Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: exequatur


Het overzicht van prejudiciële zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) ) overdracht van vorderingen door banken aan niet-bancaire kredietopkopers, (2) aansprakelijkheid ziekenhuis voor schade als gevolg van inbrengen gebrekkig PIP-implantaat (3) IPR van Curaçao en mogelijk Nederlanderschap voor erkend kind, (4) kinderalimentatie en niet-wijzigingsbeding, (5) slapend dienstverband na langdurige arbeidsongeschiktheid, (6) tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen in consumentenzaken en (7) loonbegrip van art. 6:107a BW en afgedragen pensioenpremies. (meer…)

HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838

Wordt met een beroep op art. 431 lid 2 Rv het geding dat tot een buitenlandse (niet voor executie in Nederland vatbare) rechterlijke beslissing heeft geleid, opnieuw bij de Nederlandse rechter gevoerd, dan dient de Nederlandse rechter te beoordelen of en in hoeverre hij aan die beslissing gezag toekent. Toewijzing van een op art. 431 lid 2 Rv gegronde vordering kan afstuiten op het ontbreken van formele uitvoerbaarheid van de beslissing in het land van herkomst. Dat (zoals in casu) de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging in het land van herkomst is vervallen, staat niet aan erkenning op de voet van art. 431 lid 2 Rv in de weg.  (meer…)

HR 14 december 2012, LJN BX7456 (Realchemie/Bayer)

De kosten verbonden aan een in een EU-lidstaat ingeleide exequaturprocedure waarin wordt verzocht om erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing die in een andere lidstaat is gegeven in het kader van een procedure tot handhaving van een intellectuele-eigendomsrecht, vallen onder art. 14 Handhavingsrichtlijn, en dus onder art. 1019h Rv. (meer…)

HvJEU 13 oktober 2011, C-139/10 (Prism Investments / mr. J.A. van der Meer q.q.).

Artikel 45 EEX-Verordening staat eraan in de weg dat de rechter die moet beslissen op het rechtsmiddel van art. 43-44 EEX-Vo, een verklaring waarbij een beslissing uitvoerbaar wordt verklaard weigert of intrekt op een andere grond dan de in de artikelen 34-35 EEX-Vo genoemde gronden, zoals de grond dat die beslissing in de lidstaat van herkomst al is uitgevoerd. (meer…)