Selecteer een pagina

HR 5 juni 2026 ECLI:NL:HR:2026:838 en ECLI:NL:HR:2026:841

Na het verstrijken van de beslistermijn van art. 6:2 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz en het vervallen van de eerdere machtiging kan de rechter nog wel beslissen op het verzoek om een zorgmachtiging. De rechter kan dan slechts op de voet van art. 6:5, aanhef en onder a, Wvggz een zorgmachtiging verlenen voor de duur van maximaal zes maanden.

In deze twee zaken is cassatieberoep ingesteld tegen beslissingen van de rechtbank op het beroep tegen verleende zorgmachtigingen. In de ene zaak beslist de Hoge Raad dat er inderdaad geen sprake is van aansluitende zorgmachtiging terwijl dat in de andere zaak wel het geval is.

De zaak ECLI:NL:HR:2026:838

De officier van justitie heeft een aansluitende zorgmachtiging verzocht voor de duur van twaalf maanden. Een zorgmachtiging vervalt indien de geldigheidsduur is verstreken (art. 6:6 lid 1 aanhef en onder a Wvggz). Indien de officier van justitie een nieuw verzoek voor een zorgmachtiging heeft ingediend voordat de geldigheidsduur als bedoeld in art. 6:5, aanhef en onder a Wvggz is verstreken, vervalt de eerdere zorgmachtiging, in afwijking van art. 6:6 lid 1, aanhef onder a, Wvggz als de rechter op het verzoekschrift heeft beslist of, door het verstrijken van de termijn van drie weken na ontvangst van het verzoekschrift. Bij inachtneming van deze termijnen is sprake van aansluiting van de vervolgmachtiging op de lopende machtiging en kan de vervolgmachtiging voor de duur van maximaal twaalf maanden worden verleend.

In dit geval was de lopende zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met uiterlijk 25 augustus 2025. De officier van justitie heeft het verzoekschrift voor een vervolgmachtiging ingediend op 4 juli 2025, ruim voordat de geldigheidsduur was verstreken. De rechtbank moest vervolgens uiterlijk drie weken na ontvangst van het verzoekschrift, dus uiterlijk op 25 juli 2025, beslissen. Omdat de rechtbank niet binnen drie weken na ontvangst van het verzoek van de officier van justitie heeft beslist is de bestaande machtiging van rechtswege komen te vervallen. De op 31 juli 2025 verleende zorgmachtiging voor twaalf maanden sloot dus niet aan op een eerder verleende zorgmachtiging.

Na het verstrijken van de beslistermijn van art. 6:2 lid 1 aanhef en onder e Wvggz en het vervallen van de eerdere machtiging kan de rechter nog wel beslissen op het verzoek om een zorgmachtiging. De rechter kan dan slechts op de voet van art. 6:5, aanhef en onder a, Wvggz een zorgmachtiging verlenen voor de duur van maximaal zes maanden.

De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, maar uitsluitend voor zover daarin is bepaald dat de zorgmachtiging is verleend voor de duur van maximaal twaalf maanden. Hij doet de zaak zelf af en beperkt de duur van de verleende zorgmachtiging tot maximaal zes maanden, dus tot en met uiterlijk 31 januari 2026.

De zaak ECLI:NL:HR:2026:841

In de andere verzoekschriftprocedure verzoekt de officier van justitie om ten aanzien van betrokkene een aansluitende zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

Ook in deze zaak geldt dat indien de officier van justitie een nieuw verzoek voor een zorgmachtiging heeft ingediend voordat de geldigheidsduur als bedoeld in art. 6:5 aanhef en onder a Wvggz is verstreken de eerdere zorgmachtiging vervalt in afwijking van art. 6:6 lid 1 aanhef en onder a Wvggz.

In deze zaak was de lopende zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 4 oktober 2025. De officier van justitie heeft het verzoekschrift voor een vervolgmachtiging ingediend op 1 oktober 2025, en dus voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtiging. De rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025, binnen drie weken na ontvangst van het verzoekschrift beslist. De vervolgmachtiging sluit aan op de lopende machtiging en stond het de rechtbank vrij om met toepassing van art. 6:5 aanhef en onder b Wvggz de duur van de vervolgmachtiging te stellen op twaalf maanden.

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Share This

Cassatieblog.nl