Alle berichten met de tag: mededelingsplicht


HR 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2447

Als de verzekeraar uitdrukkelijk erop heeft gewezen dat wijzigingen in de periode tussen de invulling van het vragenformulier en de acceptatie van de verzekering dienen te worden gemeld, dienen bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schending van de mededelingsplicht (art. 7:928 BW) geen zwaardere eisen te worden gesteld aan het kenbaarheidsvereiste dan bij het invullen van het vragenformulier. (meer…)

HR 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2884, ECLI:NL:HR:2016:2885 en ECLI:NL:HR:2016:2877

(1) De agrarische bestemming van een woning is geen bijzondere last of beperking in de zin van art. 7:15 BW. (2) Bij de toepassing van art. 7:17 BW kan (anders dan bij art. 7:15 BW) van belang zijn of de verkoper er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat de koper zelf onderzoek zou verrichten. (3) Een uit schending van de mededelingsplicht voortvloeiende schadevergoedingsverplichting van de verkoper kan op de voet van art. 6:101 lid 1 BW worden verminderd indien de onjuiste voorstelling van zaken mede is te wijten aan de koper. (meer…)

HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3424 (Inbev/Verweerder)

Van een mededelingsplicht in de zin van art. 6:228 lid 1 sub b BW zal in het algemeen slechts sprake zijn indien de wederpartij van de dwalende zelf van de juiste stand van zaken op de hoogte was. Een huurder van bedrijfsruimte mag in het algemeen niet ervan uitgaan dat met het oog op zijn belang door de professionele verhuurder is nagegaan of eventuele verbouwingsplannen verenigbaar zijn met het bestemmingsplan. (meer…)

HR 7 november 2014, ECLI:NL:HR:20145:3126 (Verzoeker / Hyatt Aruba N.V.)

Indien slechts een gedeelte van het door de werkgever als dringende reden voor ontslag op staande voet medegedeelde feiten in rechte komt vast te staan, zal de rechter kenbaar een verband moeten leggen tussen de door de werkgever medegedeelde ontslaggrond en de in rechte vastgestelde feiten. De rechter moet immers beoordelen of het voor de werknemer in het licht van de aanzegging en de overige omstandigheden onmiddellijk duidelijk was dat de werkgever hem ook zou hebben ontslagen als deze, anders dan hij blijkens de ontslagaanzegging meende, daarvoor niet meer grond zou hebben gehad dan hetgeen in rechte komt vast te staan. (meer…)

HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2806 (Eiser/Meridiaan College)

Het vereiste van onverwijlde mededeling van de dringende reden voor ontslag op staande voet (art. 7:677 lid 1 BW) strekt ertoe dat voor de wederpartij onmiddellijk duidelijk is welke eigenschappen of gedragingen de ander hebben genoopt tot het beëindigen van de dienstbetrekking. In ’s hofs oordeel dat voor eiser voldoende duidelijk was welke feiten en omstandigheden aan zijn ontslag ten grondslag lagen, ligt besloten dat er bij eiser redelijkerwijs geen twijfel over kan hebben bestaan dat hij ook zou zijn ontslagen als slechts een deel van de in de aanzegging weergegeven klachten zou komen vast te staan. (meer…)