Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: Wvggz art. 5:7


HR 2 oktober 2020 ECLI:NL:HR:2020:1545

In het kader van een verzoek om verlening van een zorgmachtiging had de rechtbank onder meer overwogen dat, als de medische verklaring en de bevindingen van de geneesheer-directeur (gd) zijn opgesteld door een en dezelfde psychiater, die dus ook gd is, de controlerende taak van de gd illusoir wordt omdat hij dan zichzelf controleert. Niettemin leidde dat niet tot afwijzing van het verzoek, samengevat wegens het volgens de rechtbank betrekkelijke belang van de stukken van de gd. Betrokkene noch de officier van justitie konden zich in deze beoordeling vinden, betrokkene ook niet in het resultaat. (meer…)

ECLI:NL:HR:202:1012 en ECLI:NL:HR:2020:1017

In de eerste twee uitspraken onder de per 1 januari 2020 in werking getreden Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), een van de opvolgers van de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz), beslist de Hoge Raad dat tegen de verlening van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel cassatieberoep openstaat. De Hoge Raad oordeelt dat sprake is van een omissie van de wetgever, waar deze uitsluitend in het kader van de zorgmachtiging heeft bepaald dat de regels van de verzoekschriftprocedure in Rv aanvullend van overeenkomstige toepassing zijn. Tegen de voorganger van de machtiging voortzetting crisismaatregel onder de Wet Bopz, de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling, stond geen gewoon rechtsmiddel open (art. 29 lid 5). In art. 7:8 lid 5 Wvggz is slechts bepaald dat tegen de beslissing van de rechter tot voortzetting van de crisismaatregel geen hoger beroep openstaat. (meer…)