Selecteer een pagina

Hoge Raad  7 mei 2021 ECLI:NL:HR:2021:700

Ingevolge vaste rechtspraak dienen, ingeval van een rechterswisseling in de periode tussen een mondelinge behandeling en de daaropvolgende uitspraak, partijen daarover voorafgaand aan de uitspraak te worden ingelicht, onder opgave van de reden(en) voor de vervanging en de beoogde uitspraakdatum, en dienen zij in de gelegenheid te worden gesteld een nadere mondelinge behandeling te verzoeken ten overstaan van de rechter(s) door wie de uitspraak zal worden gewezen.

feiten

In deze echtscheidingszaak was een huwelijkscontract naar Iraans recht waarin een door de man te betalen bruidsgave is opgenomen aan de orde. De rechtbank heeft bepaald dat de overeenkomst is ontbonden en het meer gevorderde (de bruidsschat) afgewezen.

De procedure bij het hof

Op 12 september 2019 heeft een pleidooi plaatsgevonden ten overstaan van drie raadsheren. Op 5 november 2019 heeft een comparitie plaatsgevonden voor een van deze drie raadheren, van deze comparitie is geen proces-verbaal opgemaakt. Tussen de mondelinge behandeling op 12 september 2019 en het eindarrest zijn twee raadheren vervangen. Partijen zijn niet voorafgaand aan de uitspraak ingelicht over de vervanging van de twee raadsheren.

Vaste rechtspraak

De Hoge Raad bevestigt in dit arrest vaste rechtspraak, eerder besproken op het Cassatieblog: zie CB 2014-169, CB 2016-73 en CB 2020-39. Aangezien het hof verzuimd heeft mededeling te doen van de vervanging van twee raadsheren na pleidooi en partijen niet in de gelegenheid heeft gesteld om een nadere mondelinge behandeling te verzoeken ten overstaan van de rechters door wie de uitspraak zal worden gewezen, vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst naar hof Den Bosch.

Share This