Selecteer een pagina

Alle berichten van: Saskia Bouwman


HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:648 (Provincie Overijssel/Verweerder)

Wanneer een onroerende zaak wordt onteigend, vervalt ook een daarop rustend pachtrecht. Het pachtrecht kan echter niet afzonderlijk worden onteigend. Het pachtrecht komt geen ‘werkelijke waarde’ toe en door het vervallen van het pachtrecht door onteigening lijdt de pachter dan ook geen vermogensschade. Op grond van art. 42a Ow heeft de pachter wel recht op de inkomensschade die hij als gevolg van de onteigening lijdt. Als het in een gebied gebruikelijk is dat de afgaande pachter van de opkomende pachter een vergoeding ontvangt, kan het mislopen van deze vergoeding alleen als inkomensschade van de pachter voor vergoeding in aanmerking komen. Daarvoor moet worden vastgesteld dat het mislopen onteigeningsgevolg is. (meer…)

HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141 (Goglio/SMQ Group)

(i) Wanneer de wet of een duurovereenkomst voorziet in een regeling van de opzegging, kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid op grond van art. 6:248 lid 1 meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen gesteld worden. (ii) De uitleg van stellingen en verklaringen van procespartijen die ten grondslag liggen aan de beslissing van een hof dat sprake is van een gedekt verweer, is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. (meer…)

HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3141 (Staat/X)

Wanneer de economische eigendom van een onteigend perceel is overgedragen, maar het de juridische eigenaar is die op het onteigende een bedrijf uitoefent, kan de juridische eigenaar recht hebben op vergoeding van de schade die hij als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de onteigening lijdt. Het uitgangspunt is dat schadevergoeding van bijkomende schade in verband met de bedrijfsuitoefening op het onteigende, op haar plaats is als dat ook zo zou zijn geweest als er geen sprake was geweest van economische eigendomsoverdracht van de onroerende zaak. (meer…)

HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:7 (X/Staat)

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de eigenaar tegen het vonnis waarin de rechtbank Zeeland-West-Brabant de onteigening uitsprak van een groot deel van de Hedwigepolder. De onteigening is daarmee definitief geworden. Het verweer van de eigenaar dat onteigening niet noodzakelijk was omdat hij bereid en in staat was zelf de estuariene bestemming van de Hedwigepolder te realiseren, is volgens de Hoge Raad terecht verworpen. Aan dat beroep op zelfrealisatie mocht voorbij worden gegaan vanwege de aard van de grootschalige infrastructurele werken, waarmee de openbare veiligheid en internationale verplichtingen zijn gemoeid en die langdurig moeten worden beheerd. (meer…)

HR 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2992 (verzoeker/NLMK)

De erkenning of tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis kan op grond van art. V lid 1 van het Verdrag van New York slechts op bepaalde gronden worden geweigerd. Een van deze gronden voor weigering is dat het vonnis is vernietigd door een bevoegde autoriteit van het land waar of krachtens welk recht de uitspraak werd gewezen. De Hoge Raad oordeelt dat de rechter een arbitraal vonnis ondanks de vernietiging daarvan in bijzondere gevallen toch kan erkennen. Zo’n bijzonder geval deed zich in deze zaak niet voor. (meer…)