Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons Privacyverklaring.
weigeren accepteren

BW art. 7:677

Loondoorbetaling na in hoger beroep rechtsgeldig gebleken ontslag op staande voet

CB 2018-135 Geplaatst op 18 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1209 en ECLI:NL:HR:2018:1218

Indien het hof oordeelt dat de kantonrechter een aan een werknemer gegeven ontslag op staande voet ten onrechte heeft vernietigd en het hof een toekomstige einddatum bepaalt waarop de arbeidsovereenkomst alsnog eindigt, kan aan de werknemer zijn loonaanspraak over de periode tussen de ontslagdatum en de einddatum op grond van art. 7:627 en 7:628 lid 1 BW worden ontzegd. Het arrest Van der Gulik/Vissers (HR 21 maart 2013, ECLI:NL:HR:2003:AF3057, NJ 2007/32) staat hier niet aan in de weg. De Hoge Raad formuleert uitgangspunten voor de beoordeling of aan de werknemer op grond van deze bepalingen zijn loonaanspraak moet worden ontzegd. Loonmatiging (art. 7:680a BW) of (gehele of gedeeltelijke) ontzegging van de aanspraak op loonbetaling (art. 6:248 lid 2 BW) zijn alternatieve mogelijkheden. Lees verder >

Mededeling aan partijen vereist voor enkelvoudige behandeling in meervoudig te beslissen appelzaak; transitievergoeding ook mogelijk bij ontslag op staande voet

CB 2018-59 Geplaatst op 05 apr 2018 door

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484

(i) de Hoge Raad bevestigt eerdere rechtspraak, waarin is geoordeeld dat aan partijen in een meervoudige appelzaak uiterlijk bij de oproeping moet worden meegedeeld dat de mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van een raadsheer-commissaris, en dat partijen de gelegenheid moet worden gegeven te verzoeken om een meervoudige behandeling (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en en ECLI:NL:HR:2017:3264, zie CB 2018:13).
(ii) ook bij ontslag op staande voet kan recht bestaan op een transitievergoeding, zodat de rechter moet beoordelen of sprake is van ernstige verwijtbaar handelen aan de zijde van de werknemer. Lees verder >

Motiveringsplicht bij discrepantie tussen medegedeelde dringende redenen voor ontslag en in rechte vastgestelde feiten

CB 2014-178 Geplaatst op 13 nov 2014 door

HR 7 november 2014, ECLI:NL:HR:20145:3126 (Verzoeker / Hyatt Aruba N.V.)

Indien slechts een gedeelte van het door de werkgever als dringende reden voor ontslag op staande voet medegedeelde feiten in rechte komt vast te staan, zal de rechter kenbaar een verband moeten leggen tussen de door de werkgever medegedeelde ontslaggrond en de in rechte vastgestelde feiten. De rechter moet immers beoordelen of het voor de werknemer in het licht van de aanzegging en de overige omstandigheden onmiddellijk duidelijk was dat de werkgever hem ook zou hebben ontslagen als deze, anders dan hij blijkens de ontslagaanzegging meende, daarvoor niet meer grond zou hebben gehad dan hetgeen in rechte komt vast te staan. Lees verder >

Mededeling van dringende reden bij ontslag op staande voet

CB 2014-153 Geplaatst op 09 okt 2014 door

HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2806 (Eiser/Meridiaan College)

Het vereiste van onverwijlde mededeling van de dringende reden voor ontslag op staande voet (art. 7:677 lid 1 BW) strekt ertoe dat voor de wederpartij onmiddellijk duidelijk is welke eigenschappen of gedragingen de ander hebben genoopt tot het beëindigen van de dienstbetrekking. In ’s hofs oordeel dat voor eiser voldoende duidelijk was welke feiten en omstandigheden aan zijn ontslag ten grondslag lagen, ligt besloten dat er bij eiser redelijkerwijs geen twijfel over kan hebben bestaan dat hij ook zou zijn ontslagen als slechts een deel van de in de aanzegging weergegeven klachten zou komen vast te staan. Lees verder >

Meewegen van persoonlijke omstandigheden bij beoordeling ontslag op staande voet

CB 2012-92 Geplaatst op 25 apr 2012 door

HR 20 april 2012, LJN BV9532 (X/De Bijenkorf)

Bij de beoordeling of de aan een ontslag op staande voet ten grondslag gelegde redenen dringend zijn (in de zin van art. 7:677 lid 1 BW) moeten de persoonlijke omstandigheden van de werknemer worden meegewogen. Een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en ernst van de dringende reden kan – ook als de gevolgen van het verlenen van een ontslag op staande voet ingrijpend zijn – tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. Lees verder >