Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

(kinder)alimentatie

Prejudiciële beslissing HR grond voor wijziging kinderalimentatie ex art. 1:401 lid 4 en 5 BW

CB 2019-13 Geplaatst op 22 jan 2019 door

HR 21 december 2018 ECLI:NL:HR:2018:2381

De prejudiciële uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011 inzake alleenstaande ouderkop kan een wijzigingsgrond opleveren in de zin van art. 1:401 lid 4 of 5 BWLees verder >

Hoge Raad verduidelijkt prejudiciële beslissing over verdisconteren kindgebonden budget in alimentatieberekening

CB 2017-60 Geplaatst op 24 mrt 2017 door

HR 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:360

De door de Hoge Raad in HR 9 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3011) geformuleerde regel dat het kindgebonden budget en de daarvan deel uitmakende alleenstaande ouderkop niet in aanmerking dienen te worden genomen bij de bepaling van de behoefte van het kind, maar bij de berekening van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt, geldt niet slechts ‘in beginsel’. Een zodanige beperking valt in deze prejudiciële beslissing niet te lezen. Lees verder >

Kinderalimentatie: verdeling draagkracht over in verschillende landen woonachtige kinderen uit twee relaties

CB 2017-26 Geplaatst op 16 feb 2017 door

kindHR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:157 en ECLI:NL:HR:2017:163.

Bij de verdeling van de draagkracht van een onderhoudsplichtige over kinderen uit twee relaties kan (een duidelijk verschil in) de behoefte van deze kinderen een rol spelen. Indien sprake is van in verschillende landen woonachtige kinderen kan ook een verschil in kosten van levensonderhoud tussen die landen van belang zijn voor het bepalen van de behoefte van die kinderen. Daarnaast is van belang of de nieuwe partner van de onderhoudsplichtige een eigen inkomen heeft, zodat deze dient bij te dragen aan de behoefte van de kinderen uit de relatie met de onderhoudsplichtige. Lees verder >

Ook het kindgebonden budget van vóór 2015 moet worden verdisconteerd in draagkracht, niet in behoefte

CB 2016-154 Geplaatst op 06 okt 2016 door

HR 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2229

Ook voor het kindgebonden budget zoals dat vóór 2015 (invoering alleenstaande ouderkop) bestond, geldt dat dit niet wordt verdisconteerd in de behoeftebepaling van het kind, maar in de draagkrachtbepaling van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt (vgl. HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011, CB 2015-146). Lees verder >

Bijstandsverhaal na 1 januari 2015 en berusting ex artikel 400 Rv

CB 2016-144 Geplaatst op 01 sep 2016 door

HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1138

De aan een ouder verstrekte bijstand heeft ook in het tijdvak vanaf 1 januari 2015 mede betrekking op de kosten van levensonderhoud van de minderjarige kinderen die tot diens huishouding behoren. De uitkeringverstrekkende instantie is derhalve gerechtigd om de kosten van die bijstand op de voet van artikel 62, aanhef en onder a, Pw te verhalen op degene die onderhoudsplichtig is voor de kinderen. Berusting ex artikel 400 Rv in relatie tot mededelingen afkomstig van een overheidsinstelling. Lees verder >

Kinderalimentatie: welvaartsniveau ten tijde van het huwelijk; draagkracht

CB 2015-186 Geplaatst op 17 dec 2015 door

HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3479

(1) Bij de bepaling van de behoefte van de kinderen speelt het welvaartsniveau ten tijde van het huwelijk een rol. Het hof kon voor de motivering niet volstaan met de vaststelling dat in de bedragen van de ‘Tabel eigen aandeel kosten van kinderen’ alle normale, in de desbetreffende inkomstencategorie redelijkerwijs te maken kosten zijn begrepen. (2) Bij het bepalen van draagkracht kan met een incidentele inkomstencomponent als een afvloeiingsregeling rekening worden gehouden. Lees verder >

Kindgebonden budget vermindert niet behoefte aan kinderalimentatie

CB 2015-146 Geplaatst op 09 okt 2015 door

HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011

Het kindgebonden budget en de daarvan deel uitmakende alleenstaande ouderkop dienen niet in aanmerking te worden genomen bij de bepaling van de behoefte van het kind, maar bij de berekening van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt. Lees verder >

Conclusie A-G over prejudiciële vragen kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop

CB 2015-133 Geplaatst op 14 sep 2015 door

Conclusie P-G 4 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1711

Bij de Hoge Raad is een prejudiciële procedure aanhangig over de vraag, of bij de berekening van kinderalimentatie het kindgebonden budget  en de daarvan deel uitmakende zgn. alleenstaande-ouderkop in mindering moet worden gebracht op de behoefte van het kind, dan wel in aanmerking moet worden genomen bij de draagkracht van de ouder die het budget ontvangt. Een vraag waarover zowel in de juridische als niet-juridische media veel te doen is geweest. Lees verder >

Vier nieuwe prejudiciële vragen gesteld

CB 2015-100 Geplaatst op 16 jun 2015 door

Het overzicht van lopende prejudiciële vraag-procedures vermeldt vier nieuwe zaken. De vragen zien op (1) de reikwijdte van art. 431a Rv, (2) de positie van de curator in een verzetprocedure ex art. 10 Fw, (3) de positie van de burgemeester in BOPZ-zaken, (4) de per 1 januari 2015 ingevoerde alleenstaande ouderkop. Lees verder >

Rechtsmacht van de Nederlandse rechter in interregionale kwesties

CB 2014-98 Geplaatst op 08 mei 2014 door

HR 2 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1063

Bij gebreke van een rijksregeling dient de rechter in het Nederlandse deel van het Koninkrijk evenals de rechter in Aruba, Curaçao en Sint Maarten, zijn bevoegdheid in privaatrechtelijke zaken van interregionale aard te bepalen door zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de bevoegdheidsregels die voor hem gelden op het terrein van het internationaal privaatrecht. De rechter in het Nederlandse deel van het Koninkrijk dient daarbij eerst te onderzoeken of overeenkomstige toepassing kan worden gegeven aan de in verdragen en EU-verordeningen neergelegde bevoegdheidsbepalingen. Slechts indien blijkt dat dergelijke verdragrechtelijke of Unierechtelijke bepalingen ontbreken of zich niet lenen voor overeenkomstige toepassing, dient de rechter zijn rechtsmacht te bepalen met overeenkomstige toepassing van art. 1-14 Rv. Lees verder >

Pagina 1 van 212