Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: BW art. 1:141 lid 3


HR 16 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1631

Op grond van art. 1:141 lid 3 BW wordt het bij het einde van het huwelijk aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden. Wie stelt dat het gaat om privévermogen, moet dit vermoeden weerleggen. (meer…)

HR 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:637

Het bewijsvermoeden van artikel 1:141 lid 3 BW ziet uitsluitend op de vraag of het aanwezige vermogen al dan niet gefinancierd is uit hetgeen verrekend had moeten worden. Voor de vaststelling van de omvang van het te verrekenen vermogen op de peildatum gelden de gewone regels van stelplicht en bewijslast. Beschrijving van het te verrekenen vermogen hangende procedure terzake afwikkeling niet-uitgevoerd verrekenbeding. Miskenning devolutieve werking appel. (meer…)

HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:161.

Wanneer een periodiek verrekenbeding niet is uitgevoerd, moet bij echtscheiding alsnog worden verrekend. Het alsdan aanwezige vermogen wordt vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend moest worden. Het afwijken van dit bewijsvermoeden van art. 1:141 lid 3 BW moet worden gemotiveerd. (meer…)