Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: EVRM art. 8


HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:622

De vraag wie belanghebbende is in de zin van art. 798 Rv, wordt bepaald door het onderwerp van de aan de rechter voorgelegde zaak en de rechten en verplichtingen waarop de betrokkene zich beroept. Het schrappen van een van de voornamen van een minderjarig kind levert in dit geval een inmenging op in het tussen de man en de zoon bestaande familie- en gezinsleven en in het privéleven van de man. De man dient dan ook te worden aangemerkt als belanghebbende in de procedure over de wijziging van de voornamen van de zoon.  (meer…)

HR 22 april 2022 ECLINL:HR:2022:622

De Hoge Raad heeft verduidelijkt wie moet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv in een procedure over een verzoek tot wijziging van de voornamen van een minderjarig kind. Het antwoord op die vraag is van belang omdat een belanghebbende in de procedure betrokken moet worden en eventueel een rechtsmiddel kan instellen. In dit Cassatievlog bespreekt Maartje Möhring het arrest van de Hoge Raad in 3 minuten.

HR 11 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:349

De Hoge Raad oordeelt dat het fundamentele recht van het kind op het verkrijgen van informatie over de eigen biologische afstamming prevaleert boven de fundamentele rechten van de vermoedelijke biologische vader. Slechts onder uitzonderlijke omstandigheden kan daarvan worden afgeweken.

(meer…)

HR 10 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1851

Bij de beoordeling van een verzoek van een (beweerde) verwekker om de wettelijke ouders van een kind te gelasten mee te werken aan een DNA-onderzoek moeten de belangen van alle betrokkenen en de bijzonderheden van het concrete geval in acht worden genomen.  (meer…)

HR 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1834

Aan de in art. I.3 en I.16 lid 1 van de Staatsregeling van Aruba opgenomen grondrechten komt als zodanig geen directe werking toe in verhoudingen tussen burgers onderling. Beperkingen van de uitoefening van deze grondrechten kunnen daarom in beginsel door partijen worden overeengekomen. De door partijen gesloten overeenkomst waarin de werknemer aan de werkgever toestemming geeft voor het uitvoeren van alcohol- en drugstesten, is dan ook verenigbaar met deze grondrechten. (meer…)