Selecteer een pagina

HR 24 september 2021 ECLI:NL:HR:2021:1357

Bij een verzoekschrift tot wijziging van een zorgmachtiging dienen volgens de Hoge Raad in deze uitspraak te worden overgelegd:

  • de in 8:12 lid 3 Wvggz vermelde stukken (een door de geneesheer-directeur, vergezeld van zijn advies daarover, bij de officier van justitie ingediende aanvraag van de zorgverantwoordelijke tot wijziging van de machtiging);
  • de bestaande zorgmachtiging en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen, voorzien van een actualisering daarvan met het oog op de vormen van verplichte zorg waarop het wijzigingsverzoek ziet;
  • een aanvullende medische verklaring van een psychiater die voldoet aan de in 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden, tenzij de oorspronkelijke medische verklaring nog actueel is en mede betrekking heeft op de aanvullende vormen van zorg waarop het wijzigingsverzoek ziet.

Aldus is volgens de Hoge Raad gewaarborgd dat de rechter ten aanzien van de aanvullend verzochte vormen van verplichte zorg kan beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid als bedoeld in de art. 2:2, 3:3 en 3:4, onder b-e, Wvggz (vergelijk art. 6:4 lid 1 Wvggz).

De Hoge Raad merkt nog op dat het in art. 8:12 lid 3 Wvggz bedoelde advies van de geneesheer-directeur kan worden aangemerkt als ‘de bevindingen van de geneesheer-directeur’ als bedoeld in art. 5:17 lid 3, onder e, Wvggz.

Share This