Alle berichten van: Saskia Bouwman


HR 21 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:996 (eigenaren / TenneT)

Op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht kan een gedoogplicht worden opgelegd voor een werk, zoals in dit geval een hoogspanningslijn. De schade die door de aanleg en instandhouding van dat werk wordt geleden, moet volledig worden vergoed. Die schade omvat ook de schade door waardevermindering van het perceel. De Hoge Raad beslist dat dat niet anders is voor de waardevermindering die is veroorzaakt door de maatregel die het werk planologisch mogelijk heeft gemaakt, in dit geval een rijksinpassingsplan. De rechthebbende hoeft die schade dus niet apart als planschade via de overheid te verhalen, maar kan deze op grond van de BP verhalen. (meer…)

HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:353 (eiseressen/gemeente Den Haag)

In deze zaak had een gemeente ten onrechte een bouwvergunning (fase I) geweigerd. De aanvraag was niet in strijd met het bestemmingsplan en de gemeente had buiten de daarvoor geldende beslistermijn beslist. Daardoor was de vergunning van rechtswege op dat moment verleend. De ABRvS stelde daarom vast dat het weigeringsbesluit onrechtmatig was. In deze procedure vorderde de aanvraagster vergoeding van de door dit onrechtmatige besluit geleden schade. Een door de bestuursrechter vernietigd besluit is onrechtmatig vanaf het moment dat het is genomen. Dat is niet anders in een geval als dit, waarin de vergunning door het verstrijken van de beslistermijn al van rechtswege is verleend. De rechter hoeft er in het kader van het causaal verband dus niet van uit te gaan dat de aanvrager zonder de onrechtmatige weigering al daarvoor, aan het einde van de beslistermijn, over een vergunning had beschikt. Aansprakelijkheid vanaf een tijdstip vóór het onrechtmatige besluit kan bestaan wanneer het bestuursorgaan onrechtmatig handelt door niet tijdig te beslissen of aanvrager niet in kennis te stellen van de vergunning. Die grondslagen waren in deze zaak echter niet aan de orde.   (meer…)

HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:51, 52 en 53

Het notariële tuchtrecht wordt in hoger beroep uitgeoefend door het hof Amsterdam. Tegen beslissingen van het hof in notariële tuchtzaken is geen hogere voorziening toegelaten. Dit rechtsmiddelenverbod blijft buiten toepassing als die toepassing niet verenigbaar is met art. 6 EVRM. De tuchtmaatregel van ontzetting uit het ambt van notaris, valt binnen de reikwijdte van art. 6 EVRM. Aan het cassatieberoep tegen de ontzetting uit het ambt is ten grondslag gelegd dat het door art. 6 EVRM gegarandeerde recht op een eerlijke en onpartijdige behandeling is veronachtzaamd. In dat geval is het cassatieberoep ontvankelijk. In gevallen die niet onder de reikwijdte van art. 6 EVRM vallen, staat geen rechtsmiddel open tegen een beslissing van het hof Amsterdam in het notariële tuchtrecht. (meer…)

HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2380 (Eigenaren/gemeente Pijnacker-Nootdorp)

(i) Met de invoering van de vervroegde onteigening en de vervroegde plaatsopneming is door de wetgever tijdswinst beoogd. Dat doel kan ook worden gediend als beide procedures kort na elkaar aanhangig worden gemaakt, en het staat de onteigenende partij dan ook vrij dit te doen. (ii) Als de rechtbank de vervroegde onteigening uitspreekt, moet zij daarbij ook (in het dictum) de onteigenende overheid veroordelen om bijkomende voorzieningen (zoals een aanbod tot voortgezet gebruik) gestand te doen. (meer…)

HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2320

Aan een algemeen aanbod om tegenbewijs te leveren door middel van getuigen mag de rechter niet ongemotiveerd voorbij gaan. Wanneer de rechter voorshands, behoudens tegenbewijs, bepaalde feiten als vaststaand aanneemt, hoeft een partij dit voorshands geleverde bewijs niet eerst te ontkrachten om tot tegenbewijs te worden toegelaten. (meer…)