Selecteer een pagina

Dossier: Prejudiciële uitspraken HvJEU


HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:954

Eerder kondigde de Hoge Raad aan prejudiciële vragen te stellen. Naar aanleiding van de opmerkingen van partijen vult hij de beide prejudiciële vragen aan. (meer…)

HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:753

In dit tussenarrest formuleert de Hoge Raad prejudiciële vragen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) over de positie van werknemers bij een door pre-pack voorbereide overgang van een onderneming. Volgens de Hoge Raad kan namelijk twijfel bestaan over de vraag of in het aan de orde zijnde geval de uitzondering voordoet van art. 7:666 aanhef en onder a, BW, uitgelegd in het licht van art. 5 lid 1 Richtlijn 2001/23/EG, mede gelet op een uitspraak van het HvJEU uit 2017 over een andere Nederlandse ‘pre-pack’ (het Smallsteps-arrest). (meer…)

HR 6 maart 2020 ECLI:NL:HR:2020:391 (EPAL/PHZ)

Vervolg op uitspraak van de Hoge Raad van 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:26 (EPAL/PHZ), besproken in CB 2020-20, waarin bepaald werd dat partijen gelegenheid kregen zich uit te laten over de formulering van de aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘HvJEU’) te stellen prejudiciële vragen. De schriftelijke reactie daarop van eiseres tot cassatie (EPAL) geeft aanleiding de te stellen vragen op twee punten te wijzigen.  (meer…)

HR 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:26 (EPAL/PJZ)

In deze zaak staat de vraag centraal of EPAL als houdster van het collectieve gemeenschapsmerk EPAL voor opnieuw te gebruiken pallets, zich kan verzetten tegen de verdere verhandeling van tweedehands (van het EPAL-merk voorziene) pallets die zijn gerepareerd door PHZ of door anderen dan EPAL-licentienemers. In dat verband is relevant of de merkrechten van EPAL zijn uitgeput dan wel of EPAL een gegronde reden heeft om zich te verzetten tegen deze verdere verhandeling als bedoeld in art. 13 lid 2 Gemeenschapsmerkenverordening (hierna: GMVo). (meer…)

HR 13 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1972

In deze uitspraak stelt de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie. In de kern gaat het om de vraag of – zowel in het kader van het op art. 9 Richtlijn koop op afstand gebaseerde art. 7:7 lid 2 (oud) BW, als in het kader van het op art. 27 Richtlijn consumentenrechten gebaseerde huidige art. 7:7 lid 2 BW – sprake is van levering van drinkwater op grond van een overeenkomst, dan wel van een ongevraagde levering van drinkwater zoals verboden door art. 5 lid 5 en punt 29 van bijlage I van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken. (meer…)

HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2396

De Hoge Raad oordeelt over een eerder door hem gewezen arrest: (1) Op de Hoge Raad rustte geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen; (2) De enkele stelling dat de rechter de bedoelde verplichting niet is nagekomen, volstaat niet voor het vestigen van staatsaansprakelijkheid; (3) Nu de wet geen andere cassatierechter kent, en gelet op de samenstelling van de zetel die dit arrest heeft gewezen, kunnen klachten dat de Hoge Raad niet geschikt zou zijn om te oordelen in een zaak over staatsaansprakelijkheid voor rechtspraak gewezen door de Hoge Raad, niet slagen. (meer…)