Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: voorlopig getuigenverhoor


HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1105

De partij die om een voorlopig getuigenverhoor verzoekt, hoeft niet nauwkeurig aan te geven welke feiten en stellingen hij aan zijn  vordering ten grondslag wil leggen. De verzoeker hoeft zich evenmin uit te laten over de precieze aard van de vordering en de omvang van de schade die hij wil verhalen. Wel moet hij ruwweg de beoogde vordering en te bewijzen feiten schetsen, zodat voor de rechter en de wederpartij voldoende duidelijk is op welk feitelijk gebeuren het verhoor betrekking zal hebben. (meer…)

HR 11 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:347 (Stichting Music#MeToo / Warner Music Benelux B.V)

Moet een belangenvereniging die een collectieve actie wil instellen voor een voorlopig getuigenverhoor ook aan de eisen van art. 3:305a BW voldoen? En is het oude of het nieuwe art. 3:305a BW van toepassing? Martijn Scheltema licht dit in 3 minuten toe aan de hand van een recente uitspraak van de Hoge Raad.

 

HR 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2007

Een stichting met als doel het controleren van de naleving van het staatssteunverbod, die ter behartiging van het algemeen belang een verklaring voor recht vordert dat dit verbod in een concreet geval is geschonden, is niet een justitiabele wiens situatie door de vermeende steun concreet dreigt te worden beïnvloed. Zij kan zich daarom niet beroepen op het uitvoeringsverbod van art. 108 lid 3 VWEU. (meer…)

HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2395 (Magna Group B.V./Quantera Global B.V.)

Een beslissing van de rechter-commissaris waarbij het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor achter gesloten deuren te laten plaatsvinden en om beperkingen te stellen aan de verspreiding van de processen-verbaal zijn afgewezen, is geen tussenbeschikking maar een eindbeschikking. Art. 358 lid 4 Rv (zonder toestemming van de rechtbank is geen tussentijds hoger beroep mogelijk) is daarom niet van toepassing. Wel vallen deze beslissingen onder het rechtsmiddelverbod van art. 188 lid 2 Rv(meer…)

HR 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1433 (Box Consultants c.s. / Staat)

1) Voor toewijzing van een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor kan niet de eis worden gesteld dat daarbij al feitelijk en concreet is vermeld welke getuigen op welk punt gehoord moeten worden.
2) De enkele omstandigheid dat in het voorlopig getuigenverhoor dezelfde vragen aan de orde (kunnen) komen of dezelfde feiten (kunnen) worden onderzocht als in een procedure bij een andere rechter, kan geen grond zijn voor afwijzing van het verzoek. Een beperking in verband met een procedure voor een andere rechter kan echter wel gerechtvaardigd zijn ingeval aannemelijk is dat de omstandigheid dat in het voorlopig getuigenverhoor dezelfde vragen aan de orde (kunnen) komen of dezelfde feiten (kunnen) worden onderzocht als in een procedure bij een andere rechter, zal leiden tot een daadwerkelijke verstoring van het onderzoek dat plaatsvindt bij de andere rechter.    (meer…)