Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: incidentele vordering tot voeging


HR 21 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:750

In een mogelijke precedentwerking van een uitspraak is niet reeds een voldoende belang gelegen bij een vordering tot voeging. Dit geldt ook als sprake is van sterk op elkaar gelijkende vorderingen of feitencomplexen tussen deels dezelfde partijen. (meer…)

HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1787 en ECLI:NL:HR:2019:1788

(1) Voor voeging is vereist dat de partij die voeging vordert, nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt. Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die de toe- dan wel afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van in de uitspraak in die procedure gegeven eindbeslissingen zal kunnen hebben voor degene die de voeging vordert.
(2) Aan een vordering tot voeging in een volgende instantie staat niet in de weg dat de partij die voeging vordert zelf geen rechtsmiddel heeft ingesteld tegen de uitspraak. (meer…)