HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1858
De verplichting van de huurder om zich als een goed huurder te gedragen (art. 7:213 BW) kan ook betrekking kan hebben op gedragingen van de huurder buiten het gehuurde, mits er een voldoende verband bestaat met de huurovereenkomst.
Aanleiding
De huurder, eiser tot cassatie, huurt een woning bij Dunavie. Omdat de huurder niet tevreden was met deze woning en een andere woning wilde, heeft hij zich meerdere keren misdragen in het kantoor van Dunavie. De huurder heeft zich in het zicht van medewerkers van Dunavie uitgekleed en zichzelf verwond met een scheermesje.
In deze kortgedingprocedure vordert Dunavie ontruiming van het gehuurde. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. Het hof heeft de vordering wel toegewezen, omdat de huurder zich niet heeft gedragen als een goed huurder (art. 7:213 BW).
De Hoge Raad
Deze zaak gaat over de reikwijdte van het begrip ‘goed huurderschap’ uit art. 7:213 BW:
“De huurder is verplicht zich ten aanzien van het gebruik van de gehuurde zaak als een goed huurder te gedragen.”
Het middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de huurder zich niet als een goed huurder heeft gedragen onjuist dan wel onvoldoende gemotiveerd is, omdat geen sprake is van gedragingen die verband houden met het gebruik van de gehuurde woning.
De klacht faalt. De Hoge Raad overweegt onder verwijzing naar HR 16 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0179, rov. 3.2.3, dat de verplichting van art. 7:213 BW niet alleen betrekking heeft op de zorg voor de gehuurde zaak zelf, maar ook op de woonomgeving. De Hoge Raad voegt daaraan toe dat deze verplichting ook betrekking kan hebben op gedragingen van de huurder buiten het gehuurde, mits er een voldoende verband bestaat met de huurovereenkomst.
In het licht hiervan is het oordeel van het hof dat de huurder zich niet heeft gedragen als een goed huurder wegens zijn gedragingen in het kantoor van Dunavie – die waren gericht op het verkrijgen van een andere woning – niet rechtens onjuist. Dat oordeel behoeft evenmin nader te worden gemotiveerd, aldus de Hoge Raad.
Afdoening
De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dat is in lijn met de conclusie van A-G Van Peursem.