Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

verrekening

Prejudiciële vraag: kan bank zich op stortingen na het peilmoment op de rekening-courant verhalen?

CB 2018-195 Geplaatst op 07 dec 2018 door

HR 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2189 (Curatoren Eurocommerce/Rabobank)

In deze prejudiciële procedure staat de vraag centraal hoe een bank moet omgaan met stortingen op de rekening-courant in het zicht van faillissement van de rekeninghouder. De bank heeft (ook op grond van de algemene bankvoorwaarden) een openbaar pandrecht op al hetgeen de rekeninghouder van de bank te vorderen heeft. Binnen de rekening-courantverhouding wordt de bank door een betaling van een schuldenaar aan de rekeninghouder op zijn beurt schuldenaar van de rekeninghouder, maar kan de bank deze schuld verrekenen met wat hij van de rekeninghouder te vorderen heeft. De Hoge Raad beslist dat op deze verrekening art. 54 Fw van toepassing is, welk artikel onder omstandigheden aan verrekening in de weg staat. Als betalingen op de rekening binnenkomen na het peilmoment (het moment dat de bank niet meer te goeder trouw is in de zin van art. 54 Fw), mag de bank zich daarop niet verhalen, ook niet op grond van zijn pandrecht. Lees verder >

Aanhangig = aanhangig

CB 2018-52 Geplaatst op 27 mrt 2018 door

HR 23 maart 2018 ECLI:NL:HR:2018:428

Art. 3:43 lid 1, aanhef en onder a, en slot, Bw bedreigt met nietigheid rechtshandelingen die strekken tot verkrijging door (onder meer) advocaten van goederen waarover een geding aanhangig is voor het gerecht onder welks rechtsgebied zij hun bediening uitoefenen. Deze bepaling is slechts van toepassing indien over de betrokken goederen een geding aanhangig is in de zin van art. 125 lid 1 Rv, dat wil zeggen vanaf de dag van de dagvaarding, dan wel, in geval van digitaal procederen, de dag waarop de procesinleiding is ingediend. Lees verder >

Verrekening door de Ontvanger in faillissement

CB 2017-184 Geplaatst op 19 okt 2017 door

HR 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2627 (Schepel & Miedema q.q. / Ontvanger)

De Hoge Raad beantwoordt prejudiciele vragen over de bevoegdheid van de Ontvanger op grond van art. 24 lid 1 Iw tot verrekening in het faillissement van vennootschappen in een fiscale eenheid. Lees verder >

Ook ná de conclusie A-G mag verweerder in cassatie in beginsel nog in geding verschijnen

CB 2017-128 Geplaatst op 06 jul 2017 door

HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1066

(1) In het geval een hypothecaire lening valt binnen een bij huwelijkse voorwaarden gecreëerde beperkte huwelijksgoederengemeenschap, dan geldt dat beide echtgenoten daarvoor op grond van art. 1:100 lid 1 BW ieder voor de helft draagplichtig zijn, tenzij het in de uitzonderlijke omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat de ene echtgenoot zich jegens de andere echtgenoot op de verdeling bij helfte beroept (o.a. HR 7 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0071, NJ 1991/593; HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1749, NJ 2012/407); (2) Op grond van art. 44 lid 3 Rv staat het de verweerder in cassatie in beginsel vrij om, nadat de Advocaat-Generaal zijn conclusie heeft genomen, alsnog in het geding te verschijnen om op die conclusie te reageren.

Lees verder >

Overzicht recente prejudiciële vragen

CB 2017-95 Geplaatst op 11 mei 2017 door

Het overzicht van lopende zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. Lees verder >

Bevrijdend verweer bij aanneming van werk

CB 2017-56 Geplaatst op 21 mrt 2017 door

HR 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:459

Op grond van de aannemingsovereenkomst mocht de aannemer de kelderwanden pas aanbrengen nadat de wapening door de constructeur was goedgekeurd. De stelling van de aannemer dat hem was medegedeeld dat de goedkeuring was verleend, levert aldus een bevrijdend verweer op, waarvan de bewijslast op de aannemer rust. Lees verder >

Verrekeningsverbod art. 54 Fw ziet niet op schuld uit overeenkomst met failliet

CB 2015-127 Geplaatst op 20 aug 2015 door

HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1825 (Wemaro S.A./De Bok q.q.)

Art. 54 lid 1 Fw strekt ertoe verrekening uit te sluiten in die gevallen waarin een schuldenaar of een schuldeiser van de boedel een vordering respectievelijk een schuld van een derde overneemt met het doel zichzelf de mogelijkheid van verrekening te verschaffen. Deze strekking rechtvaardigt niet om het toepassingsbereik van deze bepaling te doen uitstrekken tot een geval waarin voor de faillietverklaring een goed van de schuldenaar wordt gekocht en aldus een verrekenbare schuld wordt gecreëerd. Lees verder >

Executieplicht openbaar ministerie

CB 2015-52 Geplaatst op 19 mrt 2015 door

TraliesHR 27 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:500 (Staat / Verweerder)

Van het openbaar ministerie kan niet worden verlangd dat het een door de strafrechter opgelegde gevangenisstraf niet ten uitvoer legt op de grond dat de veroordeelde in een andere strafzaak langer in voorarrest heeft gezeten dan de opgelegde straf. Lees verder >

Gevolgen onterechte verrekening in fiscale context

CB 2015-46 Geplaatst op 12 mrt 2015 door

HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:299 (Ontvanger / Hydepark)

Wanneer een vordering van een participant van een fiscale eenheid op de Ontvanger door de Ontvanger wordt verrekend met een belastingschuldschuld van een andere participant, kan eerstgenoemde – wanneer de schuld van de ander later in een fiscale procedure wordt verminderd – het “teveel verrekende” (in civilibus) van de Ontvanger vorderen. Lees verder >

Bevestiging vaste jurisprudentie terzake ingangsdatum (gewijzigde) onderhoudsverplichting

CB 2015-30 Geplaatst op 19 feb 2015 door

HR 6 februari 2015 , ECLI:NL:HR:2015:232

De Hoge Raad bevestigt de door hem reeds eerder geformuleerde regels met betrekking tot de door de feitenrechter te bepalen ingangsdatum van een (gewijzigde) onderhoudsverplichting, een en ander onder verwijzing naar zijn recente uitspraak van 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1001. Lees verder >

Pagina 1 van 212