Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: huwelijkse voorwaarden


HR 19 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1721

Bepalingen uit buitenlandse huwelijkse voorwaarden die huwelijksvermogensrechtelijke aanspraken afhankelijk stellen van welke echtgenoot het verzoek tot echtscheiding heeft ingediend of van welke echtgenoot schuld heeft aan de echtscheiding, kunnen kennelijk onverenigbaar zijn met de Nederlandse openbare orde. Het antwoord op de vraag of een bepaling buiten toepassing moet blijven, hangt af van de omstandigheden van het concrete geval, en in het bijzonder van de mate van betrokkenheid van Nederland bij het geval.

(meer…)

HR 27 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1887

Een notaris heeft een akte van huwelijkse voorwaarden gepasseerd, maar deze vervolgens niet ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. De Hoge Raad oordeelt dat het aanvangsmoment van de lange verjaringstermijn moet worden gesteld op het laatste moment waarop de notaris alsnog voor inschrijving van de akte had kunnen zorgdragen zonder tekort te schieten in de nakoming van de op hem rustende verbintenis.  (meer…)

HR 30 augustus 2019     ECLI:NL:HR:2019:1292

Verhouding tussen periodiek verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden en een na datum huwelijk onderhands gesloten ‘potovereenkomst’. Oordeel hof dat onderhandse ‘potovereenkomst’ als zodanig geldig is onvoldoende gemotiveerd in het licht van stellingname man in appel. (meer…)

HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1358

Het oordeel van het hof dat voor zover de roerende zaken níet kunnen worden geacht te behoren tot de beperkte (huwelijks)gemeenschap van partijen, er ten aanzien van die zaken sprake is van een eenvoudige gemeenschap omdat zij aan beide partijen zijn gaan toebehoren, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. (meer…)

HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:161.

Wanneer een periodiek verrekenbeding niet is uitgevoerd, moet bij echtscheiding alsnog worden verrekend. Het alsdan aanwezige vermogen wordt vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend moest worden. Het afwijken van dit bewijsvermoeden van art. 1:141 lid 3 BW moet worden gemotiveerd. (meer…)