Selecteer een pagina

Alle berichten van: Mette van Asperen


HR 9 april 2021 ECLI:NL:HR:2021:534

Indien de rechter ambtshalve toepassing van art. 2.3 lid 1 van de Wet forensische zorg (Wfz) overweegt, dient hij op grond van art. 5:19 lid 2 Wvggz de officier van justitie te verzoeken een zorgmachtiging voor te bereiden. De officier van justitie dient aan een dergelijk verzoek gehoor te geven teneinde de rechter in staat te stellen te beoordelen of aan de criteria voor het afgeven van een zorgmachtiging wordt voldaan.  (meer…)

HR 19 maart 2021 ECLI:NL:HR:2021:422

De uitspraak in deze zaak sluit aan bij de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 1 november 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1689, zie CB 2019-137)), waarin de Hoge Raad in verband met een niet-wijzigingsbeding oordeelde dat de contractsvrijheid van ouders bij afspraken over kinderalimentatie wordt begrensd door de dwingendrechtelijke regel dat de kinderalimentatie tenminste moet voldoen aan de wettelijke maatstaven.  (meer…)

HR 5 maart 2021 ECLI:NL:HR:2021:349

Rechtbanken hebben tot nu toe verschillend gereageerd op overschrijding van de in art. 5:16, eerste lid, Wvggz genoemde termijn. De bepaling houdt in dat na de mededeling van de geneesheer-directeur aan onder meer een betrokkene dat een verzoek om een zorgmachtiging wordt voorbereid, de officier van justitie binnen vier weken aan onder meer betrokkene zijn beslissing meedeelt of wordt voldaan aan de criteria voor verplichte zorg (en hij dus al dan niet een verzoek gaat indienen).  (meer…)

HR 19 februari 2021 ECLI:NL:HR:2021:272

Een verzoek tot wijziging van een machtiging op de voet van art. 8:12 lid 3 Wvggz kan ook worden ingediend in het geval dat nog geen tijdelijke verplichte zorg op de voet van art. 8:11 Wvggz is of wordt verleend maar te voorzien is dat een bepaalde vorm van zorg zal moeten worden verleend om een dreigende noodsituatie te voorkomen en de machtiging niet in die zorg voorziet. (meer…)