Selecteer een pagina

Alle berichten van: Mette van Asperen


HR 25 juni 2021 ECLI:NL:HR:2021:1007

In 2015 heeft de Hoge Raad in twee uitspraken beslist dat een nietige erkenning van een kind (in die gevallen op Curaçao) bekrachtigd kan worden (zie CB 2015-23). In die gevallen bestond de oorzaak van de nietigheid op een zeker moment niet langer  doordat de man die erkend had was gescheiden (en dus geen sprake meer was van een gehuwde man die geen buiten dat huwelijk geboren kind kon erkennen). Bekrachtiging leidt  tot Nederlanderschap met ingang van de datum van erkenning (HR 20 december 2019, besproken in CB 2020-2, rov. 2.9.2). (meer…)

HR 11 juni 2021 ECLI:NL:HR:2021:885

Een verklaring van een verpleegkundig specialist over de actuele gezondheidstoestand van een betrokkene kan niet voorzien in actualisering van een medische verklaring. (meer…)

Hoge Raad 4 juni 2021 ECLI:NL:HR:2021:818

De rechtbank heeft op het verzoek om een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van een jaar beslist nadat de geldigheidsduur van de eerdere zorgmachtiging was verstreken, terwijl de officier van justitie zijn verzoek om deze vervolgmachtiging niet had ingediend uiterlijk vier weken voordat de lopende machtiging verstreek. Aldus was geen sprake van aansluiting en kon de vervolgmachtiging niet worden verleend voor de duur van twaalf maanden.  (meer…)

HR 9 april 2021 ECLI:NL:HR:2021:534

Indien de rechter ambtshalve toepassing van art. 2.3 lid 1 van de Wet forensische zorg (Wfz) overweegt, dient hij op grond van art. 5:19 lid 2 Wvggz de officier van justitie te verzoeken een zorgmachtiging voor te bereiden. De officier van justitie dient aan een dergelijk verzoek gehoor te geven teneinde de rechter in staat te stellen te beoordelen of aan de criteria voor het afgeven van een zorgmachtiging wordt voldaan.  (meer…)

HR 19 maart 2021 ECLI:NL:HR:2021:422

De uitspraak in deze zaak sluit aan bij de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 1 november 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1689, zie CB 2019-137)), waarin de Hoge Raad in verband met een niet-wijzigingsbeding oordeelde dat de contractsvrijheid van ouders bij afspraken over kinderalimentatie wordt begrensd door de dwingendrechtelijke regel dat de kinderalimentatie tenminste moet voldoen aan de wettelijke maatstaven.  (meer…)