Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: BW art. 7:850


HR 15 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:915 (Wave/ABN AMRO)

Een borgtochtovereenkomst is geen wederkerige overeenkomst, maar een eenzijdige overeenkomst. Alleen de borg neemt een verbintenis op zich: daar staat niet een tegenprestatie van de schuldeiser tegenover. Daar doet niet aan af dat er uit de borgtochtovereenkomst ook verplichtingen voor de schuldeiser kunnen voortvloeien, zoals een jegens de borg in acht te nemen zorgvuldigheidsverplichting. Als de schuldeiser tekortschiet in een dergelijke verplichting, kan de borg recht op schadevergoeding hebben. Ontbinding is echter niet mogelijk, omdat de borgtochtovereenkomst geen wederkerige overeenkomst is. Dat kan anders zijn wanneer in verband met de borgtocht ook door de schuldeiser verplichtingen zijn aangegaan die in zodanig nauwe samenhang staan tot de verbintenis van de borg, dat sprake is van een rechtsbetrekking die strekt tot het wederzijds verrichten van prestaties. In dat geval zijn de bepalingen omtrent wederkerige overeenkomsten, waaronder art. 6:265 BW, van overeenkomstige toepassing. (meer…)

HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1108

(i) het verweer van de door de schuldeiser aangesproken borg dat de verbintenis van de hoofdschuldenaar niet meer bestaat doordat deze reeds heeft betaald en de schuld is tenietgegaan, is een bevrijdend verweer. De bewijslast van het tenietgaan van de hoofdschuld rust daarmee op de borg (150 Rv);  (ii) het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden, nu de bank – vanwege het in omloop zijn van twee verschillende versies van de memorie van grieven – niet op een stelling die uitsluitend in de aan het hof overgelegde versie was opgenomen en waarop het hof zijn oordeel heeft gebaseerd, heeft kunnen reageren. (meer…)