverklaring is verschenen, onder het gehomologeerde akkoord valt. Dat is van belang voor de afdwingbaarheid van deze rentevordering na beëindiging van het faillissement. In deze prejudiciële beslissing geeft de Hoge Raad antwoord op deze vraag.

Maartje Möhring bespreekt in dit vlog de uitspraak van de Hoge Raad in drie minuten.

HR 23 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:424

Beantwoording prejudiciële vragen. De Hoge Raad nuanceert zijn overwegingen uit het  arrest Koot Beheer/Tideman q.q. (HR 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6108 hier besproken in CB 2013-78). Vorderingen die zijn ontstaan tijdens of na een faillissement of een daaraan voorafgaande surseance komen voor verificatie in aanmerking, indien zij besloten liggen in een ten tijde van het ingaan van dat faillissement of die surseance reeds bestaande rechtspositie van de schuldeisers, zodat geen sprake is van een uitbreiding van aanspraken die in strijd komt met het fixatiebeginsel. (meer…)

HR 24 november 2017  ECLI:NL:HR:2017:2991

Beantwoording prejudiciële vraag. Indien de faillietverklaring wordt uitgesproken ingevolge een van de bepalingen van Titel II van de Faillissementswet of binnen een maand na het einde van de surseance, komt een vordering ter zake van rente die vanaf de datum van de surseance tot aan de datum van die faillietverklaring is vervallen over een vordering waarvoor de surseance werkt, in aanmerking voor verificatie in dat faillissement. (meer…)

Het overzicht van lopende zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. (meer…)

HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3464

De gefailleerde heeft een rechtens te respecteren belang bij zijn beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris om schuldvorderingen die niet op de voet van art. 110 Fw door de schuldeisers ter verificatie zijn ingediend, toch tot de verificatie toe te laten. De gefailleerde dient in zoverre als “partij” bij deze beschikking van de rechter-commissaris te worden beschouwd en kan daarom in zijn daartegen gerichte beroep worden ontvangen. Schuldeisers moeten zelf de schuldvorderingen bij de curator indienen waarvan zij verificatie wensen. (meer…)

Cassatieblog.nl