Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons Privacyverklaring.
weigeren accepteren

aansprakelijkheid

Verhouding hoofdprocedure en schadestaatprocedure

CB 2018-176 Geplaatst op 01 nov 2018 door

HR 19 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1975

Uitgangspunt is dat de rechter in de hoofdprocedure de grondslag voor aansprakelijkheid vaststelt en dat de rechter in de schadestaatprocedure gebonden is aan dat oordeel. In onderhavige zaak laat het arrest van het hof  in de hoofdprocedure geen andere uitleg toe dan dat de grondslag voor de door het hof aangenomen aansprakelijkheid van verweerster is gelegen in een rechtstreeks op art. 7:611 BW berustende verplichting van de werkgever om de werknemer diens schade als gevolg van een arbeidsgerelateerd verkeersongeval te vergoeden en dat het hof op die grondslag verweerster aansprakelijk acht voor de schade die eiser lijdt als gevolg van het hem overkomen verkeersongeval, en dus niet voor de schade die eiser lijdt als gevolg van het ontbreken van een adequate verzekering. Lees verder >

De vrijheid van de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie

CB 2018-168 Geplaatst op 19 okt 2018 door

19 oktober 2018 ECLI:NL:HR:2018:1976

In het licht van de vrijheid die de Raad voor de Kinderbescherming als deskundige toekomt is een onderzoek niet onzorgvuldig op de enkele grond dat dit ook op andere wijze, of met meer of andere middelen, had kunnen worden uitgevoerd. Waar het, bij een verwijt als de moeder de Raad in deze aansprakelijkheidsprocedure maakt, op aankomt is of de Raad heeft mogen menen zich met de uit zijn onderzoek verkregen informatie een verantwoord oordeel te kunnen vormen over hetgeen het belang van het kind vergt. Lees verder >

Vervangen raadsheer-commissaris die mede het eindarrest wijst en de tenzij-clausule van art. 6:181 BW

CB 2018-18 Geplaatst op 11 jan 2018 door

HR 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3016

1) De raadsheer-commissaris heeft aan partijen (uitsluitend) voorgesteld om met de kamer te bespreken in hoeverre aanleiding bestond een van de andere leden van de kamer als raadsheer-commissaris te laten optreden. Daarop volgde een wisseling van de raadsheer-commissaris. Partijen mochten het voorgaande niet zo begrijpen dat hij zich als raadsheer zou terugtrekken uit de kamer.

2) Voor het ontbreken van aansprakelijkheid van degene die in de opstal een bedrijf uitoefent, is nodig en toereikend dat tussen het bestaan of ontstaan van het gebrek en de bedrijfsuitoefening geen verband bestaat. Lees verder >

Aanbod tot het horen van een getuige die reeds bij politie verklaring heeft afgelegd

CB 2017-125 Geplaatst op 06 jul 2017 door

HR 23 juni 2017 ECLI:NL:HR:2017:1149

Caraïbische zaak. Aan bewijsaanbod te stellen specificatie-eisen. Aanbod tot horen van een getuige die reeds bij politie verklaring heeft afgelegd. Eis dat bewijsaanbod terzake dienend moet zijn. Respons op alle door eisers tot cassatie aangevoerde grondslagen van aansprakelijkheid ligt in voldoende mate in vonnis van Gemeenschappelijk Hof besloten. Lees verder >

Drie lessen van de Hoge Raad over toerekening van schade (art. 6:98 BW)

CB 2017-49 Geplaatst op 09 mrt 2017 door

Geld-muntenHR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:214 (Avi/Verweerster)

(1) Bij de toerekening van schade ex art. 6:98 BW kan ook een rol spelen wat naar objectief inzicht voorzienbaar of waarschijnlijk was. Lees verder >

Maatstaf Katterug-arrest nader uitgewerkt

CB 2017-4 Geplaatst op 10 jan 2017 door

HR 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2516

Het enkele bestaan van een personele unie tussen de (middellijk) bestuurder of bestuurders van een of meer commanditaire vennoten en de (middellijk) bestuurder of bestuurders van een of meer beherend vennoten kan niet kan leiden tot toepassing van de sanctie van art. 21 WvK. Wel kan deze omstandigheid van belang zijn bij het beantwoorden van de vraag of bij een wederpartij redelijkerwijs een onjuiste indruk heeft kunnen ontstaan over de hoedanigheid waarin de commanditaire vennoot aan het handelsverkeer deelnam. Daarbij geldt dat, behoudens tegenbewijs, een persoon die zowel een beherend als een commanditair vennoot kan vertegenwoordigen, bij het verrichten van een beheershandeling heeft gehandeld namens de beherend vennoot. Lees verder >

Toezichthoudersdilemma: geen aansprakelijkheid AFM als toezichthouder DSB

CB 2014-191 Geplaatst op 09 dec 2014 door

 HR 21 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3349 (eiseres / AFM)

Bij het beoordelen van de vraag of bij het toezicht zoals dat door de toezichthouder is uitgeoefend is voldaan aan de eisen die aan behoorlijk en zorgvuldig toezicht moeten worden gesteld, komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Hierbij vormt de beleids- en beoordelingsvrijheid van de toezichthouder, die de rechter tot een terughoudende toetsing noopt, een belangrijk gezichtspunt. De Hoge Raad bevestigt met dit oordeel zijn eerdere jurisprudentie in het arrest Vie d’Or over (mogelijke) aansprakelijkheid van een wettelijke toezichthouder. Lees verder >

Geen aansprakelijkheid wegens wanprestatie na vernietiging overeenkomst wegens dwaling

CB 2013-174 Geplaatst op 17 okt 2013 door

HR 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3765 (Vano/FBS)

De vernietiging van een overeenkomst wegens dwaling treft in beginsel ook de daarin opgenomen garanties, zodat dan geen sprake meer is van een tekortkoming in de nakoming daarvan. De enkele omstandigheid dat een partij – de vernietiging weggedacht – is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, rechtvaardigt niet de verwijzing van partijen naar de schadestaatprocedure. Voor schadeplichtigheid jegens de dwalende is een specifieke rechtsgrond vereist. Lees verder >

Concordantiebeginsel leidt tot beperking aansprakelijkheid van loods naar Arubaans recht

CB 2013-20 Geplaatst op 04 feb 2013 door

HR 1 februari 2013, LJN BY1880 (MS Austria/Aruba Ports Authority)

Toepassing van het concordantiebeginsel brengt mee dat een loods ook naar Arubaans recht slechts aansprakelijk is voor schade die wordt toegebracht aan het door hem geloodste schip, indien hij deze schade heeft veroorzaakt door opzet of grove schuld (vergelijk art. 3 Loodsenwet). Daarbij mocht het hof betrekken dat voor Aruba blijkens een ontwerp-Landsverordening een nagenoeg identieke regeling is beoogd als in de Nederlandse Antillen en Nederland. Lees verder >

Omkeringsregel: geen aanmerkelijke kansvergroting vereist

CB 2012-226 Geplaatst op 27 nov 2012 door

HR 23 november 2012, LJN BX7264

Voor toepassing van de omkeringsregel voor het bewijs van causaal verband is vereist (i) schending van een norm die strekt ter voorkoming van een specifiek gevaar en (ii) verwezenlijking van dat gevaar. Niet is vereist dat de kans op verwezenlijking van het specifieke gevaar door de normschending aanmerkelijk is vergroot. Lees verder >