Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: rechtsmiddelenverbod


18 juli 2025 ECLI:NL:HR:2025:1170

1) Het hof heeft geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting of een onbegrijpelijk oordeel gegeven door te oordelen dat een pand ‘ruimtelijk verbonden’ is met een hotel in de zin van art. 7:248 BW Aruba, en daarbij belang te hechten aan het doel van die bepaling en de plaatselijke omstandigheden.
2) Het rechtsmiddelenverbod van art. 260 Rv Aruba geldt niet in een geval waarin het Gerecht in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan in het beroep tegen een uitspraak van de Huurcommissie. 3. Ook het specifieke rechtsmiddelenverbod van art. 7:252 BW Aruba in verbinding met art. 7:246 lid 3 BW Aruba is niet van toepassing, reeds omdat een beroep is gedaan op een doorbrekingsgrond. (meer…)

HR 2 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:701 

De woorden ‘het punt waarover de huurcommissie om een uitspraak was verzocht’ in art. 7:262 lid 1 BW hebben betrekking op elk van de vier wettelijke categorieën vergoedingen waarover de huurcommissie voor een bepaald tijdvak om een uitspraak was verzocht, te weten (i) huurprijzen, (ii) kosten voor de nutsvoorzieningen met een individuele meter, (iii) servicekosten en (iv) de energieprestatievergoeding. Een verdere uitsplitsing binnen een categorie is niet aangewezen. (meer…)

HR 24 december 2021 ECLI:NL:HR:2021:1990

De Wet modernisering arbitragerecht is ook van toepassing op buitenlandse arbitrages. Op (buitenlandse) arbitrages die op of na 1 januari 2015 aanhangig zijn gemaakt, is het nieuwe arbitragerecht van toepassing en dan is het hof bevoegd om kennis te nemen van een verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis. Op arbitrages die vóór 1 januari 2015 aanhangig zijn gemaakt, is het oude arbitragerecht van toepassing en dan is de rechtbank bevoegd om kennis te nemen van een dergelijk verzoek. (meer…)

HR 25 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:1003

Een gecertificeerde instelling kan aan de algemene aanwijzingsbevoegdheid van art. 1:263 BW niet de bevoegdheid ontlenen de ouder op te dragen de inschrijving van de minderjarige bij een bepaalde onderwijsinstelling te ondertekenen. Zij is evenmin bevoegd de kinderrechter op de voet van art. 1:262b BW om vervangende toestemming voor die inschrijving te verzoeken. Voor de inschrijving van een uithuisgeplaatste minderjarige op een onderwijsinstelling moet de gecertificeerde instelling gebruikmaken van de wettelijke regeling van art. 1:265e BW.  (meer…)

HR 30 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1711

De verplichting van gerechten om aan partijen mededeling te doen van een rechterswisseling geldt niet als een raadsheer-commissaris na een getuigenverhoor wordt vervangen. De regeling van art. 155 Rv is niet zo fundamenteel dat het rechtsmiddelenverbod kan worden doorbroken.  (meer…)

Cassatieblog.nl