Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: Rv art. 21


HR 18 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1500

De schending van de waarheidsplicht (art. 21 Rv) door eiser kon het hof in dit geval  bestraffen door hem niet toe te laten tot nadere bewijslevering.

Wel heeft eiser terecht geklaagd dat het hof, in strijd met art. 23 Rv, over een langere periode schadevergoeding heeft toegewezen dan gevorderd.  (meer…)

Cassatieblog HR 14 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:258 (eiser/Gemeente Montfoort)

Bij het wijzen van zijn eindarrest was het hof in beginsel gebonden aan zijn in zijn tussenarrest uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven beslissing over de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Wel stond het het hof vrij om – nadat partijen de gelegenheid hadden gekregen zich daarover uit te laten – deze bindende eindbeslissing te heroverwegen om te voorkomen dat het uitspraak zou doen op een feitelijk of juridisch onjuiste grondslag. (meer…)

Cassatieblog HR 1 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:981 (Kennemerland Beheer B.V. / Gemeente Haarlemmermeer)

(i) De aard van de onteigeningsprocedure verzet zich niet tegen een vordering op basis van art. 843a Rv. Er bestaat daarnaast geen plicht voor de onteigenaar om in alle onteigeningszaken het gehele Kroondossier te overleggen.

(ii) Bij een beroep op zelfrealisatie dient de rechtbank de noodzaak tot onteigening marginaal te toetsen. De Hoge Raad houdt vast aan zijn eerder gegeven uitgangspunten  (meer…)

HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1144

 Ook in hoger beroep moet beoordeeld worden welke gevolgtrekking geraden is in het licht van de aard en ernst van een schending van de waarheids- en volledigheidsplicht van art. 21 Rv in eerste aanleg en de overige omstandigheden van het geval. Het hof kon, evenals de rechtbank, ontzegging van de vorderingen op haar plaats te achten.  (meer…)

HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360

Vordering tot vergoeding van volledige proceskosten wegens schending van de waarheidsplicht, ingesteld na cassatie en verwijzing. (1) Indien is voldaan aan de voorwaarden voor een uitzondering op de ‘in beginsel strakke regel’, is een eiswijziging of -vermeerdering ook mogelijk in een verwijzingsprocedure na cassatie. Toelating ervan mag echter niet in strijd komen met de eisen van een goede procesorde. (2) Een verweer kan misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen opleveren als het, gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Een hierop gebaseerde vordering tot vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten is aan de exclusieve en limitatieve regeling van art. 237-240 Rv onttrokken. (meer…)

Cassatieblog.nl