Alle berichten met de tag: ondertoezichtstelling


HR 12 april 2019 ECLI:NL:HR:2019:575

Naar aanleiding van het verzoek van de moeder om een nader onderzoek door een deskundige te gelasten, had het hof moeten onderzoeken of dit op art. 810a lid 2 Rv gebaseerde verzoek voldoende concreet en ter zake dienend was, en zo ja, of het belang van de kinderen zich tegen toewijzing van het verzoek verzette. (meer…)

kindHR 9 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2046

Dit – met art. 81 RO verworpen – cassatieberoep is de eerste cassatieprocedure over de “aanvaardbaar te achten termijn” in art. 1:266, eerste lid, aanhef en onder a, BW, zoals dit artikel per 1 januari 2015 (inwerkingtreding van de Wet tot herziening van de maatregelen van kinderbescherming) luidt. Centraal staat de vraag hoe die termijn moet worden beoordeeld. In deze bijdrage wordt gewezen op twee belangwekkende elementen uit de conclusie van Advocaat-Generaal Keus. (meer…)

HR 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:609

Art. 807 Rv sluit ten aanzien van beslissingen die door de kinderrechter op grond van art. 1:265i BW zijn genomen niet de mogelijkheid van een gewoon rechtsmiddel uit, zodat daartegen – conform de hoofdregel van art. 358 lid 1 Rv – de gewone rechtsmiddelen openstaan. Dit strookt met de wetsgeschiedenis, waaruit blijkt dat de wetgever beoogd heeft maatregelen met een voorlopig en ordenend karakter uit te sluiten. De beslissingen op grond van de artt. 1:265a t/m 1:265k BW zijn daarentegen ingrijpend en kunnen tot onomkeerbare gevolgen lijden.  (meer…)

HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2632 (X/De Raad voor de Kinderbescherming)

Een voldoende concreet en terzake dienend verzoek tot toepassing van art. 810a lid 2 Rv, dat feiten en omstandigheden bevat die zich lenen voor een onderzoek door een deskundige, zal in beginsel moeten worden toegewezen indien de rechter geen feiten of omstandigheden aanwezig oordeelt op grond waarvan moet worden aangenomen dat toewijzing van het verzoek strijdig is met het belang van het kind. (meer…)

HR 8 juli 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BQ3883 (wsnp), ECLI:NL:HR:2011:BQ3890 (ots), ECLI:NL:HR:2011:BQ2800 (maatschappen)

Geen griffierecht is verschuldigd in hoger beroep en cassatie in een procedure over de toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Hetzelfde geldt voor procedures over de ondertoezichtstelling van minderjarigen of de ontheffing of de ontzetting uit het gezag of voogdij over minderjarigen. Maatschappen moeten het tarief voor rechtspersonen betalen. (meer…)