Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: Rv art. 843a


Cassatieblog HR 1 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:981 (Kennemerland Beheer B.V. / Gemeente Haarlemmermeer)

(i) De aard van de onteigeningsprocedure verzet zich niet tegen een vordering op basis van art. 843a Rv. Er bestaat daarnaast geen plicht voor de onteigenaar om in alle onteigeningszaken het gehele Kroondossier te overleggen.

(ii) Bij een beroep op zelfrealisatie dient de rechtbank de noodzaak tot onteigening marginaal te toetsen. De Hoge Raad houdt vast aan zijn eerder gegeven uitgangspunten  (meer…)

HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1251

Ook buiten het terrein van inbreuk op intellectuele eigendomsrechten en het onrechtmatig verkrijgen en gebruiken van bedrijfsgeheimen heeft als maatstaf voor de beoordeling van een vordering op de voet van art. 843a Rv te gelden dat het bestaan van de rechtsbetrekking waarop de vordering ziet, voldoende aannemelijk moet zijn. (meer…)

HR 24 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:119

Onbegrijpelijk oordeel van het hof dat inzagevordering voor e-mails rond een bedrijfsovername in hoger beroep niet meer aan de orde was. Als na verwijzing de inzagevordering wordt toegewezen, mag de eisende partij alsnog haar stellingen aanvullen als de inzage daartoe aanleiding geeft. (meer…)

HR 26 oktober 2018 ECLI:NL:HR:2018:1985

Een exhibitievordering op grond van art. 843a Rv kan ook worden verzocht bij verzoekschrift.

In deze procedure gaat het om de vraag of het hof op goede gronden heeft geoordeeld dat het verzoek van verweerster in cassatie tot inzage op de voet van art. 843a Rv op de juiste wijze is ingediend, zij rechtmatig belang heeft bij haar verzoek en er geen weigeringsgronden zijn die aan inzage in de weg staan.  (meer…)

HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1775 (Organik/Dow)

1. De maatstaf uit AIB/Novisem en Synthon/Astellas voor het aannemen van het bestaan van een rechtsbetrekking als bedoeld in art. 1019a Rv in verbinding met art. 843a Rv leent zich ook voor toepassing op een rechtsbetrekking die voortvloeit uit het onrechtmatig verkrijgen en gebruiken van bedrijfsgeheimen. Dat betekent dat ook in dat geval degene die inzage, afgifte of uittreksel van bewijsmateriaal verlangt, zodanige feiten en omstandigheden dient te stellen en met reeds voorhanden bewijsmateriaal dient te onderbouwen, dat voldoende aannemelijk is dat bedrijfsgeheimen onrechtmatig zijn verkregen en gebruikt.
2. Met ‘de hoofdzaak’ in art. 1019c lid 2 Rv is de procedure bedoeld waarin vorderingen gebaseerd op de gestelde onrechtmatige inbreuk geldend worden gemaakt, zoals een verbods- of schadeprocedure.
3. De gedetailleerde beschrijving van art. 1019b/1019d Rv is ook toelaatbaar in niet-IE-gevallen die voldoende gelijkenis vertonen met gevallen waarop de regeling van art. 1019 e.v. Rv van toepassing is, zoals bij de schending van bedrijfsgeheimen.

(meer…)