Alle berichten met de tag: tussenvonnis


HR 25 januari 2019 ECLI:NL:HR:2019:96

De partij die tussentijds beroep instelt, is gehouden daarin al haar bezwaren tegen de tot dan toe gewezen tussenvonnissen aan te voeren en verliest de mogelijkheid dat bij een latere gelegenheid te doen, aldus de Hoge Raad (r.o. 3.3.2). Dit wordt ook wel de “één keer schieten regel” genoemd. Met dit arrest is nu duidelijk dat die regel ook geldt als het gaat om een appel tegen het tussenvonnis-gedeelte van een deelvonnis (r.o. 3.3.2).  (meer…)

HR 24 november 2017 ECLI:NL:HR:2017:3018 (Invinco GmbH  / X)

1) Het hof heeft gebruik gemaakt van mogelijkheid die art. 356 Rv hem biedt om de zaak aan zich te houden en heeft het verzet tegen de eiswijziging in het incidentele appel verworpen. Het al dan niet gebruikmaken van die bevoegdheid is aan de appelrechter en leent zich niet voor toetsing in cassatie.
2)  Hoger beroep tegen later tussenvonnis als bedoeld in art. 337 lid 2 Rv kan slechts worden ingesteld tegelijk met hoger beroep tegen het eindvonnis, tenzij de rechter die het vonnis heeft gewezen anders heeft bepaald. Het is niet aan de appelrechter om hierop een uitzondering te maken. De Hoge Raad oordeelt dat in een toegelaten hoger beroep tegen een tussenvonnis , na daartoe verkregen verlof, weliswaar ook eerdere tussenvonnissen kunnen worden betrokken, maar dat dit niet geldt voor latere tussenvonnissen. (meer…)

HR 22 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1272 (BAe/Modsaf)

Het hof heeft de overwegingen van het scheidsgerecht aldus uitgelegd, dat partijen niet het gezag van gewijsde van het arbitrale tussenvonnis ter discussie wilden stellen. De klacht dat het hof heeft miskend dat arbiters de opdracht hebben geschonden (in de zin van art. 1065 lid 1 sub c (oud) Rv) door ten onrechte gezag van gewijsde toe te kennen aan het arbitrale tussenvonnis mist dus feitelijke grondslag. (meer…)

HR 13 juli 2012, LJN BW3263 (ABN AMRO/X) en
HR 13 juli 2012, LJN BW3264 (Y/Optiver Holding)

Een vonnis waarin wordt beslist op een op art. 843a Rv gebaseerde vordering, ingesteld in een  lopende procedure met het oog op de instructie van de zaak, moet worden beschouwd als een tussenvonnis, waartegen (zonder verlof) geen tussentijds beroep open staat. (meer…)