Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Resultaten voor ‘Irina Timp’

Uitleg CAO Beroepsgoederenvervoer: wanneer is sprake van een ‘nachtrit’?

CB 2018-79 Geplaatst op 07 mei 2018 door

HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:668

Het begrip ‘nachtrit’ in de zin van art. 37 van de CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen 2012-2013 (hierna: CAO) moet zo worden uitgelegd dat de werkzaamheden vallend tussen 20.00 uur en 04.00 uur voor een toeslag in aanmerking komen. Bij deze uitleg prevaleren de bewoordingen van de bepaling boven het spraakgebruik. Lees verder >

Aanpassingen hof in schadebegroting onbegrijpelijk

CB 2018-68 Geplaatst op 18 apr 2018 door

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:603

In deze zaak heeft een inlener schadevergoeding van een uitzendbureau gevorderd vanwege het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van een overeenkomst van opdracht. De Hoge Raad acht diverse motiveringsklachten tegen de aanpassingen die het hof op grond van art. 6:97 BW heeft gedaan in de door de inlener in eerste aanleg overgelegde schadebegroting gegrond. Lees verder >

Arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij asbestblootstelling en mesothelioom

CB 2018-63 Geplaatst op 11 apr 2018 door

HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:536

De Hoge Raad verduidelijkt eerdere rechtspraak over de arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij asbestblootstelling (HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 en ECLI:NL:HR:2013:BZ1721) en oordeelt dat het feit dat mesothelioom altijd wordt veroorzaakt door asbestblootstelling, niet zonder meer meebrengt dat het oorzakelijk verband tussen de asbestblootstelling tijdens de werkzaamheden bij de aansprakelijk gehouden werkgever en die schade in beginsel moet worden aangenomen. Betekenis komt toe aan de duur en intensiteit van de blootstelling bij deze werkgever en van andere blootstellingen gedurende de latentieperiode, en de verhouding daartussen.  Lees verder >

Mededeling aan partijen vereist voor enkelvoudige behandeling in meervoudig te beslissen appelzaak; transitievergoeding ook mogelijk bij ontslag op staande voet

CB 2018-59 Geplaatst op 05 apr 2018 door

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484

(i) de Hoge Raad bevestigt eerdere rechtspraak, waarin is geoordeeld dat aan partijen in een meervoudige appelzaak uiterlijk bij de oproeping moet worden meegedeeld dat de mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van een raadsheer-commissaris, en dat partijen de gelegenheid moet worden gegeven te verzoeken om een meervoudige behandeling (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en en ECLI:NL:HR:2017:3264, zie CB 2018:13).
(ii) ook bij ontslag op staande voet kan recht bestaan op een transitievergoeding, zodat de rechter moet beoordelen of sprake is van ernstige verwijtbaar handelen aan de zijde van de werknemer. Lees verder >

Einde hoofdhuurovereenkomst levert niet noodzakelijk wanprestatie onderverhuurder op

CB 2018-53 Geplaatst op 29 mrt 2018 door

HR 23 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:284

De onbevoegdheid van een verhuurder om een zaak aan de huurder in gebruik te geven, levert pas wanprestatie op indien een derde tegenover de huurder een beter recht pretendeert te hebben en het gebruik daardoor feitelijk wordt gestoord. Zolang de hoofdverhuurder de zaak niet van de onderhuurder opeist, behoudt deze het feitelijk gebruik daarvan en pleegt de onderverhuurder geen wanprestatie. Indien de (onder)huurder bekend wordt met de onbevoegdheid van zijn verhuurder, kan hij een beroep doen op art. 6:80 BW om de overeenkomst te ontbinden, of zijn betalingsverplichting opschorten ingevolge art. 6:263 BW. Lees verder >

Afwijzing uitstelverzoek en vervallenverklaring recht op antwoordakte in hoger beroep

CB 2018-48 Geplaatst op 20 mrt 2018 door

HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:364

Het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (hierna: LPR) vormt een uitwerking van het bepaalde in art. 133 Rv over de door de rechter vast te stellen termijnen voor het nemen van conclusies en andere proceshandelingen, het uitstel daarvoor, en het verval van recht om de betreffende rechtshandeling te verrichten. Nu ingevolge art. 2.15 LPR, vierde versie, aanspraak bestond op een uitstel van twee weken voor het nemen van een antwoordakte, heeft het hof ten onrechte bij rolbeslissing het uitstelverzoek afgewezen en het recht op het nemen van een antwoordakte vervallen verklaard. Lees verder >

Verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds bevoegd bindend te besluiten over verdeling pensioenpremie tussen werkgevers en werknemers

CB 2018-46 Geplaatst op 07 mrt 2018 door

HR 2 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:300

Als het pensioen- en uitvoeringsreglement aan het bestuur van een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds de bevoegdheid verlenen de verdeling van de pensioenpremie tussen werkgevers en werknemers vast te stellen, bestaat voor individuele werknemers(organisaties) en werkgevers(organisaties) geen ruimte om zelfstandig een andere verdeling van de pensioenpremie overeen te komen. De norm van evenwichtige belangenbehartiging uit art. 105 lid 2 Pensioenwet geldt ook als het bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds voornoemde bevoegdheid toekomt. Lees verder >

Maatstaf beoordeling ontslaggrond verstoorde arbeidsverhouding en eisen aan bewijslevering

CB 2018-43 Geplaatst op 26 feb 2018 door

HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:220

Voor ontslag wegens een verstoorde arbeidsverhouding ex art. 7:669 lid 3 sub g BW (de ‘g-grond’) is niet vereist dat sprake is van enige mate van verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer. De omstandigheid dat de werkgever van de verstoring van de arbeidsverhouding een verwijt kan worden gemaakt, staat op zichzelf evenmin aan ontbinding op de g-grond in de weg. De toepasselijkheid van de wettelijke bewijsregels moet worden onderscheiden van de vraag of is voldaan aan de maatstaf dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (vgl. HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182 (Decor) ten aanzien van de ontslaggrond disfunctioneren). Lees verder >

Maatstaf beoordeling ontslaggrond disfunctioneren en eisen aan bewijslevering

CB 2018-39 Geplaatst op 16 feb 2018 door

HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182

(i) op het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zijn de wettelijke bewijsregels van toepassing. De werkgever heeft beoordelingsruimte bij de vraag of sprake is van disfunctioneren (ex art. 7:669 lid 3 sub d BW). De rechter moet onderzoeken of, uitgaande van de feiten en omstandigheden die (zo nodig na bewijslevering) zijn komen vast te staan, in redelijkheid kan worden geoordeeld dat sprake is van de aangevoerde ontslaggrond.
(ii) art. 7:683 lid 5 verklaart art. 7:671b lid 8 BW (enkel) van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de toekenning van een vergoeding. De appelrechter is (dan ook) vrij in het bepalen van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, mits dat tijdstip in de toekomst ligt. Lees verder >

Ingangsdatum wettelijke rente bij schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging ex art. 7:681 (oud) BW

CB 2018-9 Geplaatst op 05 jan 2018 door

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3232

De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke rente over de schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst uit art. 7:681 (oud) BW, wordt verschuldigd met ingang van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst als gevolg van deze opzegging eindigt. Lees verder >

Pagina 1 van 712345...Minst recente »