Alle berichten met de tag: Rv art. 348


HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1108 (Rabobank/werknemers)

Het scheepsvoorrecht uit art. 8:211, aanhef en onder b, BW jo. art. 8:204 BW – gelijkluidend aan dezelfde bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek Curaçao (BWC) – strekt ertoe met het oog op de bescherming van de belangen van de zeevarende diens verhaalsmogelijkheden voor de vorderingen die zijn ontstaan uit de zee-arbeidsovereenkomst zoveel mogelijk te waarborgen (HR 23 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG3588, NJ 2009/71). De vorderingen van de werknemers die zijn ontstaan doordat de werkgever niet heeft voldaan aan haar uit de arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichting om te zorgen voor een (pre)pensioenvoorziening, vallen onder het scheepsvoorrecht en prevaleren boven het recht van hypotheek van de scheepshypotheekhouder. (meer…)

HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2567 (Eisers/GE Artesia)

(1) Er geldt geen algemene regel dat een procespartij gehouden is om voorafgaand aan een pleidooi te verzoeken een akte in het principaal beroep te mogen nemen voor een reactie op pas na haar memorie van grieven in het principaal beroep gebleken feiten. (2) Nu de vorderingen van de drie eisers ook in afzonderlijke gedingen hadden kunnen worden berecht, zijn de afzonderlijke eisers geen partijgetuigen in de zaken van de andere eisers (art. 164 lid 2 Rv). (meer…)

HR 8 februari 2013, LJN BY6699 (X/LTO Noord Verzekeringen B.V.)

Een nieuw verweer gevoerd bij memorie van antwoord in incidenteel beroep, dat niet tevens als grief in principaal beroep is voorgesteld, kan, bij gegrondbevinding, niet tot een vernietiging van het dictum van het bestreden vonnis leiden, maar wel tot verwerping van het incidentele beroep. (meer…)