Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: bouwvergunning


HR 5 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:339 (eiseres/Venray)

In een overeenkomst tussen een gemeente en een ontwikkelaar stond een inspanningsverplichting voor de gemeente om binnen de wettelijke beslistermijnen een bouwvergunning af te handelen. Op grond van onrechtmatige daad is een overheid niet zonder meer aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit een overschrijding van die termijnen: daarvoor zijn bijkomende omstandigheden nodig. Het hof kwam bij de uitleg van de overeenkomst tot de slotsom dat niet was beoogd dat de gemeente een verdergaande aansprakelijkheid op zich zou nemen dan die op grond van een onrechtmatige daad. Omdat het hof de in dat geval vereiste bijzondere omstandigheden niet aanwezig achtte, werd de vordering van de ontwikkelaar afgewezen. De Hoge Raad laat de uitleg van de overeenkomst in stand, en daarmee ook de afwijzing van de door de ontwikkelaar gevorderde schadevergoeding. (meer…)

HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:353 (eiseressen/gemeente Den Haag)

In deze zaak had een gemeente ten onrechte een bouwvergunning (fase I) geweigerd. De aanvraag was niet in strijd met het bestemmingsplan en de gemeente had buiten de daarvoor geldende beslistermijn beslist. Daardoor was de vergunning van rechtswege op dat moment verleend. De ABRvS stelde daarom vast dat het weigeringsbesluit onrechtmatig was. In deze procedure vorderde de aanvraagster vergoeding van de door dit onrechtmatige besluit geleden schade. Een door de bestuursrechter vernietigd besluit is onrechtmatig vanaf het moment dat het is genomen. Dat is niet anders in een geval als dit, waarin de vergunning door het verstrijken van de beslistermijn al van rechtswege is verleend. De rechter hoeft er in het kader van het causaal verband dus niet van uit te gaan dat de aanvrager zonder de onrechtmatige weigering al daarvoor, aan het einde van de beslistermijn, over een vergunning had beschikt. Aansprakelijkheid vanaf een tijdstip vóór het onrechtmatige besluit kan bestaan wanneer het bestuursorgaan onrechtmatig handelt door niet tijdig te beslissen of aanvrager niet in kennis te stellen van de vergunning. Die grondslagen waren in deze zaak echter niet aan de orde.   (meer…)